• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

RMU gehoord door Kamerleden over AOW

22 JANUARI 2010
Chris Baggerman heeft namens de RMU gesproken met de Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze commissie organiseerde hoorzittingen over de voorstellen van het kabinet om de AOW-leeftijd te verhogen. Binnenkort moet de Tweede Kamer een besluit nemen over de AOW. Ter voorbereiding werd gesproken met maatschappelijke organisaties. Naast de SER, FNV, CNV, MKB en TNO was ook de RMU hiervoor uitgenodigd.

Lees hieronder de toelichting van Chris Baggerman tijdens de hoorzitting...

Visie RMU op het wetsvoorstel betreffende de verhoging van de AOW-leeftijd

Voorzitter, allereerst dank dat ik namens de RMU onze visie, die u al heeft ontvangen, nader mag toelichten.

Laat ik direct heel helder zijn: Voor de RMU is het geen vraag of de AOW-gerechtigde leeftijd op termijn verhoogd moet worden naar 67 jaar, maar wel op welke wijze het kabinet met de AOW-verhoging omgaat.

Daarbij geldt een belangrijke notie: De RMU is van mening dat de mens zijn talenten zolang mogelijk mag aanwenden, ten behoeve van de maatschappij. Wie geheel of gedeeltelijk werken kan heeft de plicht dat ook naar vermogen te doen. Dat is onze Bijbelse roeping.

Op 1 oktober vorig jaar heeft de RMU een vijfpuntenplan gepresenteerd en dat verder uitgewerkt in haar nota Arbeidsvoorwaardenbeleid 2010 ‘Duurzaam werken’, die op 8 december jl. gepresenteerd werd. Ik noem deze punten nog even kort om daarna in te zoemen op de essentie van onze kritiek op het wetsvoorstel:

1. Verbetering financieel draagvlak door de arbeidsparticipatie van ouderen (55- tot 65-jarigen) te stimuleren;
2. AOW-leeftijd vanaf 2015 geleidelijk verhogen naar 67 jaar, elk jaar met één maand;
3. Blijvende keuzevrijheid voor moment van ingaan AOW op 65 jaar met aftopping en een compensatie voor mensen met een laag inkomen, maar ook een AOW-plus als beloning als men direct kiest voor 67 jaar;
4. Geleidelijke verdergaande fiscalisering van de AOW, over een periode van 18 jaar;
5. Aanpassing regelgeving die het mogelijk maakt door te werken na 65 jaar.

In het wetsvoorstel zien wij elementen van deze punten terug. Een zorgpunt voor de RMU is echter het onderdeel van het wetsvoorstel over de zware beroepen, waarin staat dat werknemers die 30 jaar een zwaar beroep vervullen, een aanbod moeten krijgen van hun werkgever van minder belastend werk. Krijgen zij dat aanbod niet dan zal de werkgever financieel moeten faciliteren dat zij de mogelijkheid krijgen om na hun 65e te stoppen met werk.

De RMU ziet om diverse redenen niets in dit voornemen:

1. Allereerst de definitie: Het zal vrijwel onmogelijk zijn om ‘zware beroepen’ te definiëren. Moeten we dan denken aan louter fysiek zware beroepen zoals stratenmakers of vrachtwagenchauffeurs? Of denken we daarbij ook aan mensen die ‘psychisch zwaar’ werk doen zoals leraren, politiemensen, brandweermensen en verpleegkundigen? Bij bijna 40 procent van de mensen die jaarlijks geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raken is een psychische aandoening de oorzaak.

2. Vervolgens het arbeidsmarktperspectief: de arbeidsmarkt is niet echt florissant voor een stratenmaker, die na 28 jaar ontslagen wordt en op zoek moet naar ander werk. Een nieuwe werkgever zal zich wel twee keer bedenken, aangezien hij na twee jaar betrokkene een functie met minder belastend werk moet aanbieden.

3. Ten derde de levensverwachting: het is niet zo dat iedereen gezond ouder wordt en langer kan werken. Het is wel zo dat hoger opgeleiden langer gezond leven. Om het maar concreet te maken: de gemiddelde levensverwachting van een productiemedewerker is beduidend lager dan die van bijvoorbeeld een rechter.

Alternatief voorstel:

Alles afwegend vindt de RMU het veel rechtvaardiger om mensen met een laag inkomen (ongeveer € 32.500 per jaar bij een volledige baan) de mogelijkheid te bieden om toch op 65-jarige leeftijd van hun AOW te gaan genieten. Dit is een doeltreffend en helder criterium.
Delen