• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Bijbelstudie Week #25

15 JUNI 2020

 

Luister hier de bijbelstudie / podcast!

Lezen | Psalm 119:105-112

Intro

We pakken de draad weer op. De een voorzichtig en terughoudend. De ander geeft zich volop over aan de ruimte die er is en verkend graag de grenzen. Tegelijk klinken er meer kritische stemmen die de crisismaatregelen ter discussie stellen. En na een week met massale demonstraties in verband met de tragische dood van George Floyd is duidelijk dat massale overtreding van de 1,5 meter-regel ook in ons land mogelijk is. Is dit normaal? Welk kompas heb jij eigenlijk in ‘het nieuwe normaal’?

Uitleg

David heeft psalm 119 gedicht. Het is een psalm waarin het steeds gaat over het Woord en de waarde van dat Woord. David moet het zelf ook van dat Woord hebben en wisselt die belijdenis telkens af met het gebed om hulp en zegen. De dichter van psalm 119 is een diep afhankelijk mens. De man naar Gods hart die koning mocht zijn, weet dat hij zelf geen goed kan doen en het steeds weer moet hebben van Gods gave.

In vers 105 blijkt dat David in het donker loopt. Hij heeft licht nodig. Het licht van Gods Woord. Aan dat Woord weet hij zich verbonden en ook gebonden. Hij zweert dat hij het Woord zal onderhouden omdat Gods gerechtigheid de basis is. Uit vers 107 blijkt dat David het niet makkelijk heeft. Hij wordt verdrukt en bidt: ‘maak mij levend naar Uw woord’. David bidt in vers 108 verder. Hij vraagt of God zijn dank en gebed wil aanvaarden. ‘Leer mij Uw rechten’, vraagt hij. De kanttekening zegt bij deze rechten: “Dat is, mijn gebed en dankzegging”.

Ondanks de druk en tegenslagen, die ook uit vers 109 en 110 blijken, vergeet David God en Zijn Woord niet. Hij bidt om onderwijs. Juist in deze donkere omstandigheden. Hij trekt zich ook op aan dat Woord. De woorden van God zijn hem tot een eeuwige erfdeel en geven vrolijkheid in het hart. Dat gaat niet vanzelf. David moet zijn hart er naar toe buigen. Hij wil zich aan het Woord houden en dat eeuwig en tot aan het eind van het leven doen.

Toepassing

David zoekt zijn heil in Gods Woord. Dat geeft licht en leven. Hij pleit op Gods Woord en vraagt om onderwijs. Leven, kennis en licht komen van God. Daarmee belijdt David dat deze niet in hemzelf te vinden zijn. Hij is dood, onwetend en donker en daarom zoekt hij het buiten zichzelf. Hij zoekt het bij de juiste Bron. Dat is een diepe en wijze raad en les die anno 2020 nog helemaal actueel is. Ook in de Coronacrisis en voor alle gevolgen die deze crisis heeft.

Het is een les om niet alleen om hulp te bidden als er nood is. In moeilijke omstandigheden mogen en moeten we in de spiegel van Gods Woorden kijken om onderwijs te ontvangen. Het omgaan met tegenslag en moeite kan ook de les zijn. De Heere neemt lang niet altijd onze nood weg. Eerbied voor wat God zegt, blijft staan voor iemand die God volgt. Het Woord betrouwbaar en actueel achten, hoort bij het buigen voor het gezag van God en wat Hij zegt. Daar moet ons hart steeds weer voor ‘geneigd’ (dat is gebogen) worden.

Herken je de strijd om eigen inzichten en gedachten aan de te kant te moeten schuiven om te luisteren naar wat God in Zijn Woord zegt?

Wat is voor jou een belangrijk punt in de spiegel van dit Bijbelgedeelte?

 

Bemoediging

In moeilijke en verdrietige omstandigheden is er vrolijkheid in het hart mogelijk. Als het Woord de lamp voor onze voet is, hebben we reden tot vreugde. Dan gaan we met God. Dankbaarheid en een stellig voornemen horen daarbij. Het is net zoals David in de laatste verzen van het gelezen Bijbelgedeelte zegt. Dan wil je je vasthouden aan God Zelf en tegelijk bid je: houdt U me vast.

In het leven met God gaan gave en opgave samen op. Wat herken je daarvan?


Wat vlied' of bezwijk', getrouw is mijn God,

Hij blijft aan mijn zij in 't wisselend lot;
moog 't hart soms ook sidd'ren in 't heetst van de strijd,
Zijn liefd' en ontferming vertroosten m' altijd.

Hij spreekt tot mijn ziel van 't leven in 't licht
en 'k houd dan mijn oog op 't hoogste gericht.
Hij voert m' op zijn vleug'len naar heilige sfeer,
en 'k voel dan de boeien der zonde niet meer.

Ik roem in mijn God, ik juich in Zijn trouw,
de Rots mijner ziel, waar 'k eeuwig op bouw.
Ik zal Hem nog prijzen in 't uur van mijn dood,
dan rijst nog mijn loflied: "Zijn goedheid is groot!"

Delen