• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden
Cases

Case 1 | Verzorgende

Annemarie is IG-verzorgende en werkt 4 jaar in het verzorgingshuis: “Eemhof”. Ze werkt hier met plezier en heeft een goed contact met haar collega’s, de manager en de bewoners. Annemarie is EVV-er van de heer Biela.

De heer Biela woont sinds 1 jaar in het verzorgingshuis. De heer Biela heeft COPD en is vaak benauwd. Sinds 2 maanden gebruikt hij dag en nacht zuurstof. Dhr. Biela voelt dat hij achteruitgaat, dit vindt hij erg moeilijk. Tijdens een wasbeurt vertelt de heer aan Annemarie dat hij in het bezit is van een euthanasieverklaring en dat hij hier steeds meer aan moet denken. Hij geeft aan: Als ik bedlegerig wordt, meer benauwd ben, dan wil ik niet meer verder leven. Annemarie weet even niet wat ze moet zeggen en gaat hier niet op in. De volgende dag vraagt ze aan de heer Biela waar hij bang voor is als hij bedlegerig wordt. De heer vertelt dat hij angst heeft voor ernstige benauwdheid. Dat wil hij niet meemaken. Annemarie geeft aan dat ze dat kan begrijpen en vraagt of ze de angst van hem mag bespreken in het teamoverleg met de teamleidster en de huisarts. De casus wordt ingebracht en de huisarts geeft aan dat hij een plan zal maken wat er mogelijk is aan medicatie en behandeling rondom benauwdheid en het stervensproces. Dit plan wordt besproken met de EVV-er, de heer Biela en zijn dochter. Enkele weken later geeft dhr. Biela tijdens de wasbeurt aan dat hij erg blij is met het plan van de huisarts, dit geeft hem rust.

Case 2 | Verpleegkundige

Karel werkt op de oncologieafdeling van academisch ziekenhuis. Karel is lid van een kerk en is gewetensbezwaard t.o.v. euthanasie. Dit is bekend bij zijn leidinggevende.

Op de afdeling ligt een jonge vrouw, met gemetastaseerd mammacarcinoom. Zij is erg ziek, de cytostaticakuren zijn gestopt i.v.m heftige bijwerkingen. Mevrouw doet een euthanasieverzoek aan de internist. Dit verzoek wordt besproken tijden een multidisciplinair overleg (MDO). Karel is zorgcoördinator op deze afdeling en hij is aanwezig op het MDO. Tijdens het MDO geeft hij aan dat hij niet achter het verzoek kan staan en vraagt of er nog andere opties mogelijk zijn voor mevrouw. Maar het euthanasieverzoek wordt ingewilligd. Alles wordt volgens protocol geregeld.

Karel vindt het moeilijk. Als zorgcoördinator moet hij regelen wie er zorg gaat dragen voor deze patiënt rondom de uitvoering van de euthanasie. Hij kan er niet aan meewerken. Hij bespreekt zijn gewetensbezwaar met zijn collega zorgcoördinator en legt uit dat hij liever geen voorbereiding treft rondom de uitvoering van de euthanasie. Hij biedt aan om een andere patiënt van zijn collega over te nemen. Zijn vraagt wordt ingewilligd.

Case 3 | Verpleegkundige

Meneer Boomstra (fictieve naam), 70 jaar, heeft prostaatkanker met uitzaaiingen in zijn botten. Radiotherapie in combinatie met een hormonale behandeling lijkt het ziekteproces aanvankelijk te remmen, maar na een jaar blijkt de ziekte door te zetten.

Tijdens de behandelperiode heeft mijnheer verschillende keren het onderwerp ‘euthanasie’ aangekaart bij de arts. Mijnheer had daarbij kenbaar gemaakt dat hij niet in een situatie terecht wilde komen waarin hij geheel afhankelijk en zorgbehoeftig op bed zou liggen.

Hoewel het de wens van mijnheer in om thuis te overlijden, groeit de situatie zijn vrouw en kinderen boven het hoofd en wordt opname in een hospice overwogen. Echter, de dag voordat mijnheer wordt opgenomen in een hospice krijgt mijnheer ondraaglijke pijn gevolgd door opname in het ziekenhuis.

Over het voorstel van de arts om palliatieve sedatie toe te passen wil mijnheer Boomstra nog even nadenken. Hij geeft aan eerst nog een aantal zaken op een rijtje te willen zetten met zijn vrouw en twee kinderen.

Verzoek

Als verpleegkundige Marjan de volgende dag bij mijnheer Boomstra komt voor de lichamelijke verzorging geeft mijnheer aan niet verder te willen leven: ‘‘Ik zie het niet meer zitten. Ik ga toch dood en ik heb geen zin om daar op te wachten. Mijn vrouw en kinderen mogen me niet weg zien teren. Ik wil euthanasie.’

