• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Onderwijs 2032

26 JANUARI 2015

In het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs worden leerlingen voorbereid op wat ze later nodig hebben. Maar de maatschappij verandert. Welke kennis en vaardigheden hebben leerlingen in de toekomst nodig? De Rijksoverheid wil hierover een dialoog aangaan met leerlingen, leraren, ouders, scholen en andere belangstellenden. Dit moet leiden tot een vernieuwd curriculum en een vernieuwing van de kerndoelen en eindtermen. Tot eind januari is input mogelijk.

Met de kamerbrief van 17 november 2014 “Toekomstgericht funderend onderwijs” heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sander Dekker, de uitdaging voor de ontwikkeling van een toekomstgericht curriculum mede in handen gelegd van ouders, leerlingen, leraren, vakverenigingen, vervolgonderwijs, wetenschap, (toekomstige) werkgevers, mensen uit de wereld van de sport en cultuur, en ga zo maar door. (pagina 10 van de kamerbrief). Aan ons allemaal dus.

De staatssecretaris heeft voldoende argumenten om nu het startsein te geven voor een koersbepaling van het curriculum in het funderend onderwijs. En dat moet niet vrijblijvend. Drie doelen wil hij bereiken:

  • Een herijking van de kerndoelen en eindtermen.
  • Meer houvast voor leraren en scholen om deze gemeenschappelijke ambitie te vertalen naar goed onderwijs in de klas.
  • De introductie van een systematiek van periodieke herijking van het curriculum.

De onderwijssector en maatschappelijke partners worden uitgenodigd door de staatssecretaris om na te denken over een integrale visie op het curriculum van het funderend onderwijs, gerelateerd aan drie kernvragen:

  • Welke kennis en vaardigheden moeten een plek krijgen in het curriculum zodat leerlingen optimaal worden voorbereid op het vervolgonderwijs en de toekomstige arbeidsmarkt?
  • Welke kennis en vaardigheden moeten worden verankerd in het curriculum zodat leerlingen volwaardig leren participeren in een pluriforme democratische samenleving?
  • Welke bijdrage moet het onderwijs leveren aan persoonsvorming en talentontwikkeling en hoe moet dit tot uitdrukking komen in het curriculum? 

Het kader, de uitgangspunten, die de staatssecretaris wil hanteren om het gewenste curriculum te waarborgen is als volgt door hem verwoord:

  • De kerndoelen moeten fungeren als een richtinggevende basis voor het curriculum. Dit betekent dat de kerndoelen concreter worden geformuleerd en een duidelijke ambitie neerleggen voor de te bereiken beheersingsniveaus.
  • De brede opdracht van het onderwijs moet in het curriculum volop tot uiting komen. Zo zorgen we ook voor aangrijpingspunten om de inspanningen en resultaten van scholen op andere leergebieden dan taal en rekenen inzichtelijk te maken.
  • Leraren en scholen moeten beter in positie worden gebracht om invulling te geven aan vernieuwing van onderop en de vertaalslag te maken van de kerndoelen naar inspirerend en uitdagend onderwijs in de klas. Eigenaarschap van leraren en scholen is hierbij een belangrijke voorwaarde. Daarom is het nodig leraren en scholen beter dan nu te betrekken bij de totstandkoming en uitwerking van kerndoelen. Hierbij moeten we toe naar een curriculum dat ruimte biedt voor maatwerk en diversiteit, maar wel een samenhangend geheel vormt.

Met de bovenstaande kennis is het van belang na te gaan welke rol wij hierin kunnen of moeten nemen. Uitgaande van de gedachte van de staatssecretaris is het mogelijk dat individueel en/of collectief input wordt gegeven door leerlingen/MR, ouders/ROV, leraren/RMU, schoolleiders/VGS, schoolbesturen en toezichthouders/VGS, kerkenraden/VGS, studenten/Driestar educatief, politici/SGP/CU en andere belangenverenigingen en charitatieve instellingen vanuit onze achterban, het bedrijfsleven, theologen en wetenschappers. En dat kan nog tot eind januari.

Eerder schreef Aleid Truijens (Volkskrant 22-11-2014): “Op school zitten de mensen die straks samen de wereld vormgeven. Die kinderen opvoeden, oplossingen verzinnen, schoonheid creëren, valsheid doorzien, troost bieden, perspectieven openen. Die moet je geen tijdgebonden technieken meegeven, maar wapenen met een brede ontwikkeling, basisvaardigheden, een open hart en een kritisch verstand. Onderwijs moet het kind niet aanpassen aan de toekomst, maar het werktuigen bieden om straks elke toekomst aan te kunnen. Dat is –ploink!- mijn duit in Dekkers trommel.”

Invulling geven aan een toekomstbestendig curriculum. Dat doe je vanuit een bepaalde visie. Daar zitten waarden en normen achter. Dat vraagt om het nemen van initiatief, het delen van kennis en inzichten. En met de ruimte die we kennen, het blijvend vormgeven van de vrijheid van onderwijs. Een curriculum voor een pluriforme democratische samenleving, dat is de uitdaging voor de staatssecretaris. De betrokkenen op het christelijk onderwijs kunnen niet gemist worden in de koersbepaling. 

Pak je de handschoen op? #Onderwijs2032

Paul Schnabel is benoemd tot voorzitter van het Platform #Onderwijs2032. Dit platform bestaat uit experts van binnen en buiten het onderwijs. Zij gaan in opdracht van het kabinet een advies schrijven dat antwoord geeft op de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig hebben om optimaal in onze toekomstige samenleving te participeren.

Delen