Gezin en Werk

Dit hoofdstuk is onderdeel van de Nota Arbeidsvoorwaardenbeleid 2019.

INLEIDING

De waarde van het gezin stijgt boven al onze economische modellen uit. En toch staat het gezin onder druk, juist door economische belangen. Hoe kunnen we gezin en werk op een natuurlijke, Bijbelse manier in balans brengen? Belangrijk is dat gezinnen de ruimte krijgen om bewust te kiezen. Ouders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zowel naar elkaar als naar hun kinderen. Daarnaast is er de verantwoordelijkheid voor het dagelijks brood. Het is aan ouders om hierbij de tijdgeest van materialisme en individualisme te weerstaan en tot wijze afwegingen te komen. Gezin en werk zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor beide ouders.

Vroeger

Vroeger woonde het gezin daar waar het werk was. Op de boerderij, in de winkel, bij de werkplaats. Het was vanzelfsprekend dat ook vrouw en kinderen hun bijdrage leverden. Net als inwonende grootouders en andere familieleden. Iedereen was betrokken bij het levensonderhoud. Arbeid, gezin en onderlinge zorg waren nauw aan elkaar verbonden. Dat zal niet alleen te maken hebben gehad met de solidariteitsgedachte die door het christendom wijd was verspreid, maar ook door het gegeven dat mensen simpelweg meer op elkaar waren aangewezen en van elkaar afhankelijk waren.

In de loop van vele eeuwen is dat steeds verder uit elkaar gegroeid. We wonen in veel gevallen niet meer waar we werken. De werkgever krijgt officieel 40 uur in de week, de rest van onze tijd is privé. Hierdoor is het verband, de logische samenhang, tussen gezin en werk vaak losgeraakt.

Het gezin staat tegenwoordig stevig onder druk. Toch zijn aanvallen op het gezin niets nieuws. De Griekse filosoof Plato leefde 400 jaar voor Christus. Hij wilde voor zijn ideale samenleving al het gezin helemaal afschaffen. Daar staat gelukkig een eeuwenoude Joods-christelijke traditie tegenover, waar het gezin juist in hoog aanzien staat. Het kernwoord voor een christen is ‘de liefde’. Juist het gezin is de plaats waar kinderen leren hoe zij liefde kunnen geven en ontvangen. Het gezin staat daarom terecht in hoog aanzien en wordt ook wel de ‘hoeksteen van de samenleving’ genoemd. Dit beeld legt vooral de nadruk op het onveranderlijke karakter van het gezin. De huidige samenleving kenmerkt zich daarentegen door een voortdurende beweging en ontwikkeling. Het is daarom goed om ook een van de oorspronkelijke betekenissen van het woord ‘gezin’ te benoemen; een reisgezelschap.

