• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Hervorming arbeidsmarkt vraagt lef

20 FEBRUARI 2020

Veel mensen voelen zich onzeker over hun baan en inkomen. Het mag in economisch opzicht nog voor de wind gaan, maar toch is er bij velen een gevoel van onbehagen.

Geen uitzicht op een vast contract, het gevoel dat ‘anderen’ onze banen afpakken, sentimenten rondom politieke leiders die Europa belangrijker vinden dan Nederland: het maakt kwetsbaar voor angst en voor verkeerde keuzes. De perikelen rondom het CETA-verdrag illustreren dit. Onbehagen rond globalisering, technologie en arbeidsimmigratie maakt dat er een zekere angst in de samenleving sluipt die ons vatbaar maakt voor polarisatie. Zeker met de politieke vleugels als aanjager. Ik moet terugdenken aan het Brexit-referendum in Groot Brittannië. Een uiterst complex vraagstuk wordt gereduceerd tot een plat thema en beantwoord door een eenzijdig blijven hameren op het ‘eigen’ stokpaardje.

Krijgt onze arbeidsmarkt hetzelfde lot als Brexit?

Dat gevaar zie ik ook voor de discussie over de toekomst van de arbeidsmarkt. De commissie-Borstlap heeft weliswaar radicale voorstellen afgeleverd, maar is er wel in geslaagd veel lijnen, inzichten en belangen samen te brengen. Om vandaar uit een nieuwe start te maken waarin vaste arbeidsovereenkomst de norm wordt. Mits er binnen die norm ruimte is voor enige flexibiliteit.

Deze nieuwe start kunnen we alleen maar realiseren indien alle partijen, werkgevers en werknemers een gezamenlijk doel voor ogen hebben en vooruit durven kijken. En dat kan alleen indien partijen niet kiezen voor korte-termijn-successen. Of blijven hameren op voorhand onopgeefbare zaken. In deze complexe materie is het namelijk eenvoudig scoren om één thema te ‘kapen’ vanuit een bepaalde belangenhoek. Bijvoorbeeld een –terecht– heel gevoelig onderwerp als flexibiliteit binnen een arbeidsovereenkomst (als het gaat om arbeidsuren of standplaats).

Het is heel begrijpelijk dat dit voor werknemers een heel wezenlijk punt is, maar onze hele samenleving verdient het wanneer iedereen bereid is om over de eigen schaduw heen te kijken. Alle partijen zullen verder moeten durven denken dan handhaving van eigen rechten en verworvenheden. Het is immers onvermijdelijk dat vast werk minder vast en flexwerk minder flex moet worden. Als niemand bereid is om serieus te spreken over ingrijpende maatregelen, dan staat de wagen stil.

Hoe gaan we duurzaam met elkaar om?

Uiteindelijk zullen we zo ruimte moeten creëren voor sociale duurzaamheid in arbeidsrelaties. Niet alleen als sluitstuk, als lapmiddel voor probleemsituaties (zieke of oudere werknemers), maar als vertrekpunt: hoe gaan we duurzaam met elkaar om?

Want de relatie werkgever en werknemer is niet zomaar een toevallige: binnen een organisatie is samenwerking niet alleen een middel, maar ook een doel. Met duurzame arbeidsrelaties waarin solidariteit tussen werkgever en werknemer handen en voeten krijgt. Daar moeten we ons sterk voor maken.

Vorig jaar bestond de ILO, de International Labour Organisation, 100 jaar. In de slotverklaring, die ook door Nederland werd onderschreven, riep de ILO op tot duurzame economische groei en sociale rechtvaardigheid. De eerste pijler daarvoor is: investeren in menselijk kapitaal en fatsoenlijk werk. Dat is alleen mogelijk indien iedereen zich daarvoor verantwoordelijk voelt.

Deze column is gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad (19 februari 2020).

Jan Schreuders
Jan Schreuders is manager Dienstverlening en coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid bij de RMU. Reageren? Laat hieronder een bericht achter of stuur Jan Schreuders een mail: reageren@rmu.nu.
Delen