• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Column 'Nachtdienst en een delirante patiënte'

08 APRIL 2016
Half elf in de avond: ik stap enigszins weemoedig mijn auto in om naar mijn werk te gaan. Nog voordat ik van huis vertrokken ben zijn er voor mij een aantal deprimerende woorden gesproken: "O, zo vervelend dat je nu moet gaan werken en wij naar bed gaan, ik zou dat niet willen hoor! Wij gaan lekker slapen hoor."

Maar éénmaal in de auto zakt mijn weemoedige gevoel al een beetje. Nachtdiensten zijn niet mijn meest favoriete diensten, dus praat ik mezelf moed in om aan het werk te gaan. Ik weet dat als ik eenmaal op de afdeling ben, het gevoel van weemoed volledig weg is.

Het is inmiddels kwart over elf als de avonddienst mij de patiënten overdraagt voor de nachtdienst.
Om twaalf uur start ik mijn ronde en kom ik al een patiënte van 80 jaar, zonder loophulpmiddel, tegen op de gang. Ze is opgenomen in verband met een totale heupprothese en is die dag geopereerd. Mevrouw vertoont tekenen van een delier. Ik probeer haar naar haar kamer te begeleiden maar dat wordt niet geaccepteerd. Ze is boos omdat er zoveel lampen branden terwijl zij wil slapen. Ook de buurman snurkt veel te hard en moet daar me ophouden. Met verwijtende ogen kijkt ze mij aan. "Wat doe die man eigenlijk hier naast me op de kamer. En wat doe jij hier in mijn huis? Ga weg!" Ik blijf bij haar staan omdat ik een val wil voorkomen. Na veel te hebben gepraat en uitleg te hebben gegeven waarom zij hier is, lukt het met toch om haar in bed te krijgen. Maar mijn zorg is ook nog of ze het gaat accepteren dat ik haar antibiotica ga geven via het infuus. Ik ga rustig naast haar zitten en terwijl ik met haar praat spuit ik langzaam de antibiotica door het infuus. Erg verbaasd zie ik haar gezicht veranderen in een rustige en lieve uitdrukking; "Ach meisje, heb je een feestje gehad dat je nog zo laat op bent? Moet jij niet gaan slapen, het is al bijna ochtend." Ik leg haar uit dat ik van de nachtdienst ben en dat ik heel de nacht wakker ben. Ik vraag aan haar of ze weet hoe laat het is. “Ja, natuurlijk weet ik dat” is haar antwoord, "dat hoef ik jou niet te vertellen." Ik ga er niet verder op in omdat ik vrees dat haar stemming zo weer kan omslaan. Ik verlaat haar kamer en vijf minuten later ligt mevrouw heerlijk te slapen.
Ik hervat mijn ronde en geef de nodige antibiotica’s aan de patiënten.
Na mijn ronde is het inmiddels half 1 en begin ik met het uitzetten van de medicijnen.

Om 06:00 uur in de ochtend sta ik weer naast haar bed om haar de volgende gift antibiotica te geven. Ze kijkt me vol verbazing aan en vraagt “Ben je nu al weer wakker? Ik wil nog gaan slapen!” Ik leg haar uit dat ze na de antibioticagift weer verder mag gaan slapen. Dankbaar kijkt ze me aan en zegt: “Wat ben je toch een lieverd, ik ben blij dat ik weer mag gaan slapen. Doe je alle lampen uit?”
Met een glimlach om mijn gezicht verlaat ik haar kamer. Tja, toch zijn nachtdiensten niet zo erg als dat ik van tevoren gedacht had. Op naar mijn volgende nachtdienst…

Deze column is geschreven door Marijke, verpleegkundige



Delen