Nu

Wat onder de definitie van gezin wordt verstaan is de laatste decennia ingrijpend verbreed. Tegenwoordig wordt gesproken van een leefverband van één of meer volwassenen die verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging of opvoeding van één of meer kinderen. Deze definitie benadrukt dat het opvoeden van kinderen de belangrijkste functie is van het gezin.
Nederland telt ruim 2,6 miljoen gezinnen. Dit aantal is in de afgelopen tien jaar licht toegenomen. De meeste Nederlanders leven in een gezin. Die 2,6 miljoen gezinnen zijn echter niet allemaal traditionele gezinnen. Er zijn zo’n 560 duizend eenoudergezinnen. Eén op de acht kinderen groeit op zonder een vader of een moeder in het gezin.
Als we kijken naar de verdeling gezin en werk, dan valt op dat het vooral vrouwen, moeders, zijn die in deeltijd werken. Traditioneel zorgt nog steeds vooral de man voor een inkomen en neemt de vrouw de verantwoordelijkheid voor het huishouden en andere zorgtaken op zich.
Als we kijken naar de moeders met een kind tot 3 jaar, heeft ruim driekwart een betaalde baan. Daarvan zijn ongeveer 1 op de 15 moeders thuis vanwege zwangerschaps- of ouderschapsverlof. In vergelijking met andere Europese landen hebben veel Nederlandse moeders (met een kind tot 3 jaar) een betaalde baan, maar zijn er relatief weinig met zwangerschaps- of ouderschapsverlof.
Als het echter gaat om het aantal uren dat moeders gemiddeld werken dan staat Nederland op de laatste plaats in Europa. Onze moeders werken gemiddeld het minste aantal uren.
Veel Nederlandse moeders hebben dus een betaalde baan, maar het gaat bijna altijd om een deeltijdbaan. Drie op de vier vrouwen heeft een deeltijdbaan. Sinds 1971 is het percentage vrouwen dat helemaal voltijds werkt nauwelijks gestegen. Opvallend is ook dat veel vrouwen aangeven dat zij niet een volledige baan hebben omdat zij vrijwilligerswerk of mantelzorg willen doen. Een trend die overigens wel kan verontrusten is dat het vooral vrouwen met jonge kinderen zijn die weer vaker en meer uren betaald aan het werk gaan.
Gezin en familie zijn voor veel mensen belangrijk. Bij het ouder worden, en als zorgvragen toenemen, blijkt het geven van hulp en steun echter niet altijd vanzelfsprekend. Van kinderen die hun ouders nog hebben, geeft zo'n 40 procent hulp aan hen. Andersom ondersteunt ruim de helft van de ouders met volwassen kinderen hun kinderen. Bijvoorbeeld bij de opvang en verzorging van kleinkinderen. Geloof blijkt een sterke rol te spelen bij dit soort familiesolidariteit. Gelovigen helpen elkaar vaker binnen de kring van gezin en familie. Niet alleen door een helpende hand, maar ook financieel.

Maatschappij

Rond gezin en werk zijn er veel maatschappelijke ontwikkelingen. Wat daarbij opvalt is de veranderende opvattingen rond de rol van vaders en moeders. Vaders zouden zich nog veel meer actief moeten bezighouden met hun rol als vader, onder meer door vaker thuis te zijn. Sinds september 2014 heeft Nederland zelfs een bijzonder hoogleraar Vaderschap aan de Universiteit van Amsterdam. Dit is een wereldwijd novum. Deze post wordt bezet door een vrouw, Renske Keizer. Die grotere rol voor vaders, lijkt er tot op heden vooral toe te leiden dat de moeder meer buitenshuis gaat werken.
Hoogleraar Renske Keizer werkt fulltime en zei hierover in een interview met het RD: “Mijn kinderen krijgen zo de opvatting mee dat werken voor moeders belangrijk is.” Vaders gaan niet massaal minder betaald werken. Deels komt dat doordat hiervoor nog onvoldoende arbeidsvoorwaardelijke mogelijkheden zijn. Extra vaderschapsverlof is niet altijd mogelijk en dikwijls onbetaald. Maar van de vaders die recht hebben op ouderschapsverlof, maakt slechts 1 op de 10 hiervan gebruik. Overigens is dat bij vrouwen 1 op de 5 die er gebruik van maakt (Emancipator Monitor 2016, SCP / CBS). Wellicht dat de maatschappelijke acceptatie in Nederland nog relatief laag is. Het gat, dat in het gezin ontstaat doordat moeder minder thuis is, terwijl vader nog niet minder gaat werken, wordt opgevuld door de kinderopvang.
Tegelijk is er een andere beweging gaande. Steeds meer organisaties zien het belang van een goede, gezonde balans tussen gezin, zorgtaken en werk. Frankrijk gaat daarin het meest ver, daar wil men mailen na werktijd bij wet verbieden. In Duitsland kregen werknemers van BMW al in 2014 het 'recht op onbereikbaarheid' op afgesproken tijden. Zelfs de Nederlandse werkgeversvereniging AWVN zegt nu dat het continu 'aan' staan een probleem kan vormen voor de gezondheid van werknemers. Samen met grote werkgevers zet de vereniging vooral in op het verminderen van digitale werkstress.
Overigens neemt ook in de gereformeerde gezindte het aantal werkende ouders toe. Dat moeders betaald werk verrichten raakt steeds meer ingeburgerd. Vaders komen vaak nog niet verder dan een enkele ‘papadag’ thuis. Grootouders en andere familieleden worden steeds vaker ingeschakeld voor het opvangen van kinderen. Daarnaast zijn er initiatieven rond verantwoorde kinderopvang. In de toekomst kan de behoefte aan christelijke kinderopvang toenemen, omdat steeds meer (groot)ouders allebei werken. Het feit dat eenverdieners fiscaal benadeeld worden ten opzichte van tweeverdieners speelt daarbij een rol en eist zijn tol. Dit alles vraagt om een voortgaande bezinning op christelijke kinderopvang.

