• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Column ‘Pinksteren en de taal van de Kaap’

09 MEI 2016

Katendrecht wordt het hoereneiland van Rotterdam genoemd. Dat was vroeger, toen zeeschepen nog aanmeerden in de Rotterdamse havens en de zeelui ‘in elke stad een andere schat’ hadden. De bordelen zijn stuk voor stuk gesloten, tot de laatste twaalf in 1982 opgedoekt werden.

In de Bijbel lees ik regelmatig het woord ‘hoer’. Een niet kerkelijk opgevoede vriend verbaasde zich erover dat hij in de kerk zo vaak het woord ‘hoer’ hoorde vallen. Rachab de hoer die het rode koord uit het raam hing en Tamar die zich als hoer vermomde. Van Jezus lees ik ook dat hij omging met ‘hoeren en tollenaars’, bekende klanken! Ik zie mezelf nog niet zo’n rood verlicht pandje binnen stappen om een kopje thee te gaan drinken met een prostituee. Ik spreek de taal niet van de straat, van de hoeren, van dat leven.

Echte ‘Kapenezen’ praten met weemoed over die ‘goeie ouwe tijd’. De tijd dat de vrouwen op hun klanten zaten te wachten en ondertussen op de kinderen letten die op de stoep speelden. Dat iedereen elkaar kende en het gezellig was op straat. Mijn cliënt, Wil*, heeft ook ‘in het leven’ gezeten. Door hoeren opgevangen toen ze als dertienjarig meisje weg liep van huis omdat haar moeder haar sloeg met een strijkijzer of stofzuigerstang en haar zonder onderbroek naar school stuurde. Wil had geen geld, geen werk, tja, wat ga je dan doen? Ook maar de prostitutie in. En het verdiende goed.

Op de lagere school was een juffrouw die haar kinderen zag. Ze zei: ‘als je met je hoofd naar beneden gaat zitten weet ik dat je geen onderbroek hebt, dan mag je met mij mee lopen naar de gang en krijg je er eentje’. Ze maakte er verder geen woorden aan vuil. Een juffrouw die Wil nooit vergeet, een mens om in een gouden lijstje te zetten.

Wil is veel bezig met spirituele dingen en probeert haar leven op orde te krijgen. Ze weet dat Hemelvaartsdag een vrije dag is maar vraag haar niet wat het betekent, laat staan Pinksteren. Pinksterbloemen, dat zijn toch van die paarse? Mijn wereld en de hare, wat een mijlenbreed verschil zit daar tussen! Ik met mijn brave leventje, ik weet dat mijn ouders van mij hielden, dat ik een fijne familie om me heen heb en dat ik me geen zorgen om geld hoef te maken.

‘De Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan’. Daar bidt ik om, dat ik de taal van Wil zal spreken om haar te kunnen bereiken. De taal van die juffrouw van de lagere school, die Wil zag en haar hielp met weinig woorden. Om met liefde naast haar te staan en haar roep om hulp te horen. Om present te zijn en iets van God te laten zien. Zo heet Hij ook: ‘Ik ben erbij’.

Deze column is geschreven door Vera, maatschappelijk dienstverlener stichting House of Hope.

*Gefingeerd



Delen