• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Column 'Bidden'

10 MAART 2017

Het is dinsdagavond, 21.45 uur… Hij kijkt me aan, weifelend. “Tja, of u wat voor mij ken doen?” Zijn blik gaat naar beneden, naar de dekens. Hij friemelt wat aan de lakens en daarna zoeken zijn grote ogen weer de mijne. “Eh, of u misschien voor me zou willen bidden?”

Een kwartiertje daarvoor was ik bij hen binnen gekomen. Een oud echtpaar. Zij, hoewel op leeftijd, nog altijd actief en dag en nacht druk met zorgen. Hij, halverwege de 90, zittend in bed, in een terminale fase. De vele lichamelijke klachten hadden hem de laatste weken op bed gehouden. Benauwdheid, pijn, rusteloosheid en angst, ze hadden hem volkomen in de greep. Soms was hij wat gedesoriënteerd. Zo ook vanavond.

Bij binnenkomst had ik hem begroet en eerst zijn vrouw geholpen. Ze zag er moe uit. “Ja zuster, ik ben de hele dag druk. Als ik even in de keuken ben roept íe weer. Hij wil niet alleen zijn hé...” Ik zag een vrouw, gevormd door het leven wat in haar geval vooral hard werken betekend had. Zwoegen en sloven, van de vroege morgen tot de late avond. Onvermoeibaar was ze altijd geweest, maar nu leek het haar toch op te breken.

Na een praatje met haar was ik naast het bed van meneer op een stoel gezakt. Met in mijn achterhoofd de wetenschap dat ik na hen naar nóg drie adressen moest nam ik me voor daar niets van te laten merken. En dus had ik heel rustig gevraagd: “Meneer Bakker, kan ik misschien voor ú nog iets doen?”

Monter zat hij op bed. Zijn gestreepte pyjama was omhoog geschoven en de kussens lagen overal behalve op de goede plek. Nadat alles weer wat recht getrokken was nam ik weer plaats. En zag ik zijn twijfeling. Ik keek hem aan, glimlachte en zei: “Zeg het maar...”  Dat was voldoende om hem aan het praten te krijgen. “Tja…, kijk, ik hoop dat dit voor een dag of twee is zuster en dat ik daarna weer naar buiten kan.” Verbaasd vroeg ik: “Naar buiten?” Wat triest, deze man had duidelijk nog niet in de gaten hoe ernstig zijn situatie was. “Ja”, zei hij, “ik ben het eigenlijk wel weer zat op bed! Ik zou graag weer naar buiten willen. De plantjes verzorgen en gewoon wat in de tuin rommelen. Maar euh… of u wat voor mij ken doen? Zou u euh… zou u dan misschien voor me willen bidden?”

Zijn vraag trof me. Vanwaar deze vraag? Had ik, zonder iets te zeggen, de indruk bij hem gewekt dat hij dit wel aan me kon vragen? Had hij dusdanig vertrouwen in mij dat ik het geen vreemde vraag zou vinden? Ik heb alleen maar geknikt, zijn handen vastgepakt en gezegd: “Ik zal vanavond zeker voor u bidden.” Het leek hem goed te doen, moed te geven. “Nou, als u dat nou voor mij ken doen dan komt het vast weer goed zuster...”

Ik héb die avond gebeden voor hem, en ook voor zijn vrouw. Hen beiden voor de Heere God neergelegd, met al hun moeiten en verdriet. En gevraagd of ze rust mochten vinden, in Hem...

Het bericht in de rapportage dat meneer overleden was kwam ook voor mij als een schok. Het was wederom het bewijs dat de dood met niets en niemand rekening houdt en toch altijd nog weer onverwachts komt. Ik had niets voor hem kunnen doen, behalve zijn kussens wat opschudden en voldoen aan zijn vraag voor hem te bidden. Maar ook al lijkt dat weinig, is het toch niet het allermeest en allergrootst wat we voor iemand kunnen doen? Bidden. Bidt u? Bid jij? Voor jezelf maar ook voor anderen? Vanuit jezelf of alleen als er specifiek om gevraagd wordt? Iets om over na te denken... Doet u het?

Deze column is geschreven door Annemarie, wijkziekenverzorgende in de thuiszorg.

Delen