Politiek

Waar het laatste kabinet van Balkenende nog een minister voor Jeugd en Gezin benoemde, schrapte kabinet Rutte-I deze weer snel. Ook het kabinet Rutte-II had geen aparte minister voor Jeugd en Gezin. Het gezin was ondergebracht op de afdeling ‘Gezin, werk en opvoeden’ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Onder het huidige kabinet Rutte-III is het gezinsbeleid versnipperd over meerdere ministeries.
Arbeidsparticipatie vrouwen
Rutte-III streeft naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen op het gebied van arbeid en inkomen, lezen we in de Emancipatienota 2018-2021 van minister Van Engelshoven (29 maart 2018). De arbeidsparticipatie van vrouwen moet omhoog. En alle drempels daarvoor moeten verwijderd worden. “Bewust of onbewust voelen vrouwen dat het ‘hoort’ dat zij meer tijd aan zorgtaken besteden. Mannen hebben juist het gevoel dat ze de belangrijkste kostwinner moeten zijn. (…) Het is mijn ambitie om de vanzelfsprekendheid van het huidige patroon te doorbreken zowel bij vrouwen als bij mannen, zeker bij de jongere generatie”, aldus Van Engelshoven.
Het gezin lijkt voor de overheid vooral een lastig obstakel. Een obstakel dat vrouwen tegenhoudt om meer te gaan werken. Voormalig minister Bussemaker bracht dat helder onder woorden toen ze zei dat vrouwen af moeten van “dat eeuwige schuldgevoel over hun gezin”. Vrouwen zouden zich volgens Bussemaker eerder schuldig moeten voelen “over het feit dat de overheid zoveel in ze heeft geïnvesteerd”. Met zulke uitspraken wordt een wig gedreven in gezinnen. Kinderen zijn daarbij kennelijk hinderpalen. Dergelijk emancipatiedenken heeft het gezin in een beklemmende houdgreep.

Kindregelingen

Nederland heeft in de afgelopen jaren een aantal bezuinigingen doorgevoerd die gezinnen raken. In 2015 is het aantal kindregelingen teruggebracht van tien naar vier: kinderbijslag, kinderopvangtoeslag, inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebonden budget. Ook is de overheid vanaf 2009 bezig met het afbouwen van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting (ook wel denigrerend de “aanrechtsubsidie” genoemd) voor niet-werkende partners die na 1 januari 1963 geboren zijn.
Dit kabinet trekt extra geld uit voor kinderopvangtoeslag (250 miljoen euro per jaar), kinderbijslag (250 mln) en het kindgebonden budget (500 mln), zo staat in het regeerakkoord. Ook wordt er gewerkt aan een voorstel voor een nieuwe financieringssystematiek voor de kinderopvang, waarbij kinderopvanginstellingen direct vanuit het Rijk gefinancierd worden in plaats van via de ouders.

