• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Omdraaien eerste en tweede correctie stuit op weerstand

23 MEI 2015

Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs (VVD) besloot onlangs om de correctievolgorde van de eindexamens om te draaien. Kabinetspartijen VVD en PvdA stemden vorig jaar tegen een PVV-motie met dezelfde strekking. De VO-raad verdedigt het besluit van de staatssecretaris, maar de docenten komen massaal in actie tegen het besluit.

Tijdens een overleg over ‘Examens in het onderwijs’ diende Kamerlid Beertema (PVV) in december 2014 een motie in over de correctievolgorde voor de eindexamens op de havo en het vwo. De partij wilde dat de eigen leraar de examens niet langer als eerste zou nakijken. Dat moest een collega van een andere school voortaan doen. Hij kreeg geen meerderheid voor de motie in de Kamer. Ook de coalitiepartijen VVD, en de PvdA wezen de motie af.

Mogelijk stemde de coalitie tegen, omdat staatssecretaris Dekker had laten weten dat de sector zélf het initiatief nam door een pilot op te zetten op een tiental scholen. De sector was in dit geval de VO-raad, de werkgeversorganisatie. De raad voerde de pilot uit. “Dat zou wellicht de reden kunnen zijn geweest dat die motie toen is verworpen, omdat iedereen de reacties van die pilot wilde afwachten”, zegt de woordvoerder van het ministerie. 

Toch
De staatssecretaris heeft op 23 april een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij aangeeft dat vanaf 2016 de eerste en tweede correctie van de centrale examens in het voortgezet onderwijs in volgorde toch worden omgekeerd. Eerst beoordeelt een docent van een andere school het examen. Pas daarna is de ‘eigen’ docent aan de beurt. In 2017 worden de effecten beoordeeld en bekeken of verdere of andere maatregelen nodig zijn.

Woede
De Telegraaf berichte op 19 mei op de website dat docenten woedend zijn. „Deze maatregel tot omgekeerde correctie haalt al het plezier en motivatie bij het corrigeren van examens weg en straalt wantrouwen naar docenten uit," verklaren de opstellers van een petitie, die tot en met vandaag (22 mei) meer dan 5000 keer is ondertekend.

AOb-voorzitter Walter Dresscher wijst erop dat Dekker niet bekend is met de gangbare procedures. "Los van de constatering dat Dekker het docentenkorps blijkbaar niet genoeg vertrouwt, heeft zijn plan arbeidsvoorwaardelijke consequenties. Er wordt geschoven met werklast. Dit soort dingen kun je niet beslissen zonder eerst te overleggen met de bonden."

Pilot
De VO-raad reageert met een uitgebreide uitleg van de resultaten van de pilot die de raad heeft gehouden tijdens de examens van 2014 onder enkele tientallen docenten. Op grond van de pilot, die uitging van drie varianten, heeft de raad aan de staatssecretaris geadviseerd de omdraaiing gedurende twee jaar in het hele voortgezet onderwijs te beproeven en de effecten grondig te onderzoeken en evalueren. Een vrij definitief besluit, zoals het nu lijkt uit de kamerbrief, ligt niet in de lijn van dit advies.

De VO-raad legt uit dat niet de cijfers zelf beslissend zijn geweest voor het advies. "Gekeken is naar de achterliggende motivatie van de deelnemers uit de gesprekken om voor of tegen omdraaiing te zijn en naar wat er gebeurde bij de verschillende varianten. Daarbij heeft de VO-raad gekozen voor het argument van de voorstanders dat de kwaliteit van de correctie verbetert als je omdraait. Het argument van de tegenstanders van omdraaiing – hoe begrijpelijk ook – dat je het werk van je eigen leerlingen direct wilt zien, vinden we daaraan ondergeschikt. Uiteindelijk is dus gekozen voor het belang van de leerlingen."

Werkdruk
Naar de pilot van de VO-raad verwijst het ministerie van OCW in de kamerbrief. Maar de staatssecretaris zet de conclusies van de VO-raad naar zijn hand. "Er is draagvlak voor deze aanpak onder de docenten die bij het onderzoek betrokken waren. (...) De omdraaiing van de correcties leidt niet tot meer of minder werkdruk. Het corrigeren is immers al onderdeel van de taken van een docent." Dat de omdraaiing niet tot meer werkdruk leidt, is uit de evaluatie van de pilot niet af te leiden. En is er werkelijk draagvlak als de minderheid van de deelnemers aan een beperkte pilot het wel ziet zitten?

De AOb legt de vinger bij nog een ander element uit de resultaten van de pilot dat een directe relatie heeft met werkdruk. Docenten die meededen aan de pilot kregen voldoende tijd om de correcties uit te voeren. Ze werden vrijgesteld van andere taken op school. Schoolleiders zijn niet enthousiast om zoiets schoolbreed in te voeren. Daarom is, volgens AOb-voorman Dresscher, geld voor extra tijd voor de tweede correctie een beter idee, dan de eindexamens eerst door een andere collega te laten nakijken.

Bronnen:

Delen