• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Geschonden afspraken, wat nu?

09 DECEMBER 2015

Een basisprincipe in het handelsrecht is ‘pacta sunt servanda’. Dat betekent vrij vertaald dat overeenkomsten nagekomen moeten worden. Iedere ondernemer weet dat de praktijk weerbarstig kan zijn. Door allerlei omstandigheden kunnen de dingen anders gaan dan voorgenomen door (een van) de partijen bij de overeenkomst.

De wetgever geeft tal van instrumenten voor situaties waarin afspraken worden geschonden. Opdrachtgevers (en zeker particulieren) worden steeds mondiger en zijn vaak goed geïnformeerd over de juridische mogelijkheden. Laten we daarom eens op hoofdlijnen een aantal instrumenten langslopen. Of deze vervolgens succesvol zijn, hangt af van de omstandigheden. Dat kunt u het beste laten beoordelen door een jurist.

1. inhoudelijk verweer: Het belangrijkste instrument is het voeren van inhoudelijk of juridisch verweer. Een opdrachtgever kan bijvoorbeeld stellen dat u een rode auto zou leveren. Indien u kunt aantonen dat een blauwe auto was besteld, dan ligt het voor de hand dit verweer te voeren.

2. eigen schuld / voordeel: Wanneer aanspraak gemaakt wordt op schade kan mogelijk een beroep op ‘eigen schuld’ worden gedaan. Schade kan het gevolg zijn van allerlei omstandigheden. Wanneer (een deel van) die omstandigheden ook aan de opdrachtgever zelf zijn toe te rekenen, kan een beroep gedaan worden op het ‘eigen schuld verweer’. De rechter kan in zo’n geval de schade verdelen. Ook kan het zijn dat naast de schade ook voordelen zijn ontstaan door dezelfde gebeurtenis. Bijvoorbeeld een belastingvoordeel of kostenbesparing. Dat voordeel kan dan verrekend worden met het geleden nadeel.

3. verweer tegen ontbinding: Een teleurgestelde opdrachtgever kan een beroep op ontbinding van de overeenkomst doen. Toch is zo’n beroep niet altijd gerechtvaardigd. Bijvoorbeeld wanneer de tekortkoming van geringe betekenis is.

4. onvoorziene omstandigheden: In geval van onvoorziene omstandigheden kan de rechter de overeenkomst aanpassen of ontbinden. Dat wordt echter niet snel aangenomen, omdat de wetgever hiervoor hoge juridische drempels in de wet heeft neergelegd. De eerste drempel is de (on)voorzienbaarheid van situaties. Een onverwachte file op de snelweg is bijvoorbeeld niet snel te kwalificeren als onvoorziene omstandigheid in geval van een te late levering door een transportbedrijf. Anders kan het zijn wanneer bijvoorbeeld sprake is van een terroristische aanslag. Daarnaast stelt de wet als eis dat het onredelijk moet zijn vast te houden aan de oorspronkelijke (ongewijzigde) overeenkomst onder die (gewijzigde) omstandigheden.

5. dwaling: wanneer de verkoper (ondernemer) verzuimt om een bepaald bekend gebrek mee te delen, dan kan de opdrachtgever (koper) een beroep doen op dwaling. Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder dwaling kan daardoor worden vernietigd, met als gevolg dat de koop ongedaan wordt gemaakt. Mocht de opdrachtgever (koper) hierop een beroep doen, dan kan het lonen om een voorstel te doen om het nadeel van de koper op te heffen. In zo’n geval vervalt namelijk het recht tot vernietiging.

6. Klachtplicht: Het komt dikwijls voor dat een opdrachtgever pas maanden na dato klaagt over een gebrek in de levering door de ondernemer. Dat kan een opdrachtgever in juridische zin ‘duur komen te staan’. Door niet tijdig te klagen over een tekortkoming kan het recht om dat te doen vervallen. De wetgever heeft daar in zijn algemeenheid geen termijn voor gesteld. In specifieke gevallen, zoals bij de consumentenkoop tussen een particulier en een bedrijf, is daarvoor een termijn in de wet opgenomen. Bij consumentenkoop is dat bijvoorbeeld 2 maanden na ontdekking.

mr. Arie Heijink, advocaat Rebel & Meure Advocaten te Renswoude
© Rebel & Meure advocaten
Delen