Verlofmogelijkheden bij geboorte kind

Op dit moment krijgt een vader in Nederland twee dagen betaald kraamverlof, en mag hij daar drie dagen onbetaald (ouderschaps)verlof aan toevoegen. Verder hebben vaders (evenals moeders) met kinderen tot 8 jaar recht op onbetaald ouderschapsverlof van 26 keer het aantal werkuren per week. Veel politieke partijen willen de verlofmogelijkheden voor ouders uitbreiden. Ook minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft voorgesteld (wetsvoorstel, februari 2018) om het betaalde vaderschapsverlof uit te breiden (van twee dagen) naar een hele week, die binnen vier weken na de bevalling kan worden opgenomen. Ook wil Koolmees dat vaders in het eerste half jaar na de geboorte nog eens vijf weken extra geboorteverlof kunnen ontvangen, waarbij ze een uitkering ontvangen van 70 procent van het salaris.

VISIE VAN DE RMU

Gezin

Het gezin is de plaats waar ouders en kinderen een duurzaam thuis vinden. De RMU hecht aan de grote waarde die het gezin heeft voor de samenleving. Vader en moeder bieden hierin niet alleen een veilig thuis, maar ook een plaats waar waarden en normen worden overgedragen op nieuwe generaties. Zo ontstaat sociaal kapitaal voor de toekomst. Dit gezin staat onder grote druk. Individualisme waarbij ieder vooral het eigen geluk moet nastreven, is daaraan mede debet. De RMU vindt dat het fundamentele uitgangspunt bij overheidsbeleid moet zijn dat er ruimte blijft voor het maken van eigen keuzes.

Werk

Werk zorgt voor zingeving, ontplooiing en inkomen. Voor christenen is werk echter veel meer dan dat. We werken allereerst tot eer van God en vervolgens tot heil van onze naaste. En, niet voor niets tot slot, daarna voor ons levensonderhoud. Werk dient een hoger doel. Helaas wordt arbeid lang niet altijd zo beleefd. Werk is veelal verengd tot betaald werk en functioneert vaak als een keurslijf om te voldoen aan de talloze eisen die mensen zelf aan het leven stellen en die de maatschappij aan hen stelt. De tijdsdruk die betaald werk op mensen legt, beperkt de ruimte voor zorgarbeid en vrijwilligerswerk. Tegelijk zijn er ook gezinnen die niet kunnen rondkomen met één kostwinner. Om de kosten voor levensonderhoud te kunnen betalen, moeten zij als beide ouders betaald werk te verrichten. Als zij hun tijd willen besteden aan de opvoeding van hun kinderen of het verlenen van mantelzorg blijkt dat als ‘gedwongen tweeverdieners’ heel lastig.

Gezin en werk

De RMU vindt dat het daarom zaak is de balans tussen gezin, zorg en werk te herstellen.De RMU is niet principieel tegen arbeidsparticipatie van vrouwen, maar vindt het belangrijk dat ouders de vrijheid krijgen om keuzes te maken die passen bij hun principes en bij de persoonlijke situatie. Wel pleit de RMU ervoor dat ouders hun verantwoordelijkheid samen nemen: opvoeding van kinderen is een gezamenlijke en primaire taak voor beide ouders. Tegen die achtergrond is het bewust en gezamenlijk maken van een weloverwogen keuze essentieel. Dit is volgens de RMU in lijn met de een Bijbelse visie op gezin en werk.

Flexibeler werktijden

Om gezin en werk beter te kunnen combineren is er meer flexibiliteit nodig, zowel bij werkgevers als werknemers. In dit kader is de RMU voorstander van flexibilisering van arbeidstijden, bijvoorbeeld door schooltijdbanen en het bieden van mogelijkheden voor thuiswerken.
Sollicitatieplicht voor alleenstaande bijstandsouders met jonge kinderen is voor de RMU taboe. Voorkomen moet worden dat deze ouders er niet meer voor hun kinderen kunnen zijn. Voor alleenstaande bijstandsouders met kinderen in de leeftijd tot vijf jaar zou niet een sollicitatieplicht, maar een scholingsrecht moeten gelden.

