• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Sociale ongelijkheid los je niet op met opportunisme

23 MEI 2016

Het gezin waarin je wordt geboren is steeds bepalender voor je loopbaan in het onderwijs. Nederland liep altijd voorop met gelijke kansen voor kinderen uit alle lagen van de bevolking. Maar de kansen in het onderwijs voor kinderen uit een lager sociaal milieu nemen af. Dat concludeert de Inspectie van het Onderwijs in het jaarverslag: de Staat van het Onderwijs.

"Dit is het beeld: bij gelijke intelligentie wordt het voor je schoolkeuze en je schoolloopbaan steeds bepalender uit welk gezin je komt. En daarin speelt de opleiding van je ouders de hoofdrol", aldus de Inspectie van het Onderwijs. Een verontrustende conclusie, vindt de inspectie.

Het is een opeenstapeling van beleid dat de sociale ongelijkheid vergroot. De inspectie somt verschillende oorzaken op. Zo spelen ouders een belangrijke rol. Sommige ouders trekken alles uit de kast om hun kind goed te laten scoren. Maar door de hoge kosten zijn deze trainingen niet toegankelijk voor kinderen met minder rijke ouders. Ook zetten ouders leerkrachten in toenemende mate onder druk om een hoger schooladvies te krijgen. Sinds vorig schooljaar is het schooladvies van de leerkracht doorslaggevend. De eindtoets wordt pas afgenomen als het advies al is gegeven. De inspectie concludeert dat vooral kinderen met laagopgeleide ouders hier de dupe van zijn.

"Een op de zes leerlingen zou op basis van de uitslag van de eindtoets een advies moeten krijgen dat minimaal één volledige schoolsoort hoger is dan het aanvankelijke advies. Dit zijn vooral leerlingen met laagopgeleide ouders. Slechts 15 procent van hen krijgt echter daadwerkelijk een hoger advies", schrijft de inspectie.

Opportunisme
Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs maken zich zorgen over de groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs. "Talent en motivatie moeten het uitgangspunt zijn bij je schoolkeuze, niet het inkomen of opleidingsniveau van je ouders."

Toch blijft het vreemd dat de minister binnen twee weken na de verschijning van de Staat van het Onderwijs een wetswijziging aankondigt die de eindtoets-score weer boven het schooladvies stelt. Nog geen twee jaar geleden heeft de Tweede Kamer bijna unaniem besloten het schooladvies zwaarder te wegen, omdat dat gebaseerd was op de hele schoolloopbaan van een leerling. Terwijl de eindtoets-score slechts een momentopname is.

De conclusie van Johan Veenstra, schoolleider, in de Volkskracht lijkt terecht: "Een opmerkelijke redenering, kenmerkend voor de oppervlakkigheid en het opportunisme in de politiek, een slag in het gezicht van het basisonderwijs dat leerlingen met behulp van een zorgvuldig samengesteld leerlingvolgsysteem acht jaar lang op professionele wijze heeft gevolgd. Om moedeloos van te worden." En natuurlijk zal het ad-hoc-beleid van de minister niet werken: rijke ouders hebben genoeg mogelijkheden om hun kinderen een (dure) cito-training te geevn.

Ook het verdwijnen van de basisbeurs is een factor bij het toenemen van de sociale ongelijkheid in het onderwijs. Waarom horen de we de minister niet pleiten voor een herinvoering van de basisbeurs?

Brede brugklas
Ook het verdwijnen van brede scholengemeenschappen, met vmbo, havo en vwo in één school, speelt een rol. Het is een landelijke trend om aparte scholen per onderwijsniveau te creëren. Leerlingen van het vmbo zitten dan alleen met andere leerlingen van het vmbo in een gebouw.

Verus, de vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs, maakt zich zorgen over de toenemende kansenongelijkheid. "Deze trend staat haaks op onze visie op onderwijs." Verus pleit voor meer gemengde schooladviezen en meer brede brugklassen. "Leerlingen komen nu al snel in een vaste route door het schoolsysteem terecht. Dit werkt in het nadeel van leerlingen van laagopgeleide ouders."

Met betrekking tot het verdwijnen van brede brugklassen gaat het ook om een maatschappelijk probleem. Hester van der Kaa, van Verus: "Een schoolleider vertelde me dat marktwerking bepalend is. 'Ouders willen hun havo-zoon niet bij die mavo-kinderen in de klas hebben.'" En dan is ze ook eerlijk: "Als ik zover ben dat ik voor mijn kind kan kiezen tussen een categorale en een brede brugklas, kies ik ook voor de eerste. Waarom het risico lopen dat die van mij slechter presteert omdat het tussen de kinderen van laag opgeleide ouders zit? Of dat het (oh gruwel) bij die kinderen over de vloer komt…"

Maar zijn scholen die toch voor een brede brugklas gaan, misschien bang om daardoor minder nieuwe aanmeldingen te krijgen?

Inperking vrijheid
Het is echter niet logisch om dit probleem op te willen lossen door de keuzevrijheid van ouders te beperken, zoals een docent/ambtenaar in Trouw stelde: "Het is dus hoog tijd voor een sterkere actie vanuit de overheid: de vrijheid van schoolkeuze inperken en toewerken naar een spreidingsbeleid in de gemeente of regio. Dat spreidingsbeleid moet plaatsvinden op basis van opleidingsniveau en inkomen van ouders. En dat mag: de grondwettelijke vrijheid van onderwijs
gaat over schoolstichting."

Juist de meer eigentijdse interpretaties van artikel 23 gaan uit van de keuzevrijheid voor ouders, meer dan van schoolstichting alleen.

Bronnen:

Delen