Ruimte voor gewetensbezwaren

Je geweten spreekt. Zodra je iets doet waarvan je diep in jezelf beseft dat het niet in de haak is, dan krijg je een signaal. Dat hebben Adam en Eva heel sterk gevoeld en ervaren. Zij leefden in het paradijs, als beelddragers van God. Volkomen goed, gelukkig, zalig. Maar direct na de zondeval, wanneer ze gegeten hebben van de boom der kennis des goeds en des kwaads, begint hun geweten te spreken. Vervolgens staat de Bijbel er vol van, mensen die aangeklaagd worden door hun geweten.

"Ieder mens, christen of niet, heeft een geweten"

Maar niet alleen bijbelse personen horen hun geweten spreken. Ieder mens, christen of niet, heeft een geweten. Dat blijkt duidelijk uit de Bijbel, het Woord van God Die de Schepper van de mens is. In de brief aan de Romeinen verwoordt Paulus het in hoofdstuk 2 vers 14 en 15 zo: ‘Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, dezen, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet; Als die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander hen beschuldigende, of ook ontschuldigende.’ Geen gemakkelijk te begrijpen woorden, maar ze komen erop neer dat ieder mens blijkbaar besef heeft van goed en kwaad. Want wat we ook doen, er is iets dat ons zegt dat het verkeerd of goed is. Er is iets dat ons dan ook direct beschuldigt, of niet beschuldigt. In dat licht is een heldere definitie van het geweten de volgende: het geweten is het besef dat ieder mens heeft van Gods wil; van goed en kwaad. Of anders gezegd: het geweten is een innerlijke reactie van de mens in besef van goed en kwaad.

"Als er iets van je gevraagd wordt dat tegen de Bijbel ingaat, spreekt het geweten"

Als je geweten spreekt, dan vraagt dat om een antwoord. Een reactie, in gedachten, in woorden, in daden. Dat betekent keuzes maken, die getoetst moeten worden aan de basis voor het geweten, namelijk het Woord van God, samengevat in de zogenoemde Tien Woorden, de Tien Geboden. Die zijn volkomen, in die zin dat alles wat goed en heilzaam is voor mensen, is terug te voeren op deze Bron. Als er iets van je gevraagd wordt dat tegen die geboden ingaat, dan spreekt het geweten. Het antwoord kan vervolgens zijn dat je niet doet wat van je gevraagd wordt. Op dat moment maak je bezwaar op basis van je geweten. Gewetensbezwaar, dat is dus iets dat weegt. Dat is ook iets dat moet worden uitgelegd en toegelicht. Maar het is ook iets dat om ruimte vraagt, ook in het publieke domein.

"Gewetensbezwaar moet je uitleggen en toelichten. Maar het vraagt ook om ruimte."

Dit negende boekje in de serie 'Christen-zijn op de werkvloer' gaat in op het geweten en op gewetensbezwaren. Daarbij gaat het om vragen als: wat is het geweten, en hoe spreekt het eigenlijk? Het gaat in eerste instantie om het algemene begrip: wat wordt er bedoeld met het geweten, hoe is het ontstaan en hoe functioneert het. Vanuit het algemene begrip wordt het ook toegespitst op een gevormd geweten, dat gaat spreken als er iets van je gevraagd wordt dat niet in overeenstemming is met je bijbelse levensovertuiging. Vervolgens is er een hoofdstuk dat ingaat op gewetensbezwaar. Wat is nu eigenlijk een gewetensbezwaar, wanneer kan het als zodanig worden aangemerkt? Hoe functioneert dat in de praktijk, hoe heeft zich dat ontwikkeld, en op welke wijze is het verankerd in het Nederlands recht? Daarbij worden ook lijnen aangegeven naar de Bijbel en naar levensbeschouwing. Het derde hoofdstuk gaat in op de strijd in het publieke domein om ruimte te houden voor het geweten. Daarbij komen onderwerpen als gewetensdwang, gewetensvrijheid en gewetensbezwaar aan de orde, evenals de discussie over de scheiding van kerk en staat.

"Wat zegt de Nederlandse wet over gewetensvrijheid?"

Als het goed is, wordt de politieke discussie gevoerd op basis van de grondrechten; het onderwerp van een volgend hoofdstuk in dit boek. In de grondrechten zijn diverse vrijheden gewaarborgd. Te denken valt aan de vrijheid van vereniging, van godsdienst en van onderwijs. Als er spanning komt op deze grondrechten komen vrijwel altijd ook het geweten en het gewetensbezwaar om de hoek kijken. Op welke wijze is de vrijheid van geweten geborgd in de Grondwet, en hoe werkt dat vervolgens door in wet en regelgeving?

"Wat zijn rechten en plichten, mogelijkheden en onmogelijkheden voor gewetensbezwaar op de werkvloer"

Het vijfde hoofdstuk gaat in op de dagelijkse praktijk. Immers, nog steeds komen mensen in de problemen als gevolg van hun geweten en gewetensbezwaar. Heel veel mensen hebben te maken met gewetenskwesties op hun werk. Dat kan over handel en wandel gaan van collega’s, werkgever of werknemers. Maar dat kan ook te maken hebben met beleidskeuzes die gemaakt worden. Wat zijn de rechten en plichten, de mogelijkheden en onmogelijkheden voor gewetensbezwaar op de werkvloer?

"Leg verantwoording af van wat je drijft, thuis en op je werk"

Ten slotte volgt een hoofdstuk waarin een samenvatting wordt gegeven, met enkele conclusies en aanbevelingen, ook voor het praktisch handelen als christen op de werkvloer. Tussen de verschillende hoofdstukken door worden verhalen uit de dagelijkse praktijk verteld, om te laten ervaren wat de discussies over geweten en gewetensbezwaar teweegbrengen. Ervaringen kunnen illustratief zijn, maar ze kunnen ook dienen om te bemoedigen. Om elkaar te scherpen, en om duidelijk te maken dat het voor iedereen van belang is om verantwoording af te leggen over wat ons drijft, binnen je gezin en familie, in de straat en in de buurt, in de kerk en op het werk.

Gewetensvraagje: wil je dit boekje bestellen? Kijk dan in de webshop.

Delen