Flexibeler arbeidsparticipatie

Uit onderzoek blijkt dat stress een steeds grotere bijdrage levert aan arbeidsuitval. Voormalig minister Asscher stelde zelfs dat stress inmiddels in de top-3 staat van oorzaken. Deze stress is deels een gevolg van de moeizame combinatie van arbeid en zorg. En als allerlei regelingen waar een gezin mee te maken heeft niet op elkaar aansluiten – denk bijvoorbeeld aan school- en werktijden – dan is het voorstelbaar dat die stress verder toeneemt. Stress vormt een steeds grotere bedreiging voor de volksgezondheid. De RMU bepleit flexibeler arbeidsparticipatie voor ouders. Dit kan door het beter faciliteren van een carrièrepauze, het verruimen van de mogelijkheden voor ouderschapsverlof of het bieden van een écht kindgebonden budget. Kortom, het voorop stellen van het gezinsbelang.

Ook bijscholing tijdens carrièrepauze

De RMU wil meer mogelijkheden voor ouders op het gebied van scholing en het bijhouden van vakkennis. Dit moet de drempel verlagen om tijdelijk gedeeltelijk of helemaal te stoppen met werken ten behoeve van een gezond gezinsleven. Werkgevers hebben een verantwoordelijkheid bij de scholing van medewerkers. Om dat te stimuleren genieten werkgevers vaak financieel voordeel bij het aanbieden van die scholing. Het gaat zowel om fiscale voordelen als middelen uit de O&O-fondsen. De sectorale O&O-fondsen bieden aan werkgevers financiële middelen bij het op peil houden van vakkennis van medewerkers. Nu zijn het de werkgevers die een beroep doen op deze fondsen ten bate van de scholing van hun werknemers. De RMU wil al deze voordelen ook beschikbaar stellen voor ouders die tijdelijk geen betaald werk verrichten vanwege de gezinssituatie. Dit maakt het voor ouders makkelijker om een carrièrepauze in te lassen zonder dat de afstand tot de arbeidsmarkt toeneemt door scholingsachterstand. Hun vakkennis kan dan weer op peil worden gebracht voor het einde van het verlof. Mensen blijven zo voor de langere termijn behouden voor een branche. Om misbruik te voorkomen is het zaak hiervoor een goed systeem op te zetten. Het puntensysteem dat in verschillende sectoren gebruikt wordt, kan hierbij als voorbeeld dienen. De RMU pleit er voor de mogelijkheden hiervoor nader te onderzoeken.

Ruimer verlof bij geboorte kind

Uitbreiding van de verlofmogelijkheden bij de geboorte van een kind zou voor veel jonge ouders een uitkomst zijn. Ouders van pasgeboren kinderen krijgen zo meer tijd om zorg en arbeid beter op elkaar af te stemmen. Dat is zonder meer winst voor ouder en kind. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat het voor kinderen gedurende hun eerste levensjaar het beste is om thuis verzorgd te worden. De stress van opvang elders kan op latere leeftijd tot problemen leiden. Investeren in jonge kinderen is daardoor ook investeren in de samenleving als geheel.
De RMU vindt het een goede stap dat het kabinet Rutte-III het betaalde vaderschapsverlof wil uitbreiden van twee dagen naar een hele week. Uit onderzoeken blijkt immers dat een langer vaderschapsverlof zorgt voor een betere balans tussen gezin en werk voor zowel vader als moeder. De RMU pleit daarbij wel voor voldoende ruimte voor flexibiliteit en het maken van eigen, passende keuzes. Daarom is de RMU blij dat vaders in het kabinetsvoorstel de vrijheid krijgen dit verlof in de eerste vier weken na de bevalling op te nemen, zodat dit bijvoorbeeld ook na afloop van de kraamzorg mogelijk is.
De RMU vindt de huidige regeling voor ouderschapsverlof, waarbij ouders 26 keer de arbeidsduur per week onbetaald ouderschapsverlof kunnen opnemen, een goede regeling. In totaal betekent dit, als ouders kiezen om dat na afloop van het zwangerschapsverlof (6 weken) en het bevallingsverlof (10 weken na de bevalling) aansluitend en na elkaar op te nemen, ruim een jaar volledig verzorgd kan worden door één van de ouders.

