• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Beoordelingskader vo: hoogste niveau blijft doel

07 SEPTEMBER 2015

Vlak voor de zomer is staatssecretaris Dekker tegemoet gekomen aan de wensen van de Tweede Kamer met betrekking tot het beoordelingskader dat de Onderwijsinspectie hanteert voor het voortgezet onderwijs. Eén van de maatregelen is dat de opbrengstbeoordeling van de leerresultaten bij de doorstroom aan het einde van de onderbouw ten opzichte van het advies van de basisschool wordt veranderd. Vo-scholen krijgen geen negatieve beoordeling meer als een leerling terechtkomt in het laagste niveau van het basisschooladvies.

In het huidige model krijgt een leerling met bijvoorbeeld een advies havo/vwo die in leerjaar 3 op het havo komt, nu in de berekening een score -0,5 punt. Komt deze leerling in leerjaar 3 op het vwo, dan krijgt deze in de berekening een score +0,5. In het nieuwe model wordt een leerling met bijvoorbeeld een advies havo/vwo die in leerjaar 3 op het havo komt, neutraal meegeteld in de berekening, score nul. Komt deze leerling in leerjaar 3 op het vwo, dan krijgt deze in de berekening een score +1. Dat levert een positieve prikkel op voor opstroom bij dubbele adviezen.

Dubbel advies
Scholen die leerlingen met een dubbel basisschooladvies kansen bieden en hen in de hoogste schoolsoort plaatsen, zullen niet meer een negatieve score krijgen als de leerlingen in het derde jaar in de lagere schoolsoort zitten. Hierbij geldt wel dat de normering van de indicator uitgaat van een minimaal aantal leerlingen dat in leerjaar 3 op het vwo terecht komt. Het is dus niet zo dat een school leerlingen met een dubbel advies havo/vwo simpelweg op het havo kan plaatsen, zonder dat dit consequenties heeft. Een risicomijdende school die leerlingen geen kansen biedt, haalt voor deze indicator een onvoldoende. In een kwaliteitsonderzoek kan de inspectie vervolgens beoordelen of deze school leerlingen tekort doet. Negatieve gevolgen door scholen af te rekenen op afstroom worden op deze manier sterk verminderd. Staatssecretaris Sander Dekker komt met beleidsvoorstellen tegemoet aan moties uit de Kamer.

Onduidelijk
Los van de discussies die de laatste tijd in het onderwijsveld zijn gevoerd dat het streven naar het hoogste niveau niet gelijk staat aan de beste persoonlijke ontwikkelong, blijft de staatssecretaris scholen belonen wanneer de leerling aan het eind van de onderbouw op het hoogste niveau zit. Verus, de besturenorganisatie van het protestants-christelijk onderwijs, vraagt zich daarbij af waarom daar een +1 score bij hoort. Wat draagt dit bij aan het belonen van de kansen die een school biedt? Is aantoonbaar dat een school leerlingen beter aanzet om het hoogste niveau te behalen als zij aan het einde van de onderbouw daarvoor beloond worden?

Een school kan beter beleid maken door de leerlingen met een gemengd advies uit het basisonderwijs bij aanvang van het voortgezet onderwijs in een (brede) klas met het hoogst haalbare niveau te plaatsen.

Verschil SE en CE
De tweede verandering in het voorstel van de staatsecretaris is om voortaan het verschil tussen Schoolexamen (SE) en Centraal Examen (CE) uit de beoordeling van de inspectie te laten. Dit is een logische stap nadat het CE verplicht gemiddeld een voldoende moet zijn.

Verus is over deze verandering ronduit positief. "De trend van de laatste jaren om het SE te gebruiken als een soort examenoefening kan nu worden gekeerd. Scholen bieden leerlingen veel meer aan dan de centraal geëxamineerde cognitieve vakken. Deze elementen, veelal gericht op brede vorming en allerlei vaardigheden, sluiten aan bij de onderwijsvisie van de school. Het is goed als scholen het belang van deze elementen tot uitdrukking kunnen brengen door ze te examineren in het SE.  Door scholen niet meer te beoordelen op het verschil tussen SE en CE krijgen zij hiervoor meer ruimte."

Bron: Opstromen in het vo wordt gemakkelijker, Verus, 3 september 2015



Delen