• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Column 'Ik ben geknakt...'

21 JULI 2017

Dat kwam zo, boven mijn hoofd hing aan de waslijn een grote plant in een zware pot, bloeiend met veel roze en witte bloemetjes. De vrouw geeft elke dag water en op donderdagmorgen hoorde ik een scherpe knap en gelijk daarna voelde ik een enorme dreun. Ik knakte en mijn steel scheurde. Er was nog een minuscuul draadje over waaraan mijn steel vast zat. Mijn bladeren hingen slap en in de hete zon verschrompelde ik gelijk. De vrouw kwam naar me toe en zuchtte: ‘Ach zonnebloem toch, oh wat jammer!’ Ze pakte een houten stokje uit het schuurtje en een rol doorzichtig band uit de keukenla. Ik hoorde ze op donkere toon dingen zeggen toen het laatje niet goed dicht ging, vanuit mijn liggende positie zag ik dat er blaadjes papier en een stuk schaar boven de la uitstaken. Ze zette me weer rechtop op mijn voet en maakte het stokje vast met een elastiekje. Daarna rolde ze plakkerig band om mijn steel.

Elke dag kwam ze met de zinken gieter en gaf ze me water en praatte ze tegen me. Ik hing slap tegen het stokje aan, ik was ook nog zo klein.  Ik hoorde de vrouw tegen de lange jongen zeggen: ‘Het is Pinksteren vandaag, het feest van de Geest’. Toen de vrouw die dag erna achter haar zwarte scherm aan tafel zat voelde ik de wind door mijn bladeren gaan en ik merkte dat de sapstroom naar mijn kroon ging. Ik hoorde de pimpelmees ’s morgens vroeg zijn fietspomp-achtige geluidjes  maken en daarna deed de lange jongen de deur van het slot. Hij ging weg in een groen met zwarte trui, een zwarte broek en zwarte schoenen met rubberen neuzen.

Op het bankje naast de grote groene ton zit de vrouw en ze kijkt naar me. Er is een bult gegroeid op de plek van de breuk, de scheur is dicht en mijn steel wordt elke dag dikker. ‘Jij bent een wonder’ zegt de vrouw. De klap vergeet ik niet, er staat een lange stok naast me en ik zit er met een wit stuk elastiek aan vast. Zal ik een grote gele bloem krijgen en een sterke steel? Kunnen de bijen de bloem vinden als de zomer op zijn eind loopt? Zullen de pimpelmezen mijn pitten eruit pikken als de dagen korter worden? Ik zuig water op uit de zwarte grond en koester me in de zon.

De man zit aan tafel en schuift zijn bord opzij. Hij leest voor uit een dik boek: ‘Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen’. De vrouw zit stil en kijkt uit het raam naar mij, de lange jongen heeft nu een korte broek met een wit t-shirt aan. Zijn nagels zijn zwart en zijn gezicht is rood.

De vrouw zit achter een zwart scherm, haar vingers gaan snel heen en weer. Af en toe stopt ze, kijkt ze naar mij en daarna gaan haar ogen omhoog. Naast haar ligt het dikke boek, ze kijkt er in en gaat dan weer met haar vingers over de toetsen. Ze zegt tegen de man: ‘lees jij zo even met me mee? Ik vind dit zo’n mooi beeld, God kan mensen echt genezen!’

Mijn steel is gescheurd en geknakt. Ik ontvang de zon en de regen, de wind houdt mijn bladeren in beweging. Ik leen tegen een stok van licht hout. Er zit een kleine gele knop in mijn kroon, nog even dan bloei ik. 



Geschreven door Vera, werkzaam als maatschappelijk werker in Rotterdam.

Delen