Bestedingspakket Kinderen

De RMU is er voorstander van dat bezien wordt op welke wijze een deel van dat ouderschapsverlof betaald kan worden opgenomen. De meest objectieve en solidaire regeling zou zijn om de beschikbare gelden voor kinderopvang eerlijk te gaan delen over alle kinderen, dus via de kinderbijslag of de kindgebonden regeling ongeacht of zij van kinderopvang gebruik maken. Anders gezegd: creëer een bestedingspakket voor kinderen door het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag samen te voegen tot een Bestedingspakket Kinderen. Zo ontvangen ouders financiële ruimte in hun portemonnee om onbetaald ouderschapsverlof te kunnen opnemen. Bovendien vergroot dit de vrijheid om persoonlijke keuzes te maken, want het Bestedingspakket Kinderen is bedoeld voor alle ouders, ongeacht of zij een- of tweeverdiener zijn en ongeacht of zij van kinderopvang gebruikmaken. Op deze manier is een ouderschapsverlof waarbij het salaris wordt doorbetaald niet nodig. Een deel van het ouderschapsverlof kan ook betaald gemaakt worden vanuit algemene middelen, bijvoorbeeld door een uitkering te geven van het UWV, maar vanwege de financiële consequenties heeft de invoering van het genoemde Bestedingspakket Kinderen de voorkeur. Daarnaast roept de RMU werkgevers en werknemers op om met de overheid nadere afspraken te maken over eventueel betaald ouderschapsverlof, zoals in het onderwijs, waar een deel van het ouderschapsverlof betaald verlof betreft. De RMU pleit ervoor de ouderschapsverlofkorting te laten voortbestaan. Zodoende krijgen ook ouders die van hun werkgever geen (gedeeltelijke) doorbetaling krijgen tijdens het ouderschapsverlof, een financiële compensatie.

Geen keuzedwang, wel keuzevrijheid

Het is belangrijk dat ouders vrijheid hebben om keuzes te maken die passen bij hun principes en bij de persoonlijke situatie. Fiscale drukmiddelen om bijvoorbeeld de arbeidsparticipatie van vrouwen en/of het tweeverdienersschap te stimuleren, zijn daarbij niet alleen deels achterhaald en ineffectief maar ook ongewenst. De overheid gaat niet over de keuze wie van de ouders (on)betaald werk verricht en voor hoeveel uren in de week. De RMU wil geen keuzedwang, maar keuzevrijheid. Ook als het gaat om gezinnen waarin de ouders noodgedwongen moeten werken om in hun levensonderhoud te voorzien. Dan is keuzevrijheid een betrekkelijk begrip.
Overigens raakt de fiscale benadeling van eenverdieners niet alleen christenen: onderzoek van de SGP liet zien dat het aantal eenverdieners juist onder de kiezers van alle politieke partijen even hoog is, nl. rond de 20 procent.
De RMU is blij dat het kabinet Rutte-III het toenemende verschil in koopkracht tussen één- en tweeverdieners een halt toeroept, maar de kloof in belastingdruk blijft ongekend groot. De RMU wil dat het kabinet meer maatregelen neemt om de belastingdruk voor gezinnen met één inkomen te verlichten.
De RMU is blij dat dit kabinet (eenverdieners)gezinnen tegemoet komt met de verhoging van het kindgebonden budget, maar pleit ook voor een kindgebonden budget dat ouders naar eigen inzicht kunnen besteden aan kinderopvang binnen of buiten het gezin, door één van de ouders of door een willekeurige andere deskundige. De RMU vindt dat alle beschikbare gelden voor kinderopvang eerlijk herverdeeld moeten worden via een inkomensafhankelijk kindgebonden budget. Oneigenlijk gebruik is hiermee uitgesloten en het maakt de kosten voor kinderopvang beheersbaar. Een dergelijk budget ziet de RMU als een belangrijke voorwaarde om keuzevrijheid ook financieel mogelijk te maken.

