• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Column 'Ontvangen'

18 DECEMBER 2015

Bizar. Fiets ik vanmiddag langs een grote drogisterij, staat er op de stoep een rij met wel twintig Chinezen. Ze zullen wel om melkpoeder komen, in China schijnt de melkpoeder niet betrouwbaar te zijn dus sturen Europese Chinezen de potten poeder op naar China. Lastig om te vragen aan je familie in Europa, of ze melkpoeder willen sturen omdat je zelf er niet voor kan zorgen. Mijn zoon van vijftien krijgt daarentegen regelmatig pakketjes vanuit China opgestuurd. Het kost niks, een bamboe telefoonhoesje voor vier euro waar je hier twintig euro voor betaalt, sokken van zestien cent per paar en e-sigaretten die hij verkoopt in zijn klas voor het dubbele. Handelsgeest kan je hem niet ontzeggen, of het allemaal goed is vraag ik me af. Hij koopt allerlei troep, meuk zou mijn andere zoon zeggen,  uit China om hier te verkopen. Zo houden we elkaar lekker bezig.

Op Katendrecht woont een grote groep Chinezen. Zij kwamen honderd jaar geleden naar Nederland en gingen hier pinda’s verkopen. ‘Pinda lekkah pinda lekkah’ riepen ze over straat. Later kwam daar de opiumhandel bij en was Katendrecht berucht om zijn opiumhuizen en -handel. Chinezen integreren vaak slecht. De vrouwen komen om hulp en spreken meestal bar slecht Nederlands. Ze werken keihard, vaak in restaurants en zorgen daarnaast voor het gezin. Wan-Yu is ook zo’n vrouw, een bezige bij die aan het zorgen is voor iedereen. Ze komt op de vrouwengroep en is altijd vriendelijk. Haar man is depressief, heeft kanker, haar schoonmoeder is invalide en wil geen thuiszorg van Nederlandse mensen. Daar moet Wan-Yu voor zorgen en ze doet dat met liefde. Ze glimlacht en de tranen lopen over haar wangen. Een inkomen op bijstandsniveau is niet rustgevend,dat is echt bikkelen. Als je erg handig bent kan het lukken om er mee rond te komen maar er moeten geen gekke dingen gebeuren. Wat heel belangrijk is in zo’n geval is een netwerk, mensen om je heen die je eens wat toestoppen, kleren die te klein zijn doorschuiven naar jou of je band plakken als die lek is.

Dat heb ik op school geleerd, vraag naar het netwerk! Ik zie dat dit zo belangrijk is, als jij valt dat er een ander is die je kan opvangen. Als hulpverlener zie ik mijn cliënten een keer in de twee weken, die andere dagen moeten zij het hebben van de mensen om hen heen. Mooi is het om de vraag om te keren: ‘Wat zou u doen als ze u vragen om hulp?’ ‘Ja, natuurlijk zou ik dan helpen’. Ontvangen en kwetsbaar zijn is lastig. Niet alleen voor mijn cliënten, ik doe ook het liefst alles zelf. Als mijn buurvrouw me een Turkse pizza geeft wil ik toch graag iets terug geven. Ik voel me zo in de min staan als ik alleen maar ontvang.

Wan-Yu staat ook wel eens bij de Etos, melkpoeder halen voor haar nichtje uit Shanghai. Dat doet ze graag, ze wil er gerust een half uur voor staan bibberen op de stoep. Bij House of Hope om hulp vragen is lastiger, daar komt ze met verontschuldigingen en probeert ze met een grote cake ons weer een plezier te doen.

Ontvangen zonder iets terug te geven is moeilijk. Net zoiets als genade?

Deze column is geschreven door Vera, Maatschappelijk dienstverlener stichting House of Hope



Delen