• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Leerbereidheid van leerkrachten onvoldoende benut

18 APRIL 2016

Op woensdag 13 april is ‘De Staat van de Leraar 2016’, tijdens het congres van de Inspectie ‘Staat van het Onderwijs’, aan de bewindslieden van OCW overhandigd. De Staat van de Leraar 2016 is opgesteld door leraren in opdracht van de Onderwijscoöperatie, waarin de belangrijkste onderwijsbonden samenwerken..

Naar aanleiding van een enquête die is ingevuld door 754 collega’s en een literatuurstudie, komen deze leraren tot de conclusie dat het slecht gesteld is met de professionalisering van leraren: leraren zijn zeer leerbereid, ondernemen ook veel activiteiten, maar doen dit vooral in hun eigen tijd. Deze activiteiten hebben in de helft van de gevallen geen samenhang met het schoolbeleid, wat het minder effectief maakt en voor frustratie onder leraren zorgt. Hierdoor schiet het innovatie- en verbetervermogen van het Nederlands onderwijs te kort.

Leerbereidheid
Bij alle vormen van professioneel leren is de leerbereidheid van leraren van belang. Uit eerder onderzoek bleek dat de wens om te leren bij leraren groter is dan bij andere professionals. Dit onderzoek bevestigt dit: 93% van de leraren geeft aan professionalisering belangrijk of zeer belangrijk te vinden. Bovendien hebben ze wensen die nauw aansluiten bij kenmerken van effectieve professionalisering: ze ontwikkelen zich graag in vakinhoudelijke verdieping, persoonlijke ontwikkeling en didactische vaardigheden.

Eigen tijd
Problematisch is echter dat de meeste activiteiten plaats vinden in eigen tijd: 62,3% van de activiteiten vindt niet plaats onder werktijd. In het PO is dit zelfs 65,5%. Er is zelfs sprake van nog meer fragmentatie. Budget voor professionalisering wordt volgens de helft van de respondenten niet vrijgemaakt naar aanleiding van de visie en de ambitie van de school of op basis van een individueel ontwikkelplan. Hierdoor verdwijnen de beoogde effecten verdwijnen. De relatie tussen de professionalisering en het feitelijke werk is relatief klein: 55% van de leraren geeft aan dat professionaliseringsactiviteiten niets bijdragen aan nieuwe loopbaanmogelijkheden binnen de eigen school.

In het rapport geven de auteurs aanbevelingen voor het verbeteren van de professionalisering van leraren. Besturen moeten sturingsmechanismen en – strategieën gebruiken die nauw aansluiten bij kenmerken van effectieve professionalisering, met behoud van de autonomie van de leraar. Schoolleiders moeten professionalisering koppelen aan tijd, ruimte en verantwoordelijkheid, en helderheid bieden.

Verkeerde focus
In veel mediaberichten over het rapport "De Staat van de Leraar" wordt de focus gelegd bij de schoolorganisaties. Zo schrijft het Reformatorisch Dagblad: "De school wordt er vaak nauwelijks beter van als leraren zich bijscholen. Dat komt doordat docenten die zich willen ontwikkelen dat meestal op eigen houtje en in hun eigen tijd moeten doen, los van het beleid van hun school."

Ook Willem de Potter, voorzitter van het college van bestuur van het Van Lodenstein College en het Hoornbeeck College, bekijkt het rapport vooral als bestuurder en nuanceert de conclusies: "Docenten leren natuurlijk eerst en vooral voor zichzelf. Steeds meer zien we dat ze ook hun kennis delen. Een trend die nog verder moet worden doorgezet." Dit laatste wordt in het rapport juist een onvoldoende genoemd: "De deelname aan leren van collega’s, zoals bijvoorbeeld in een professionele leergemeenschap of bij stichting LeerKRACHT werd in 2015 slechts door 8% van de leraren gedaan. Hier ligt veel ruimte voor verbetering."

De Potter verdedigt vervolgens het professionaliseringsbeleid van zijn scholen, maar raakt de kern van het rapport niet: hoe valt er een match te maken tussen de grote leerbereidheid van een leerkracht en het schoolbeleid. Johan Flier, voorzitter van RMU-sector onderwijs GOLV, signaleert beter waar het knelpunt ligt: "Bij individuele scholing zie je echter nogal eens dat die verwatert of voor de organisatie niets oplevert. Als school moet je daar goede afspraken over maken, zodat de docent terugkoppelt wat hij heeft opgestoken en wat dat voor de school zou kunnen betekenen." Of teambrede scholing werkelijk effectiever is, valt op basis van het rapport te betwijfelen.

Bronnen:

Delen