Verpleegkundige Marjan probeert in een gesprek na te gaan wat de aanleiding kan zijn voor het verzoek om euthanasie. Zijn er soms bepaalde klachten te verlichten die het leven mogelijk draaglijker kunnen maken? Maar mijnheer geeft aan dat er echt genoeg is geprobeerd om zijn pijnklachten te verlichten en dat het nu echt ‘einde verhaal’ is. Verpleegkundige Marjan signaleert tussen de regels door dat mijnheer niet veel zin heeft om erover te praten.

Verpleegkundige Marjan adviseert aan mijnheer om zijn verzoek met de arts te bespreken, die de volgende dag weer aanwezig zal zijn. Mijnheer geeft aan dat zeker te zullen doen.

Besluitvorming

De arts bespreekt het euthanasieverzoek van mijnheer Boomstra met twee verpleegkundigen die nauw betrokken zijn bij de verpleging van mijnheer Boomstra, waaronder verpleegkundige Marjan.

Volgens de arts en de collega-verpleegkundige voldoet de situatie van mijnheer aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen. Het voorstel wordt gedaan een SCEN arts te vragen voor een zogenaamde ‘second opinion’. Verpleegkundige Marjan dringt erop aan nogmaals na te gaan of er nog mogelijkheden zijn om de palliatieve zorg te verbeteren, daarbij vooral denkend aan de pijnklachten van mijnheer.

Als de arts aangeeft dat de patiënt daar waarschijnlijk niet meer van wil weten, geeft verpleegkundige Marjan aan dat als het besluit wordt genomen tot inwilliging van het verzoek, zij daar vanwege principiële redenen niet achter kan staan.

Uitvoering

Verpleegkundige Marjan heeft dagdienst op de dag dat de euthanasie is gepland, te weten om 16.00 uur in de middag. Op de afdeling hang een enigszins gespannen sfeer. Het lijkt wel of iedereen voortdurend de tijd in de gaten houdt. Een collega (die avonddienst heeft) zal bij de uitvoering aanwezig zijn.

Verpleegkundige Marjan is deze ochtend ingedeeld bij mijnheer Boomstra. Zij maakt daar geen bezwaar tegen omdat zij van mening is dat ‘verplegen’ de kern van haar beroep is.

Zij vraagt aan mijnheer Boomstra wat zijn wensen zijn als het gaat om de lichamelijke verzorging. Hij wil graag nog helemaal gewassen worden. Tijdens de wasbeurt vallen er geregeld stiltes. Het gesprek wil niet vlotten. Mijnheer is nog goed bij de tijd en heeft het in zijn gesprekken geregeld over de middag.

Verpleegkundige Marjan ervaart de zorgverlening als moeilijk omdat zij de patiënt niet kan steunen/begeleiden in zijn euthanasieverzoek. Zij dubt of zij haar persoonlijke mening kenbaar zou maken, maar ziet er van af. Als mijnheer Boomstra haar bedankt voor de goede zorgen en afscheid neemt is dat een emotioneel moment dat haar bijzonder raakt.

Als verpleegkundige Marjan de volgende dag een haar collega vraagt hoe zij haar aanwezigheid bij de uitvoering van euthanasie heeft ervaren, dan zegt haar collega: ‘ik vond het schokkend om een levendig mens, die woorden van afscheid spreekt tot zijn vrouw en kinderen, binnen een half uur dood te zien gaan. Ik vond het best wil bizar om te zien dat het leven zo onnatuurlijk eindigde’.

Voorbereidende handelingen

Later hoorde zij van haar collega die aanwezig was bij de uitvoering van euthanasie dat er discussie was geweest over het klaarmaken van euthanatica. De arts had aan de verpleegkundige gevraagd om de euthanatica op te lossen, wat zij had gedaan. Maar achteraf vroeg zij zich af of dit wel behoorde tot haar professionele verantwoordelijkheid.

Vragen:

  1. Welke rol zie jij voor jezelf als een patiënt een euthanasieverzoek aan jou kenbaar maakt?
  2. Als je deelneemt aan het besluitvormingsproces, welke rol kun je dan vervullen?
  3. Hoe kun je het beste omgaan met het verplegen van de patiënt op de dag van uitvoering?
  4. Behoort het oplossen van euthanatica al dan niet tot de professionele verantwoordelijkheid van een verpleegkundige?
Steun het werk van de RMU, juist ook als u zich betrokken weet bij medische en ethische kwesties. Word nu lid en draag uw steentje bij.
Delen