• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Column 'Zomaar een avond...'

10 MEI 2017

Gemiddeld twee keer per week draai ik een avonddienst in de thuiszorg. Dat doe ik nu alweer bijna 9 jaar en ik kan u zeggen: geen avond is hetzelfde! Overwegend verlopen ze rustig en volgens een redelijk vast stramien. Nadat ik van huis gegaan ben is mijn eerste stop ons kantoor. Ik verzamel daar de sleutels die ik nodig heb, lees eventuele bijzonderheden in de groepspostbus en ontmoet meestal nog even mijn collega voor die avond. We kletsen wat en daarna scheiden onze wegen; we hebben beiden een vaste route. Graag neem ik u mee!

“M’n klok is ok weer gemaokt zuster..” Direct bij binnenkomst is het raak. Meneer zit op de bank, hij neemt niet eens de moeite mijn begroeting te beantwoorden. Indirect is zijn vraag: “Zuster, zou u mijn klok weer even aan de wand willen hangen?” Het is er één uit de jaren zeventig vertelt hij, zo één met van die zware druppel-vormige gewichten aan een ketting. Binnen een mum van tijd heb ik ‘m hangen, maar nu moet íe het nog gaan doen! Al snel ontdek ik het geheim: hij moet precies waterpas hangen! “Kwart voor zeven is het, ziet u? Hij doet het hoor...” Meneer is blij, érg blij. Hij vergeet spontaan te mopperen, iets wat hij overwegend doet. Op de politiek, op de burgemeester, op zijn buren, en ja, soms ook op ons… Ik help hem in zijn pyama en leg zijn medicijnen klaar. Nog even een praatje aan de keukentafel en dan stap ik weer op. “Dag maid, bedankt hor...”

“Goedenavond!” Ik stap de hal binnen en luister of mevrouw mijn roep gehoord heeft. In de woonkamer tref ik haar aan. Het is warm binnen, bloedheet zelfs! In een snelle blik op de thermostaat zie ik: 27.5 graden. Met een nog snellere draai naar links staat íe weer op 20. Mevrouw kijkt me aan, rode blossen op haar wangen. Ze ziet er vermoeid uit. Op een bordje op tafel liggen wat krentenbollen, ernaast ligt bestek. “Heeft u al gegeten?”, vraag ik. “Jazeker, dit is voor mijn man! Hij is even weg. Ik weet niet waarheen maar ik verwacht hem zo weer terug hoor...” Schrijnend. Mevrouw is namelijk weduwe. Haar man is jaren geleden overleden! Ik probeer haar wat af te leiden en zet haar tegenover mij aan tafel. We praten over van alles en nog wat en ongemerkt eet ze zelf de krentenbolletjes op. “Het was lekker zuster, dank u wel voor uw goede zorgen!”

Naar het volgende adres…

Ze huilt. Als een kind hangt ze tegen me aan. “Het is niet goed Annemarie, de dokter heeft het gezegd...” En weer huilt ze, deze 64-jarige minder begaafde vrouw. Minder begaafd in de ogen van veel mensen, maar dit beseft ze wel degelijk: dat de dokter gezegd heeft dat ze ongeneeslijk ziek is! “Het zal wel sterven worden Annemarie...” Aanhankelijk is ze, en als ik mijn armen om haar heen sla laat ze dat gewillig toe. Wat zijn woorden in een situatie als deze…?

“Oh lieverd, ben je daar weer?” Ik word begroet met een liefdevolle kus. Mevrouw ligt al in bed, 95 jaar is ze. “Wil je een mandarijntje schat? Ik heb ze speciaal mee naar boven genomen!” Samen eten we een mandarijntje, zij lekker warm onder de dekens en ik zittend op de rand van haar bed. Ze geniet er zichtbaar van, en ik ook. Op mijn vraag of haar dag goed verlopen is antwoordt ze: “Ohh ja, het was zo fijn, mijn zusje is geweest!” Later bleek dat ‘zusje’ ook al 88 jaar is… ;-)

En weer door…

Ook hier is het warm binnen en er hangt altijd een onbestendig geurtje. De mensen zijn echter alleraardigst. Man, vrouw en een nog thuiswonende zoon van midden veertig. Ik controleer de medicatie die meneer in moet nemen en rapporteer in zijn dossier. Zoon heeft een lange dag gehad op zijn werk en gaat naar bed. “Welterusten mama”, en hij geeft zijn moeder een kus. Ergens vind ik het vertederend, haast kinderlijk, hoewel het ook een beetje vreemd aandoet voor mijn gevoel. Als hij naar boven is vertellen meneer en mevrouw wat meer over hem. Hoe hij altijd voor hen klaar staat, dag en nacht! Hoeveel steun ze aan hem hebben! Hoe lief hij is. En dan blijft er alleen maar dankbaarheid over. Dankbaarheid, dat zij nog thuis kunnen blijven wonen dankzij de hulp en aandacht van hun grote ‘kleine’ zoon…

Beste lezer, mijn avonddienst zit er nog lang niet op. Ik heb u slechts mee kunnen nemen naar een vijftal cliënten. Gemiddeld bezoek ik er tijdens een avond 12-16. U begrijpt dat geen avond hetzelfde is. Iedere cliënt heeft zijn of haar eigen zorgen, moeilijkheden, ziektebeelden. Iedere cliënt vraagt een unieke benadering, iedere avond is daardoor bijzonder. Ik ben dankbaar dat ik met ‘mijn’ cliënten op mag trekken, dat zij mij toelaten in hun kleine of grote zorgen maar ook dat ik soms mag delen in hun vreugde. Ze geven mij de kans er met heel mijn hart voor hen te zijn en dat maakt dat ik kan zeggen: ik heb het mooiste werk wat ik me in kan denken…

Column geschreven door Annemarie, wijkziekenverzorgende in de thuiszorg.

Delen