Minister voor Jeugd, Gezin en Onderwijs

Goed gezinsbeleid is niet alleen een kwestie van meer geld. Het is ook een kwestie van de juiste prioriteit. Het gezinsbeleid in Nederland is versnipperd over zowel de beleidsvelden sociale zaken als gezondheidszorg. Hierdoor worden gezinszaken snel in de sfeer getrokken van arbeidsparticipatie of jeugdzorg. Dit is veel te eenzijdig, het gezin verdient beter. Bovendien blijven bijvoorbeeld fiscale aspecten nu sterk onderbelicht. De RMU is daarom voor een minister voor Jeugd en Gezin. Zo krijgt gezinsbeleid niet alleen meer aandacht, maar is er ook een meer integrale en evenwichtige benadering mogelijk.

Samenvatting maatregelen:

  1. Maak flexibele werktijden mogelijk om gezin en werk beter te kunnen combineren, bijvoorbeeld door schooltijdbanen of thuiswerken.
  2. Schaf de sollicitatieplicht voor alleenstaande bijstandsouders met jonge kinderen af en geef hen in plaats daarvan een scholingsrecht.
  3. Zorg voor meer mogelijkheden voor ouders op het gebied van scholing en het bijhouden van vakkennis om de drempel te verlagen voor een carrièrepauze ten bate van het gezin.
  4. Maak arbeidsparticipatie voor ouders flexibeler door het faciliteren van een carrièrepauze, de mogelijkheden voor ouderschapsverlof te verruimen en te zorgen voor een écht kindgebonden budget.
  5. Onderzoek de mogelijkheden om de fiscale voordelen die werkgevers nu ontvangen voor de scholing van hun medewerkers ook beschikbaar te maken voor ouders die tijdelijk geen betaald werk verrichten vanwege de gezinssituatie.
  6. Bekijk op welke wijze een deel van het ouderschapsverlof betaald kan worden opgenomen.
  7. Verruim het vaderschapsverlof naar vijf betaalde verlofdagen die flexibel kunnen worden opgenomen.
  8. Geef ouders de ruimte voor het maken van persoonlijke keuzes over wie er (on)betaalde arbeid verricht en voor hoeveel uren per week. Dat betekent geen fiscale drukmiddelen om de arbeidsparticipatie van vrouwen of het tweeverdienersschap te stimuleren, maareen wel een gelijke behandeling van gezinnen met één inkomen of twee inkomens.
  9. Voeg het geld voor kinderopvang bij het kindgebonden budget en geef ouders op deze wijze inkomensafhankelijk een bijdrage voor elk kind dat zij naar eigen inzicht kunnen besteden aan kinderopvang binnen of buiten het gezin.
  10. Stel een minister aan voor Jeugd en Gezin.

 

Bronnen:

  • G.A. Kooy – Gezinsgeschiedenis, vier eeuwen gezin in Nederland
  • W. ter Horst – Christelijke Encyclopedie
  • Prof. U. Reinhardt – onderzoek Stiftung für Zukunftsfragen
  • R. Bregman – De Correspondent, De oplossing voor (bijna) alles: minder werken
  • E.M. Albers – The challenges of childcare for very young infants (dissertatie), RU Radboud Universiteit Nijmegen, 2010
  • C. de Weerth – Everything for your baby. Requirements for a good life (oratie), RU Radboud Universiteit Nijmegen, 2015
  • M. Eerkens en E. Poerink – De Correspondent, De Gezins(s)top
  • A.E. Komter en C.M. Knijn – The strength of family ties. In: Dykstra, P.A., M. Kalmijn, G.C.M. Knijn, A.E. Komter, A.C. Liefbroer en C.H. Mulder, Family solidarity in The Netherlands. Dutch University Press, Amsterdam, 2006
  • CBS – Familiesolidariteit: hulp aan ouders en kinderen, 2015
  • Nico van der Voet – Pa, wees een vent!, 2013
  • Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) - Emancipatienota 2018-2021 ‘Principes in praktijk’ van), 29 maart 2018
  • VVD, CDA, D66 en ChristenUnie - Regeerakkoord 2017-2021 ‘Vertrouwen in de toekomst’, 10 oktober 2017
Delen