• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Wet Bisschop beteugelt Onderwijsinspectie

10 MAART 2016

De Eerste Kamer heeft dinsdag 8 maart 2016 ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel ‘Naar een doeltreffend onderwijstoezicht’ van Tweede Kamerleden Bisschop (SGP), Van Meenen (D66) en Rog (CDA). Bij de stemming stemden de senatoren ook voor een motie over deugdelijkheidseisen en een motie over het onderscheid tussen de controlerende en stimulerende taak van de Onderwijsinspectie.

Tijdens de plenaire behandeling op 1 maart 2016 had de Eerste Kamer ook kritiek op uitwerking van het wetsvoorstel in de conceptversie van het Onderzoekskader 2017 en de voornemens van de staatssecretaris om gedifferentieerde oordelen toe te kennen (zoals goed, excellent) zonder dat deze een wettelijke grondslag kennen. Diverse fracties in de Eerste Kamer riepen staatssecretaris Dekker via een motie op om in de uitwerking meer recht te doen aan de geest van het wetsvoorstel en een duidelijke grens aan te geven tussen controleren en stimuleren en de daaruit voortvloeiende oordelen en bevindingen.

Twee rapporten
Volgens de nieuwe wet moet de onderwijsinspectie in de toekomst twee afzonderlijke rapporten uitbrengen na een schoolbezoek. In het eerste toetst de inspectie of de school voldoet aan de zogenoemde deugdelijkheidseisen, zzoals de bevoegdheid van leraren, het aantal lesuren dat de leerlingen krijgen en of er aandacht is voor sociale veiligheid en burgerschap, zaken die wettelijk verankerd zijn. In het tweede rapport moet de inspectie ingaan op de kwaliteitseisen zoals het pedagogisch klimaat, de gekozen lesmethodes en dergelijke. Over deze laatste zaken mag de inspectie geen oordeel vellen maar alleen aanbevelingen doen.

Afbakenen
Net als in de Tweede Kamer was er ook in de Eerste Kamer bijval voor het scherp afbakenen van de toezichtshoudende taak van de inspectie – op basis van deugdelijkheidseisen – en de stimulerende taak van de inspectie. Het verscherpt en bakent de grondslag voor het optreden van de overheid af en plaatst scholen en onderwijsprofessionals weer in de hoofdrol als het gaat om de kwaliteit van het onderwijs.

De Eerste Kamer vraagt de staatssecretaris om precies op een rij te zetten wat de deugdelijkheidseisen zijn. Dit overzicht van wettelijke eisen ontbreekt en maakt het voor scholen onduidelijk aan welke eisen moet worden voldaan. Dekker zegde de senatoren toe dat er voor de zomer een inventarisatie van eisen naar beide Kamers wordt gestuurd. Diverse fracties benadrukten via een motie om politieke terughoudendheid te betrachten bij het toevoegen van nieuwe eisen en het periodiek ‘toetsen’ van wettelijke eisen op nut en noodzaak, consistentie en effectiviteit.

Voldoende of niet
Het wetsvoorstel onderscheidt drie wettelijk geborgde oordelen in het toezicht: voldoet, voldoet niet en het mogelijk daaruit voortvloeiende oordeel ‘zeer zwak’. Een aantal politieke partijen vindt het geven van andere oordelen – zoals goed en excellent – slecht verenigbaar met het wetsvoorstel. Diverse fracties hamerden er tijdens het debat op dat als ook andere oordelen worden gehanteerd, deze wettelijk verankerd moeten zijn.

Dekker gaf in zijn repliek aan de ervaringen van de pilots af te wachten en toonde zich bereid om het voorstel te bestuderen evenals de suggestie om dergelijke labels alleen nog in het kader van de stimulerende functie te hanteren.

Moties
De Eerste Kamer aanvaardde ook een motie van VVD-senator Bruin, waarin de regering wordt opgeroepen om terughoudend te zijn met het toevoegen van nieuwe deugdelijkheidseisen. Ook werd een motie van SGP-senator Schalk aanvaard waarin de onderwijsinspectie gemaand wordt zo te werken dat scholen een duidelijk onderscheid zien tussen het oordeel over de deugdelijkheidseisen en de bevindingen over de kwaliteitseisen.

Bronnen:

Delen