Terug naar Kennisbank

Column | Is er hoop na de tweede golf?

Gepubliceerd op 2020-10-16

Een paar keer per week reden we ’s avonds een rondje met de auto, mijn dochter (13) en ik. Het was de tijd van wat we nu noemen “de eerste golf”: de lockdown van april en mei. Ze zat hele dagen thuis, de brugklas achter de laptop en voor je gevoel zat de hele wereld thuis. Na wéér zo’n dag, de zoveelste, riep ik haar dan: kom, we gaan een rondje rijden. Over de Heuvelrug, of naar de Schaapskooi op de Ginkelse hei. Onderweg kwamen we er veel tegen: mensen die ’s avonds dat rondje gingen lopen. De “walkers” noemden we ze.

Het was de tijd van de lockdown, maar ondertussen maakten we er wat van. En dat had alles te maken met die gloeiende vonk van binnen: dit gaat een keer stoppen. We gaan ergens naar toe. Op een dag is alles weer zoals vroeger. Het wordt zomer, en dit virus krijgen we er onder. Dat gevoel van hoop zagen we ook om ons heen. Je zag het in geschreven steunbetuigingen, in bemoedigende berichten van solidariteit op de socials, de knuffelberen achter het raam. Je hoorde het in het applaus voor de zorgmedewerkers. Je voelde die sfeer verbinding, die door de overheid werd bevestigd in een missie: “Samen krijgen we het virus er onder”.

Nu zitten we in de tweede golf. Dat gevoel van hoop, het ergens naar op weg zijn, die vonk van saamhorigheid, ik merk het niet meer zo. Van binnen voel ik eerder gelatenheid. Op naar de derde golf? En in de samenleving zie je het ook terug. De groep die met maatregelen te maken krijgt roept: waarom wij wel en zij niet? En vice versa. En overheidsinspanningen om het virus te beteugelen worden object van partijpolitiek winstbejag. Terug bij het ouder normaal, op dat terrein.

Eerder sprak ik al over de tweedeling binnen onze arbeidsmarkt. Er zijn er veel die de tweede golf door zullen komen: zij die het goed voor elkaar hebben: vaste banen in toekomstbestendige sectoren, keigoed opgeleid, een flink arbeidsverleden en wendbaar. Maar steeds groter wordt de groep die nooit vast werk heeft gekregen, die vanuit een kansarmer milieu naast de betere opleiding grepen (dat vaak al samenhing met het eerste schooladvies), en die in deze achterstand ook niet meer aan kunnen haken. En wat gebeurt er met hen na de tweede golf? En de derde?

"Wat gebeurt er met hen die de achterstand niet aankunnen?"

Een tweedeling op de arbeidsmarkt zal op de termijn de hele maatschappij ontwrichten. Dit moeten we met zijn allen, ondernemers, multinationals, werknemers, investeerders, have’s en have-nots, in gezamenlijkheid zien te voorkomen. De solidariteit die daarvoor vereist is, heeft als doel sociale gerechtigheid. En dat is niet alleen een Bijbelse opdracht, maar ook een gezond fundament voor de samenleving.

Solidariteit vraagt offers. Ja, inderdaad, van de sterkste schouders, ander gaat het niet. Zijn we bereid om wat meer te investeren in banen en wat minder in kostenreductie? Zijn we bereid om wat meer geld vrij te maken voor opleiding en omscholing met gelijke kansen voor iedereen, in plaats van voor nog geliktere arbeidsvoorwaarden in een cafatariamodel? Zijn we met zijn allen bereid wat meer belasting te betalen, in plaats van koopkrachtplaatjes te vergelijken? Ik noem zo maar een paar dingen. Maar met dat ik ze hier schrijf, denk ik terug aan die saamhorigheid, die solidariteit, dat applaus van april en mei. Dat zouden we toch moeten kunnen herhalen? Voor elkaar?

Volg ons op Instagram voor inspiratie tijdens je koffiepauze.

Volg ons: rmu.nu