• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Advies van de Onderwijsraad, is er hoop?

05 OKTOBER 2014

De Onderwijsraad kwam op 2 oktober met een kritisch rapport over het effect van de conclusies van de commissie-Dijsselbloem uit 2008. Het effect van de aanbevelingen van de commissie-Dijsselbloem is beperkt geweest en de politiek speelt 6 jaar later zeker geen betere rol. Het advies wordt door het onderwijsveld met open armen ontvangen. De minister herkent zich niet in alle conclusies.

De Onderwijsraad concludeert: "De bevindingen van de commissie-Dijsselbloem hebben het vertrouwen tussen onderwijsveld en overheid aanvankelijk hersteld, maar de rolverdeling is niet wezenlijk veranderd." Op details bemoeit de politiek zich veel te veel met het onderwijs, maar er wordt geen beleid gemaakt om het onderwijsbestel af te stemmen op de maatschappelijke realiteit van de 21e eeuw. Ook is de raad van mening dat bij het ontwikkelen van beleid de stem van de leraren, ouders en leerlingen meer aandacht verdienen.

De Raad doet 3 aanbevelingen.
1 laat de overheid zich beperken tot de hoofdlijnen en daarop krachtiger kiezen
2 zoek naar nieuwe vormen van representatie
3 maak beter gebruik van informatie uit wetenschap en onderwijsveld

Minister
In een interview op nu.nl reageert minister Bussemaker op het advies van de Onderwijsraad. Ze zegt zich niet te herkennen in het verwijt dat de politiek zich teveel met het onderwijs bemoeid. "De politiek moet zich bemoeien met waar ze over gaan, met name het stelsel. Niet met al te kleine dingen. Ze noemen daarbij de maatschappelijke stage, die is ook afgeschaft."
Voor de toekomst pakt de minister vooral de 2e aanbeveling op. "Wat ik heel interessant vind aan het rapport is dat we op een andere manier met het veld moeten omgaan. We moeten niet alleen praten met de onderwijskoepels en de vakbonden, maar ook met schoolleiders en leraren. Dat hebben we al ingezet."
Ook maakt ze een duidelijk voorbehoud. Ze ziet er niets in dat elke maatregel breed gedragen moet worden door het veld. "Ik kan nog steeds zeggen: dit is mijn verantwoordelijkheid. Maar je moet goed weten wat de effecten zijn in de uitvoering."

Reacties
In het onderwijsveld klinken vooral positieve reacties. De VO-raad stemt volledig in met de aanbevelingen van de Onderwijsraad. De VO-raad tipt een wezenlijk detail aan uit het advies. "Bij het onderscheid dat de commissie Dijsselbloem aanbracht tussen het ‘wat’ (door de overheid bepaald) en het ‘hoe’ (door de scholen bepaald), zet de Onderwijsraad vraagtekens. Het suggereert volgens de raad dat beleidsvorming en -uitvoering los van elkaar staan, terwijl deze elkaar wederzijds beïnvloeden."

Ook de PO-raad herkent de meeste conclusies uit het rapport. De politiek grijpt nog steeds naar wetgeving voor het onderwijs bij incidenten en maatschappelijke crises. Recent voorbeeld is het voorkomen van obesitas door bewegingsarmoede aan te willen pakken door scholen een derde uur gym te willen opleggen. De PO-Raad hoopt dat dit rapport het onderwijs helpt om in een betere taakverdeling met de overheid te komen.

Aardig is dat de PO-raad een concreet voorbeeld noemt van een gewenste stelselverandering. "Het aanbod voor jonge kinderen is bijvoorbeeld nu een jungle van regelingen, publieke en private voorzieningen, toezichthouders, cao's en beroepsopleidingen. De schoorvoetendheid waarmee het Rijk dit oppakt, frustreert de samenwerking die scholen en hun partners op lokaal niveau tot stand brengen. Het kabinet borduurt daarbij voort op twintig jaar oude bestuurlijke verhoudingen, terwijl we de hele wirwar rondom het onderwijs tegen het licht zouden moeten houden in een nieuw bestuurlijk beraad."

AOb
De reactie van de AOb is een echte vakbondsreactie. "De evaluatie van het rapport Dijsselbloem bevat weinig verrassingen voor de AOb." Maar dat overleg met de onderwijskoepels en vakbonden als onvoldoende wordt ervaren, roept om een kanttekening. "Maar het loopt scheef wanneer OCW een clubje geselecteerde leraren uitnodigt en vervolgens alleen opschrijft wat het ministerie bevalt." Daarom is de conclusie ook heel logisch. Voorzitter Walter Dresscher: "Het zou geweldig zijn als politici zich weer op de hoofdlijnen gaan richten en nieuw beleid eerst met het onderwijsveld wordt afgestemd. Maar het zou me niet verbazen als politiek Den Haag gewoon doorgaat met het sluiten van gedetailleerde bestuursakkoorden met alleen de werkgeversorganisaties."

Zeker is in ieder geval dat de grondigheid van het advies van de Onderwijsraad niet echt aansluit bij de vluchtigheid van de politiek in deze tijd.

Bronnen:

Delen