• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden
Inenten

Zolang er ziekten zijn, heeft de mensheid geprobeerd deze te bestrijden en te voorkomen. Wanneer de eerste ziekteverschijnselen zich voordoen, kan op diverse wijzen de diagnose tot stand komen. Indien mogelijk en gewenst kan vervolgens een therapie , namelijk de curatieve geneeskunde, gericht op genezingtoegepast worden.

Omdat op meerdere terreinen van het leven, en ook op het terrein van de gezondheid(szorg), men tot inzicht is gekomen dat voorkomen niet alleen net zo goed als maar zelfs beter is dan genezen, is daar een aparte tak van gezondheidszorg uit ontwikkeld, de preventieve geneeskunde.

Preventieve geneeskunde richt zich op bijvoorbeeld het hebben van een gezonde levensstijl: niet roken, gezonde voeding, geregeld lichaamsbeweging, goede hygiëne, gebitsverzorging, etc. Tevens algemene maatregelen zoals: geen onbedekte ledematen bij het lopen door hoog struikgewas (voorkomen tekenbeet), muskietennet in de tropen (voorkomen malaria) en het aanbrengen van zonnebrandcrême (voorkomen huidkanker).

Ook kunnen ziekten (of complicaties) voorkomen worden door medicijnen. Bekende voorbeelden zijn: anti-malariatabletten bij een reis naar de tropen, en antibiotica bij bepaalde (veelal orthopedische) operaties. In feite vallen anti-epileptica hier ook onder, aangezien niet pas wordt ingegrepen wanneer een insult zich voordoet. Een andere vorm van preventieve geneeskunde is: inenting.

Wat is een inenting?
Bij een inenting wordt aan een (nog) niet zieke persoon een kleine dosis van een sterk verzwakte of vaak dode ziekteverwekker (bacterie of virus) toegediend om zo het afweersysteem te activeren. De productie van afweerstoffen (antilichamen) t.g.v. de inenting is doorgaans afdoende om de ziekte(s) waartegen ingeënt wordt, niet te laten optreden. De aldus veroorzaakte zgn. immunisatie blijft vaak jarenlang en soms zelfs levenslang werkzaam.

Risico’s van inenting
Wanneer gebruik gemaakt wordt van sterk verzwakte ziektekiemen, bestaat er een –gering-gevaar dat de ingeënte persoon de ziekte toch krijgt. Bij het gebruik van dode ziektekiemen is dit risico uitgesloten.

Consequentie van niet-inenten
Wanneer iemand besluit zich niet in te laten enten bestaat er een kans dat diegene de bewuste aandoening krijgt. Nu kan het zijn dat die kans bijzonder klein is, wanneer de meerderheid in de directe omgeving zich wel heeft laten inenten. Er is dan als het ware een beschermende zône van geïmmuniseerde personen rond de niet ingeënte persoon, men profiteert hier indirect van.

Is de concentratie aan niet-ingeënte personen echter relatief hoog (bijvoorbeeld. in de Bible belt, een geografische zone die zich ruwweg uitstrekt van Zeeland tot Staphorst), dan is de kans ook hoger dat men uiteindelijk de bewuste aandoening krijgt.

Verplichte inenting
Voor sommige beroepen geldt dat de werkgever de kans dat werknemers worden blootgesteld aan bepaalde infectieziekten (bepaalde patiënten- of bewonersgroepen, frequente omgang met [mogelijk] geïnfecteerd materiaal) zo groot acht, dat die werknemers verplicht worden om zich tegen die infectieziekten te laten inenten. Het motief van de werkgever kan hierbij gelegen zijn in het voorkomen van uitval van personeel, het beschermen van het personeel en/of het beschermen van de patiënten of bewoners die aan de zorgen van het personeel zijn toevertrouwd. In sommige gevallen kan men onder die verplichting uit komen door periodiek een bloedonderzoek te laten verrichten. Hierdoor kan dan aangetoond worden dat de werknemer niet is geïnfecteerd.

Bij een griepprik is de redenering dat een griepinfectie bij de bewuste doelgroep (mensen met een verlaagde weerstand, zoals bejaarden en mensen met een zgn. systeemziekte) dodelijke gevolgen zou kunnen hebben. Hierbij komt het geregeld voor dat een gezond persoon na de inenting enige dagen ‘grieperig’ is. Ook doet zich nogal eens het verschijnsel voor dat iemand uiteindelijk toch griep krijgt door een virus van een andere stam dan waarvan het griepvaccin afkomstig was. De vraag dringt zich op of voor- en nadelen wel goed tegen elkaar worden afgewogen, en dat het inenten maar al te klakkeloos of gemakzuchtig gedaan wordt uit een neiging om zich tegen alle risico’s in te dekken.

Klik hier voor artikelen in de Nationale beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden in relatie tot gewetensbezwaren.

 

Steun het werk van de RMU, juist ook als u zich betrokken weet bij medische en ethische kwesties.Word nu lid en draag uw steentje bij.

 

Delen