• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Column ‘Mijn moeder is vertrokken’

16 NOVEMBER 2015

Mijn moeder is vertrokken maar niet met onbekende bestemming. Van hier naar de overkant, naar het land achter de horizon van de tijd, haar eeuwig huis in de hemel. Ze was erg oud en erg in de war, ze glimlachte net zo lief naar de verzorgsters als naar ons als kinderen. Dat was pijnlijk, niet die glimlach naar ‘vreemden’ maar het niet herkennen van ons als eigen dochter of zoon.

Dementie is een verschrikkelijk ontluisterend gebeuren en een angst voor veel mensen die een dagje ouder worden. Mijn moeder heeft het gezien bij mijn vader en toen hij overleed denk ik dat de Alzheimer haar al te pakken had. Steeds minder ging ze zeggen en op het laatst fluisterde ze alleen maar. Stapje voor stapje is ze achteruit gelopen tot ze niet verder kon en over het randje van de tijd geduwd werd. Aangrijpend en afschuwelijk om te zien hoe mijn moeder vocht met de dood en toch het onderspit moest delven. Echt de laatste vijand, terwijl zij in haar leven altijd met God gewandeld heeft. Er was niets romantisch aan, dit gevecht van leven op dood.

Toch is dat niet het hele verhaal, dit is het zichtbare deel. Het deel wat wij als kinderen zagen was het tijdelijke, het sterfelijke dat ‘teniet gedaan moet worden’ zegt Paulus. Door het geloof zagen we ook die andere kant en hebben we gezongen van het ‘gedurig bij U zijn’ en ‘zij gaan van kracht tot kracht steeds voort’. Een struise hoofdzuster stond bij mijn net overleden moeder en barstte in huilen uit. Wij keken haar wat verschrikt aan, deze zuster had waarschijnlijk veel vaker aan een sterfbed gestaan, dus waarom dit huilen? Ze vertelde: ‘ Ik merkte zo weinig van God, waar is Hij, bemoeit Hij zich met mijn leven? Door het sterven van je moeder heb ik ervaren dat God er is. Zeg nooit dat het zinloos is, voor mij heeft dit sterven zin gehad.’ ‘Nou’, zei mijn zus, ‘mijn moeder was echt geen heilige hoor, ze was ook een kattenkop’. ‘Maar dat ben ik ook!’ huilde de hoofdzuster.

Mijn moeder is begraven op een stralende dag, de lucht was strakblauw en het regende gouden bladeren op de begraafplaats. Mijn broer heeft een prachtige speech gehouden waarin glashelder naar voren kwam wie mijn moeder was. Door mij en andere kinderen is zij naar het graf gedragen. Mijn dochter zei: ‘Ma, je liep echt trots’ en dat was ik ook. Trots op mijn moeder, die zo’n hartelijke vrouw was die voor elke ziel een goed woord had en een bakkie koffie met boterkoek. We hebben haar in het graf gelegd en wachten op de dag van Jezus Christus. Luther zegt: Een engel zal komen en kloppen op mijn grafsteen: ‘Martinus, opstaan!’

Bij House of Hope maakte ik pas ook een begrafenis mee. Een Katendrechter overleed op jonge leeftijd. Ik ging op de fiets naar het woonhuis en de weedlucht sloeg me in het gezicht toen ik afstapte en mijn fiets ankerde aan een afgebladderd paaltje. Het was een grijze lucht en rillerig koud. Er hingen Feijenoordvlaggen uit het raam en de bedroefde familie stond in rood/witte kleding op de stoep te wachten tot de kist uit het krappe gangetje van het bovenhuis kwam. Een Feijenoordkist, geschilderd in rood/wit. Na een rondje om ‘de Kaap’ ging de stoet naar de begraafplaats en dat was het dan. Vertrokken.

Wat een voorrecht om te weten van een God die een huis met veel woningen klaar heeft voor iedereen die Hem lief heeft. En wat een verschil…

Deze column is geschreven door Vera, Maatschappelijk dienstverlener House of Hope



Delen