Terug naar Kennisbank

Voorzienigheid en vaccinatie

Gepubliceerd op 2021-03-18

Uitgangspunt van een christelijke visie op gezondheid en ziekte en medische zorg is het geloof dat God leven en gezondheid geeft. In Zijn werk van onderhouding geeft Hij medische mogelijkheden, maar ook bijvoorbeeld alle voedsel. Alle middelen zijn alleen zegenrijk voor de mensen als de Heere er zijn zegen over geeft (I Tim 4:4, 5).

In onze hedendaagse cultuur leeft een sterk streven naar maakbaarheid van het leven. Waar dat leidt tot een vertrouwen op onze techniek en onze middelen buiten God om staat dat streven haaks op het Christelijke geloof. Binnen de gereformeerde gezindte wordt vaccinatie soms gezien als bewijs van gebrek aan vertrouwen op God en een ontken¬ning van Gods voorzienigheid. Als een treden in de plaats van God, een zich niet willen buigen onder Gods tucht of straf en een miskenning van Gods trouw. Het bij voorbaat willen voorko¬men van (een) ziekte, door iemand een beetje ziek te maken, betekent dat men Gods tucht wil afweren, terwijl "alle kastijding als die tegenwoordig is, geen zaak van vreugde maar van droefheid schijnt te zijn: doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid aan hen die daardoor geoefend zijn" (Hebr. 12:11), en de Heere kastijdt die Hij liefheeft (Hebr. 12:5). Waarbij de gelovige mag vertrouwen dat degenen die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede (Rom. 8:28).

Als uitdrukking van een nauw leven met de Heere, in diepe afhankelijkheid van Hem roept deze geloofshouding respect op. De vrijheid van geweten dient dan ook op dit punt gerespecteerd te blijven.

Er is echter ook een andere geloofshouding mogelijk. Daarin wordt in het verstaan van Gods Voorzienigheid een ander accent gelegd. Gods voorzienigheid betekent niet alleen dat niets gebeurt en ook gezondheid en ziekte, ons niet bij geval, maar van Gods Vaderlijke hand toekomen. Hij is ook de God die “Zelf allen het leven, en de adem, en alle dingen geeft. ….Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij;” (Handelingen 17: 25, 28). Gods voorzienigheid houdt ook in dat Hij voorziet in wat wij nodig hebben. Dat er voedsel is, dat er geneesmiddelen zijn, valt ook onder Zijn bestuur. Hij voorziet in wat we nodig hebben (Matth. 6: 25-34). Dat gaat niet buiten onze verantwoordelijkheid om. God is zoveel groter dan wij ons kunnen voorstellen en Zijn bestuur zo alles omvattend dat ook de menselijke verantwoordelijkheid en al ons doen en laten daarin is opgenomen. Die menselijke verantwoordelijkheid houdt ook in het gelovig gebruiken van de middelen waarin God voorziet.

Natuurlijk moeten de middel en hun gebruik in overeenstemming zijn met Gods geboden. En zal niet ons zoeken primair moeten uitgaan naar het veiligstellen van ons leven met de beschikbare middelen. Dit bedoelen we met de belijdenis dat de Heere de middelen moet zegenen. En dat doet Hij vooral als we eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid zoeken. En dat koninkrijk, we kunnen ook lezen koningschap, zien we vooreerst daar waar mensen hun behoud zoeken in de vergeving van de zonden op grond van het werk van de Heere Jezus. Maar dat koningschap toont zich ook daar waar mensen in nood worden geholpen. Uit het optreden van de Heere Jezus is dat heel duidelijk. Werken van barmhartigheid wijzen erop dat God het heil, de heelmaking van mensen bedoelt. Gods voorzienigheid vormt zo ook het kader waarbinnen Hij door Zijn Geest het Evangelie van de Heere Jezus Christus hoorbaar en zichtbaar laat worden. “Hij geeft het leven, en de adem, en alle dingen… opdat zij de Heere zouden zoeken… .” (Hand. 25, 27). Waarom zou vaccinatie ook niet op deze manier vallen onder Gods voorzienigheid, onder Zijn regering van de wereld waarin Zijn zorg zichtbaar wordt? Zelf zie dat wel zo. Dat er grote financiële belangen achter de wereldwijde vaccinatieprogramma’s zitten en dat de farmaceutische industrie een macht vertegenwoordigt die gecontroleerd moet worden, is duidelijk. Maar zelfs waar mensen iets doen dat verkeerd is – wat van vaccinproductie op zich mijns inziens niet gezegd kan worden - kan dat in Gods voorzienig bestel een goede uitwerking hebben (Genesis 50:20).
Als we volledig op vaccins vertrouwen als een middel om ons leven veilig te stellen zonder belijdenis van ons afhankelijkheid van Zijn zegen, dan gebruiken we ze niet uit geloof.
Maar de mogelijkheid van verkeerd gebruik hoeft ons er niet van te weerhouden om op zich aanvaardbare middelen gelovig te gebruiken in het tegengaan van de huidige pandemie die direct en indirect leidt tot de dood van veel mensen (zeker ook in arme landen) en tot grote gezondheidsproblemen van nog veel meer anderen. En bovendien tot aanzienlijke maatschappelijke ontwrichting, geweld in gezinnen, psychische problemen bij veel mensen en vooral ook jongeren.

