Terug naar Kennisbank

Welke vlag hijsen we op 1 mei?

Gepubliceerd op 2021-04-22

Op 1 mei 1975 wapperde voor het eerst de vlag vanaf het Rotterdamse stadhuis. Nee, niet de Nederlandse driekleur die men vergeten was na afloop van Koninginnedag te verwijderen. Die vlag was namelijk verwijderd en vervangen door een knalrode vlag, verwijzend naar socialisme en de internationale socialistische beweging. 1 mei, de dag van de arbeid, werd na jarenlang getouwtrek in de Rotterdamse gemeenteraad, officieel gevierd: de vlag werd uitgehangen en de gemeenteambtenaren kregen een dag vrij. In andere gemeenten, met name in de Zaanstreek, gebeurde hetzelfde.

De reacties waren niet onverdeeld positief. Grote delen van de bevolking associeerden terecht het vieren van 1 mei als dag van de arbeid met puur socialisme en klassenstrijd. De andere zuilen, katholieken, protestanten en liberalen, moesten daar niets van hebben. Toch zullen er ook nu buiten de kringen van socialisten en sociaaldemocraten best veel mensen te vinden zijn die desgevraagd sympathie zullen uitspreken voor de originele beweegredenen om de dag van de arbeid te vieren. De eerste edities (1 mei werd voor het eerst in 1889 gevierd) stonden vooral in het teken van misstanden: geen werkdagen van zonsopgang tot zonsondergang in de fabrieken maar een achturige werkdag bijvoorbeeld. Ook in onze kringen zullen we dit soort ideeën niet bestrijden lijkt me.

Toch heeft de viering van 1 mei in Nederland weinig voet aan de grond gekregen. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met het gegeven dat de tegenstellingen tussen werkgevers en vakbonden, of tussen het socialisme en het kapitalisme, in Nederland minder scherp waren dan in andere landen. En dat is een constatering die goed doet. Anderszins zal ongetwijfeld het Calvinisme en de grote mate van kerkelijke betrokkenheid tot de jaren zeventig er toe hebben bijgedragen dat velen deze dag van de arbeid nog met argusogen bezien als een rood, links en gevaarlijk ding.

De rode vlag wordt in onze kringen dus niet gehesen. Maar is er niet meer over te zeggen dan rood, links en socialistisch wanneer we praten over 1 mei? Begint arbeid niet in het paradijs, waar de Heere God ons zelf aan het werk zet, niet om onze tijd te verdrijven maar als Goddelijke opdracht? Waarmee Hij zelf Zijn banier hijst over ons werk? En mogen we niet geloven dat die opdracht nog steeds geldt? Dat we door te werken, door te arbeiden, in de eerste plaats God dienen? En daarnaast ook nog onze naasten? En mogen we daarom ook niet stil staan bij de waarde van werk, in de breedste zin van het woord?

Want die waarde van werk, die gaat in het licht van de opdracht te bouwen en te bewaren veel verder dan de marktwaarde van een betaalde baan. Vanuit Bijbels, of misschien beter gezegd vanuit Gods perspectief – eerbiedig gesproken – is de bijdrage van werk aan een samenleving niet in geld uit te drukken, maar in liefde. Liefde tot God, liefde tot de naasten, liefde tot de samenleving. De waarde van werk is belangrijk in het licht van Gods roeping en opdracht, in het licht van het dienen van de (nabije) naasten als gezin, familie en vrienden, alsook in het bijdragen aan het omzien naar elkaar in de breedste zijn.

Welke arbeid telt mee als een zinvolle bijdrage aan alles wat goed is? Alle arbeid waartoe God ons roept. Dat overdenkend, zie ik 1 mei in een ander licht. Zie ik de dag van de arbeid als een dag waarop we Gods banier kunnen hijsen. Zie ik de dag van de arbeid als een gedenken van en stilstaan bij een geschenk van God: Hij gaf en geeft ons werk. Kan 1 mei, net zoals de biddag en dankdag voor gewas en arbeid, een dag worden van gebed, van dank aan God, van vreugde.


 

Volg ons op Instagram voor inspiratie tijdens je koffiepauze.

Volg ons: rmu.nu