• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Niet meer meetellen...?

04 SEPTEMBER 2017

Velen onder ons zullen in het bezit zijn van een auto. Dat bezit zorgt er voor dat we op vakantie kunnen, verre (zaken)reizen kunnen maken, op visite kunnen bij familie die wat verder weg woont en ga zo maar door. Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik stap meestal zonder nadenken in en ga op pad. Voor een boodschap, een dagje naar mijn zus of als ik moet werken. Het bezit van een rijbewijs en een auto zorgt voor een groot gevoel van vrijheid. Ik weet nog heel goed dat ik mijn rijbewijs haalde en dacht: ‘zo, dát pakken ze me nooit meer af...’ Samen met mijn vader toog ik naar een Fiat-dealer in Gorinchem; ik wist namelijk al precies welk autootje ik wilde. Een week later kon ik ‘m ophalen: een rode Fiat Cinquecento van 3 jaar oud! Er ging een wereld voor me open… Waar ik eerder slechts bij hoge uitzondering de grote Volvo 240 station van mijn ouders mocht gebruiken (dat moet er raar uitgezien hebben, zo’n klein meisje in zo’n grote auto…) had ik nu zélf een autootje. Ik kon alle kanten op, letterlijk…

Hij zit aan tafel in zijn kleine keukentje. Even daarvoor heeft zijn hond me begroet. Hij snuffelt wat en na een aai over zijn kop hervindt de hond zijn rust en ploft in de mand. Ook ik zak op een stoel, recht tegenover hem. “Hoe is het?”, vraag ik. Zijn blik blijft onverminderd naar de grond gericht en hij haalt zijn schouders op. Hij friemelt wat met een zakdoekje in zijn handen, richt dan zijn blik op de klok. Eén moment maar, dan zakt zijn hoofd weer naar beneden. Nogmaals stel ik de vraag hoe het met hem is, of er iets aan de hand is? Dan kijkt hij me aan. Zijn altijd felle ogen staan mat, hij lijkt verslagen. “Van de week bin ik aangehoue maid. Ze hebbe m’n rijbewijs afgepakt. Nou is ‘t op maid, ik tel niet meer mee. Ken geen kant meer op...”

Zó oud geworden, 87 jaar, en zó veel jaren in het bezit geweest van een auto. Slechts enkele jaren geleden kocht hij nog een nieuwe; hij vertelde me er destijds met stralende ogen over. Verre reizen maakte hij niet, ver-weg-wonende familie heeft hij evenmin. Nee, zijn auto bracht hem bij het plaatselijke winkelcentrum! Voor zijn wekelijkse of soms wel dagelijkse boodschapjes. En misschien waren die boodschapjes wel helemaal niet het belangrijkst! Nee, het betekende voor hem: even er uit, even naar het dorp. Even uit de sleur van alle dag, even naar de winkel. Lopend er heen kan hij niet, fietsen net zo min. Het ritje met de auto was het énigste stukje vrijheid wat hij nog had. En nu? Het is hem afgepakt…

Hij maakt een verslagen indruk. Is er verdrietig om. Boos ook! Als ik hem vraag of hij zelf van gedachte was dat het allemaal nog wel kon moet hij lang nadenken. En tot mijn verrassing geeft hij dan tóch een eerlijk antwoord: “Nee maid, ik slingerde wel veul hé...”

Zijn rijbewijs is afgepakt. Hoewel ik erg met hem te doen heb weet ik: het is beter, er zouden ongelukken gebeurd zijn. Maar meneer zelf is nog níet zo ver. Hij is vooral verslagen en ik kan alleen maar hopen dat het besef dat het beter is langzaam ook bij hem komt. Hij zit er stilletjes bij. Spontaan bied ik aan een pannetje soep voor hem te koken en het de volgende middag te brengen als we toch even naar Hornbach moeten. “Nou, dat zou wel fijn weze maid, dat is lief van je...” De volgende middag breng ik zijn soep. Hij is er blij mee. Zijn ogen staan anders! Bij het zien van mijn kinderen komt er een glimlach op zijn gezicht; “wat een mooi span maid, daar zal je je handen wel vol an hebbe...”

Inmiddels zijn er een paar weken verstreken en is de verslagenheid veranderd in berusting. Zijn boodschappen? Die worden gedaan door een nicht. En een praatje? Dat heeft hij al gauw tijdens zijn dagelijkse rondje over de dijk. En het pannetje soep? Binnenkort neem ik er weer één voor hem mee. Want ook hij telt mee!

Geschreven door Annemarie, werkzaam als wijkziekenverzorgende in de thuiszorg.

Delen