• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Gedachten over de klokkenluidersregeling

17 JANUARI 2020

Klokkenluider, een begrip dat de laatste jaren herhaaldelijk het nieuws haalde. Compleet met gedachten over regelingen, bescherming van werknemers en zo. In Nederland is dat dan dus meteen wettelijk geregeld, het zal eens niet: een klokkenluidersregeling is verplicht bij bedrijven en organisaties met 50 werknemers of meer.

Die verplichting geldt dus ook voor christelijke organisaties of bedrijven, of beter gezegd binnen bedrijven waar de eigenaar of directie zich in zijn dagelijks leven wil laten leiden door Gods Woord en de Tien Geboden. De Tien Geboden als wegwijzer en omtuining. Thuis, als ambtsdrager binnen de kerkelijke gemeente, maar zeker in het leiding en sturing geven aan het eigen bedrijf.

De wettelijke plicht voor een klokkenluidersregeling ligt bij 50+, maar zou dat eigenlijk niet onnodig moeten zijn voor christenen? Het voert te ver om hier allerlei teksten uit bijvoorbeeld de brieven van Paulus aan te voeren over de houding die de Heere van ons als leidinggevende of werkgever vraagt. Duidelijk is Paulus wel in zijn verwoordingen. En de Heidelberger Catechismus geeft ons ook zo’n mooi zinnetje in antwoord 111 mee: “Dat ik mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevordere; met hem alzo handele, als ik wilde dat men met mij handelde”. Ofwel: als het goed is heeft een christelijk werkgever het zo geregeld dat niet angst, achterdocht en ‘de kiezen op elkaar en uitkijken wat je zegt’ de bedrijfscultuur kenmerken, maar een eerlijke en open houding. En dan bedoel ik niet op papier met mooie volzinnen, maar in houding en uitstraling, in oog voor de ander. Het bevorderen van het nut van de naaste op het werk is dan niet meer dan normaal en een grondhouding. Voor werkgever èn werknemer.

Een eerlijke en open cultuur betekent dat er binnen het bedrijf geen grenzen worden opgezocht om eigen gewin. Niet in het personeelsbeleid, niet in het omgaan met de verplichtingen richting fiscus (al is er totaal niets mis mee dat de mogelijkheden die de Nederlandse belastingwetgeving biedt goed gebruikt worden), niet naar klanten of afnemers toe en niet als het gaat over bijvoorbeeld milieuaspecten. Vul maar aan. Daarin hoeft geen klok geluid te worden.
En heel belangrijk: er is dan ruimte voor iedereen in en om het bedrijf om kritische vragen te stellen, hardop af te vragen of iets eigenlijk wel kan en daar het gesprek over aan te gaan? Met de juiste persoon en vanuit de juiste houding. Dat dan weer wel.

Zeker te weten: als zorgvuldigheid en een in alle opzichten verantwoorde bedrijfsvoering de leidraad vormen van het dagelijks werk, is er waardering voor diegene die kritische vragen stelt. Ook voor die ene medewerker die met rode vlekken in de hals, met hoge stem en niet goed uit de woorden komend aan het bureau vraagt of dit of dat wel kan en of het ‘eigenlijk’ niet anders moet. Als het goed is wordt dan meteen al aangeslagen op ieder klein piepje. Dat piepje wordt gehoord. Daar heb je helemaal geen luidende klok voor nodig.

Soms is het genoeg om je af te vragen waar je eigen irritatie na zo’n piepje vandaan komt. Is dat omdat die ander eigenlijk gelijk heeft, dan ligt er huiswerk die de noodzaak van klokken luiden al in de kiem smoort. Komt de irritatie omdat die ander zijn of haar plaats niet kent, dan is er meteen het moment om, met bevordering van het nut van de naaste, die ander daarop aan te spreken. En dat hang je weer niet aan de grote klok!

André Lagendijk
André Lagendijk is manager Communicatie & Faciliteiten bij de RMU. Reageren? Laat hieronder een bericht achter of stuur André Lagendijk een mail: reageren@rmu.nu.
Delen