• vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden
Bijbelse visie

Het begrip inenten komt in de Bijbel niet voor. Het is dus niet zo eenvoudig om lijnen vanuit de Bijbel naar dit onderwerp te trekken. Zoals met vele zaken die niet aan de letter van de Bijbel zijn te ontlenen, is het ook hierbij zaak om te proberen in de geest van Gods Woord te handelen.

Duidelijk is dat we niet achteloos met ons lichaam, en dus met onze gezondheid mogen omspringen. Ons lichaam wordt voorgesteld als een tempel van de Heilige Geest (1 Korinthe 6:12-20). Bovendien zijn wij Gods schepselen en zou het van weinig respect voor de Schepper getuigen als we achteloos met Zijn schepping (waaronder ons lichaam) omgaan. Tot zover is er weinig onduidelijkheid onder christenen .

Wel is er verschil van inzicht over de verhouding tussen de menselijke verantwoordelijkheid (het treffen van maatregelen) en Gods voorzienigheid. Gods voorzienigheid neemt onze verantwoordelijkheid niet weg. Echter, dan zou onze menselijke verantwoordelijkheid vervallen ten gunste van Gods voorzienigheid. Zo is het niet; het is integendeel: bid én werk.

Menselijke verantwoordelijkheid
Wanneer Jozef in zijn droom (Genesis 41) van Godswege hoort dat er 7 vette jaren zullen komen, gevolgd door 7 magere jaren, besluit hij dat de overvloedige oogsten van de eerste periode gebruikt moeten worden om een voorraad aan te leggen ter voorkoming van een hongersnood in de tweede periode. Hij treft, zouden we nu zeggen, preventieve maatregelen. Een ander voorbeeld is te vinden bij de missie van Nehemia (Nehemia 2: 7 en verder) Hij krijgt toestemming van de Perzische koning om zijn volk te helpen bij de wederopbouw van Jeruzalem. De reis er naar toe is niet ongevaarlijk, en Nehemia verzoekt en krijgt aanbevelingsbrieven om een veilige doortocht te garanderen. Tevens wordt hij vergezeld van een leger ter bescherming. Hij treft dus veiligheidsmaatregelen omdat hij zich verantwoordelijk voelde voor zijn medewerkers en het welslagen van zijn opdracht.

Gods voorzienigheid
De hierboven geschetste maatregelen die door Nehemia werden genomen vormen ogenschijnlijk een tegenstelling met de gang van Ezra, die een aantal jaren eerder een soortgelijke missie ondernam. Ezra heeft geen veiligheidsmaatregelen getroffen, maar vertrouwde op de kennelijke bescherming door de Heere (Ezra 7 en 8, met name 8:32).

Voorzichtigheid is geboden bij het te klakkeloos toepassen van de passage uit Mattheüs 6 : 25 en verder "Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; nog voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?….” Diverse gereformeerde ethici (o.a. prof. dr. W.H. Velema en prof. dr. J. Douma) zien hier vooral een waarschuwing in tegen enerzijds overbezorgdheid en anderzijds overdreven aandacht voor de binnen- en buitenkant van het lichaam. De bedoeling is niet dat we ons helemaal niet bezighouden met de benodigdheden voor het dagelijks leven. Het gaat er om dat we dat niet overspannen doen, alsof alles van ons afhangt, maar vertrouwend op de Heere.

Vaak wordt er aangehaald dat middelen die mensen ziek maken, niet gebruikt mogen worden. Dit soort middelen wordt heden ten dage niet meer gebruikt. Dus dat argument vervalt ook als motief om inenten af te wijzen. Het zal dus gaan om de vraag of wij voorzorgsmaatregelen mogen nemen tegen een mogelijke ziekte, op zo’n manier dat we niet in strijd geraken met het geloof in de voorzienige God (Heidelbergse Catechismus, Zondag 10)

Twee uitersten?
Ogenschijnlijk hebben we hier te maken met twee zaken die tegenover elkaar staan: in het ene uiterste geval de ontaarding in menselijk activisme en pogingen om zich geheel in te dekken (risicomijding), in het andere uiterste een volledige passiviteit waarbij elke menselijke activiteit wordt uitgelegd als een gebrek aan geloofsvertrouwen. Toch laat de geschiedenis van zowel Ezra als Nehemia zien dat twee godvrezende mannen met dezelfde missie er twee verschillende opvattingen op na houden ten aanzien van verantwoordelijkheid en voorzienigheid, terwijl uit de geschiedenis blijkt dat hun beider werk door de Heere gezegend werd. Opgepast moet dus worden met een te snel veroordelen van de naaste wanneer die in eenzelfde situatie in het eigen geweten een ander standpunt inneemt.

Reële dreiging
Een situatie van dreigende besmetting kan een reden vormen om alsnog in te enten. Hierbij komt men vanuit een situatie van algemene preventie in een situatie waarin de kans op het krijgen van de bewuste aandoening/infectie reëel is. Die situatie kan zich voordoen wanneer iemand die bijv. niet is ingeënt tegen polio, dit alsnog doet op het moment dat de ziekte in de regio is uitgebroken. Deze maatregel kan gezien worden in het licht van Heidelbergse Catechismus Zondag 40, waarin het zesde gebod (Gij zult niet doodslaan) onder andere zo uitgelegd wordt dat ik mijzelf niet moedwillig in gevaar begeef omdat ik God daarmee zal verzoeken. Ook hiervoor geldt het woord van de apostel Paulus, dat een ieder in zijn eigen geweten hiervan volledig verzekerd moet zijn (Romeinen 14: 5b). Nu is het menselijk geweten verre van onfeilbaar, en een beroep op het geweten ontslaat ons niet van de plicht om een helder beargumenteerd standpunt in te nemen. Angst en (geloofs)twijfel zijn slechte raadgevers, het geweten kan ook gemakkelijk beïnvloed worden door oneigenlijke argumenten.

Gods voorzienigheid en menselijke voorzorgsmaatregelen
De Bijbel verbiedt ons het nemen van voorzorgsmaatregelen niet. Integendeel, als men in het oude Israël een woning bouwde, dan moest er op het platte dak uit voorzorg een hek geplaatst worden (Deut. 22:8). Dan mocht je je kennelijk niet verschuilen achter Gods voorzienigheid.

Nu is het terrein van gezondheid en ziekte op het eerste gezicht nog wel wat anders dan dat van de bouwkunde. Een inenting lijkt heel wat anders dan een hek op het dak. Toch zijn het beide voorzorgsmaatregelen. Het aloude argument dat inenting mensen ziek maakt, gaat niet meer op.

Het moeilijke daarbij is om consequent te zijn. Waarom wijzen we wel de inenting af met het argument dat God ziekte zendt en waarom wijzen we de beregeningsinstallatie niet af, hoewel God toch ook droogte zendt? We bidden om bewaring onderweg, maar we moeten ook onze autogordel omdoen. We raken hier een moeilijk punt, want we komen op het terrein van het gewéten van de mens. En dat geweten wordt door verschillende factoren beïnvloed. Door opvoeding, door cultuur en in het geval van christenen, door wat we uit de Bijbel verstaan.

De apostel Paulus had te maken met mensen die omwille van het geweten geen vlees wilden eten dat aan de afgoden gewijd was. Hij wijst er op dat dit eten toegestaan is, maar dat het goed is om rekening te houden met elkaars gevoeligheden (1 Korinthe 8). We hebben elkaar daarin zeker niet te veroordelen.

Steun het werk van de RMU, juist ook als u zich betrokken weet bij medische en ethische kwesties. Word nu lid en draag uw steentje bij.
Delen