Neveneffecten

Maar de bijeffecten en de risico’s dan? Nul risico bestaat niet in de medische zorg en in het hele leven niet. Geneesmiddelen hebben vaak enige bijeffecten of een risico daarop. Dat geldt ook voor de vaccins tegen covid-19. Zoals bij vaccins in het algemeen zijn bepaalde neveneffecten zoals pijn in de arm en een beetje koortsig en grieperig gevoel, een teken dat de het vaccin de immuno-afweer van ons lichaam stimuleert. In enkele gevallen zijn heftige reacties waargenomen, soms zo heftig dat ingrijpen nodig is. Een beperkt aantal mensen is overleden na vaccinatie. Dat is nog geen bewijs dat de vaccinatie de doodsoorzaak is. Het gaat om mensen uit de groep zeer kwetsbaren en uit die groep overlijden elke dag mensen. Daarmee wil ik het overlijden van mensen niet bagatelliseren maar zonder verder onderzoek –dat nu ook plaatsvindt- valt er epidemiologisch geen conclusie aan te verbinden.

Abortus

Tot slot wil ik nog ingaan op het gebruik van cellijnen die zijn ontwikkeld uit cellen afkomstig van een geaborteerd kind voor de productie van sommige vaccins. Van de nu beschikbare vaccin is dat het AstraZeneca vaccin. Is het wel ethisch verantwoord een dergelijk vaccin te gebruiken?

Allereerst merk ik op dat er in het vaccin geen foetale cellen zitten, wat soms wordt beweerd. Het is wel zo dat er bij de productie het vaccin van AstraZeneca gebruik wordt gemaakt van een menselijke cellijn, de zogenaamde HEK293. Deze cellen zijn afkomstig van een foetus die om onbekende redenen in 1973 in Leiden werd geaborteerd.

Het gebruik van deze cellijn in de productie van een vaccin kan bij hen die abortus afwijzen tenzij het leven van de moeder bedreigd wordt, weerstand tegen vaccinatie oproepen. Dat is gevoelsmatig wel voor te stellen. Maar laten we de situatie nader bekijken.

Bij het vaccin van AstraZeneca en dat van Janssen, gaat het om een cellijn die is afgeleid van het weefsel van de geaborteerde vrucht. Het gebruik van het foetale weefsel na de abortus stond volkomen los van de beslissing tot abortus. De uit dat weefsel in het laboratorium gekweekte cellijn is gebruikt voor de vermenigvuldiging van een Adenovirus dat een rol speelt in het vaccin tegen Covid-19. Deze cellijn is een biologisch instrument geworden, waarvan de band met de abortus biologisch al heel dun is geworden en moreel nog dunner. Cellen blijven zich alleen eindeloos delen en een zo een ‘cellijn’ vormen als ze een transformatie ondergaan die gepaard gaat met chromosomale veranderingen. Het zijn dus geen ‘gewone’ foetale cellen meer.

Dergelijke cellijnen worden gebruikt bij de productie van diverse vaccins en van andere geneesmiddelen zoals tegen rode hond, waterpokken, hepatitis A, en gordelroos. Ze zijn ook gebruikt bij onderzoek ter verbetering van enkele geneesmiddelen.

Acceptatie van het gebruik van deze cellijn, en van het genoemde vaccin, is op geen enkele manier een rechtvaardiging van die voorafgaande abortus. De afweging die nu gemaakt wordt, betreft vooral de vraag in hoeverre de biologische link die er is tussen de voorafgaande abortus en de cellijn, het gebruik van die cellijn voor medische doeleinden moreel onaanvaardbaar maakt voor wie abortus afwijst..

Hierover wordt ook in prolife-kringen verschillend gedacht. Vrij breed lees ik dat men het covid-19 vaccin niet categorisch afwijst. Die relatie tussen die abortus en het vaccin is heel indirect. Een argument voor de morele ontkoppeling van de abortus en het gebruik van het vaccin is dat het, bij veralgemenisering, haast onmogelijk wordt om in deze wereld te leven. Kwaad zit in allerlei structuren en ook producten ingebakken. Om geen enkele indirecte betrokkenheid te hebben met immoreel gedrag dan zouden wij wel ‘uit deze wereld moeten gaan’.

Tekst: Henk Jochemsen, directeur Prisma en Emeritus bijz. hoogleraar Christelijke Filosofie, WUR

Volg ons op Instagram voor inspiratie tijdens je koffiepauze.

Volg ons: rmu.nu