• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

VO-raad pleit terecht voor meer ontwikkelruimte docenten

31 MAART 2016

Er moet meer tijd komen voor leraren om te kunnen werken aan de ontwikkeling van het onderwijs. De VO-raad pleit ervoor om scholen gedurende de komende kabinetsperiode per jaar per voltijdsleraar 100 uren extra te geven om die ruimte op schoolniveau en in overleg met het lerarenteam te creëren. Om de kloof tussen lerarenopleidingen en onderwijspraktijk te dichten moet daarnaast een groter deel van de opleiding van leraren in de school plaatsvinden en moeten scholen en de beroepsgroep mede-eigenaar worden van de lerarenopleidingen. Dit staat in een actieplan dat de VO-raad op 31 maart 2016 presenteerde om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken.

Met het actieplan ‘Naar een aantrekkelijk lerarenberoep in een sterke sector’ wil de VO-raad de ruimte en tijd van leraren vergroten en de concurrentiekracht van het lerarenberoep hoger op de agenda zetten. Het actieplan is het resultaat van een serie gesprekken met leraren, schoolleiders en schoolbestuurders door het hele land over de ontwikkelingen in het onderwijs en de daardoor verander(en)de positie en rol van de docent.

Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad: “Het staat buiten kijf dat leraren een doorslaggevende rol spelen in het toekomstbestendig maken van het onderwijs. Het vak van leraar staat onder druk staat en leraren hebben te weinig tijd en ruimte voor hun professionele ontwikkeling en de ontwikkeling van het onderwijs. Aan de hand van deze zeven actiepunten hopen we met de inzet van verschillende partijen tot meer ruimte voor leraren te komen, en tot een nog aantrekkelijker beroep om in te werken.”

Ontwikkeltijd
Uit de gesprekken met leraren blijkt dat zij te weinig tijd ervaren om op een goede manier te werken aan hun professionele ontwikkeling en de gewenste ontwikkeling van het onderwijs. De VO-raad pleit daarom voor meer ontwikkeltijd. Dat is eerst een verantwoordelijkheid van scholen: zij kunnen het onderwijs anders organiseren en onnodige regels en administratieve taken schrappen. Daarbovenop pleit de VO-raad ervoor om scholen gedurende de komende kabinetsperiode per jaar per voltijds leraar 100 uren extra te geven om ontwikkeltijd voor leraren te creëren. Hier is gedurende vier jaar een bedrag van maximaal 300 miljoen euro voor nodig. De vrijgespeelde tijd zal planmatig en doelgericht worden ingezet. Schoolbesturen en schoolleiders maken hier in samenspraak met lerarenteams een plan voor en verantwoorden zich over de resultaten op schoolniveau.

Deze 100 uur extra komt bovenop de 165 uur die elke voltijd-docent heeft voor de eigen professionalisering.

‘Coschappen’
Op dit moment zorgt de systeemscheiding tussen lerarenopleiding ervoor dat scholen weinig invloed hebben op de opleiding van leraren, wat een kloof creëert tussen de opleiding van leraren en de praktijk waar zij na hun opleiding in terecht komen. Om die kloof te dichten stelt de VO-raad voor om scholen en de beroepsgroep van leraren mede-eigenaar te maken van de lerarenopleidingen en eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen te laten ‘indalen’ op scholen, waardoor leraren een groter en effectiever deel van hun opleiding genieten in de school. Daarnaast pleit de VO-raad ervoor om leraren na hun basisopleiding, analoog aan de coschappen in de artsenopleiding, in de praktijk van een school een traject naar volledige bekwaamheid te laten volgen.

Dit laatste is een voorstel dat verschillende reformatorische vo-scholen in samenwerking met de lerarenopleiding van Driestar Educatief al concretiseren in de Reformatorische Academische opleidingsschool.

Reactie
RMU sector onderwijs GOLV staat achter het voorstel van de VO-raad. „Extra tijd en geld is nodig om leraren te laten werken aan vernieuwingen in het onderwijs”, reageert Johan Flier, voorzitter van de reformatorische lerarenvereniging. „Maar zeker zo belangrijk is dat leraren zich meer kunnen scholen op het gebied van de vorming van leerlingen. Die taak wordt steeds belangrijker. Mede doordat een groeiend aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs te maken heeft met sociaal-emotionele of psychische problemen.”

Bronnen:

Delen