Terug naar Kennisbank

Roel Jongeneel: 'Ik wil me graag inzetten voor een vitale en duurzame landbouw.'

Gepubliceerd op 2019-10-31

Roel groeide op in de Alblasserwaard, op een melkveehouderijbedrijf. Aanvankelijk wilde hij het ouderlijk bedrijf overnemen, maar het liep toch anders. Na zijn studies agrarische economie en bedrijfseconomie is hij uiteindelijk in Wageningen terecht gekomen. Hij is senior onderzoeker bij Wageningen Economic Research in den Haag en docent bij Wageningen Universiteit. Hij is getrouwd met Willy. Samen hebben zij vier kinderen en drie kleinkinderen.

Foto: Judith Leroy Fotografie

 

Ervaart u uw werk als roeping?

“Roeping” klinkt gewichtig, maar ik denk inderdaad dat je je werk zo mag zien. Voor mij had dat te maken met de betrokkenheid en passie voor de landbouw, en ik had al vroeg interesse voor economie. Ik heb als leerling of student ook nooit lang na hoeven te denken over welke richting ik uit wilde. Dat was wel een voorrecht, want kiezen is niet altijd makkelijk. Ik denk trouwens dat je je roeping, interesses en gaven bij elkaar mag houden. Je krijgt om zo te zeggen geen ‘briefje uit de hemel’, maar mag terugkijkend wel een stukje leiding zien in hoe de dingen zijn gegaan.

Welk advies zou u mee willen geven aan uw jongere zelf, op het gebied van loopbaanontwikkeling?

Ik denk dan aan twee dingen. Allereerst om ervoor te waken dicht bij je hart te blijven. Mensen ervaren soms “dit is mijn ding” omdat het aansluit bij wat ze boeit, hun belangstelling en hun gaven. Hou daar koers op en laat je niet verleiden tot het gaan van een richting die niet jouw ding is. Het tweede is om, voor zover dat tot de mogelijkheden behoort, te zoeken naar een baan of bedrijf waarvan je vindt dat je bijdrage betekenisvol is. Het is mooi als je voor je inzet (goed) wordt betaald en je zo een inkomen kan verdienen. Maar de intrinsieke motivatie ligt uiteindelijk niet in het geld. Je werk is een groot deel van je levensinzet en het is een goed verlangen om dat op een zinvolle manier te besteden. Er zijn voor mij daarom bedrijven waar ik nooit zou willen werken en juist anderen waarvan het me mooi lijkt om je voor in te zetten. Die twee zaken als uitgangspunt nemen lijkt me de basis om je werk met plezier en passie te kunnen uitvoeren.

Hoe vaak heeft u gesolliciteerd?

Dat is een goede vraag. Voor mijn huidige werkplekken heb ik eigenlijk niet echt gesolliciteerd. Ik ben eigenlijk steeds een beetje van het een, in het ander gerold en had het voorrecht dat ik zo terecht kon. Ik heb wel eens gesolliciteerd (ik denk een keer of drie) naar een andere baan, maar dat werd niets. Eén keer kreeg ik zelfs helemaal geen reactie van de werkgever. Ik heb dat toen voor mezelf opgevat als een teken dat ik beter op mijn huidige plek kon blijven zitten.

Bent u wel eens ontslagen?

Nee, ik heb nooit een ontslag meegemaakt, maar wel eens een heel vervelende reorganisatie die voor mij negatieve consequenties had. Ik heb toen met de RMU contact gehad om te kijken wat ik wel kon doen en wat ik zeker niet moest doen. Dat was nuttig.

"Vanuit mijn vak wil ik me graag inzetten voor een vitale en duurzame landbouw die voldoende en veilig voedsel produceert zodat iedereen goed te eten heeft."



Waar liggen er (persoonlijke) uitdagingen?

Vanuit mijn vak wil ik me graag inzetten voor een vitale en duurzame landbouw die voldoende en veilig voedsel produceert zodat iedereen goed te eten heeft. Ik denk daarbij graag na over de economische en beleidsaspecten die daaraan zitten.

Hoe stelt u prioriteiten?

Dat moet wel, doe ik ook, maar vind ik wel lastig. Ik vind vaak heel veel dingen interessant en boeiend, maar je tijd is beperkt. Ik heb soms de indruk dat jongeren beter in staat zijn om de balans werk en privé op orde te krijgen dan ouderen. Ik ervaar zelf best een hoge werkdruk en kan niet zeggen dat ik tevreden ben met die situatie.

Waarom heeft u zoveel boeken geschreven?

Er zijn twee redenen waarom ik schrijf. De eerste is dat ik als ik over dingen nadenk, bijvoorbeeld over wat ons christelijk geloof betekent voor de economie, ik het al snel ingewikkeld vind. Ik probeer dan mijn gedachten op te schrijven. Mij helpt dat bij het op een rijtje krijgen van dingen. Ik schrijf dus in de eerste plaats om zelf de dingen beter te begrijpen. Als ik eenmaal zover ben dat ik het op kan schrijven, dan ben ik voor mijn gevoel al een hele stap verder. Schrijven is voor mij dus vooral een manier om te kunnen nadenken.

Heeft u een voorbeeld?

Nou mijn eerste boek (De economie van de barmhartigheid) is ontstaan doordat ik als jonge econoom me afvroeg wat de Bijbel nu voor mijn vak te betekenen had. Ik ben toen de Bijbel van voor naar achteren gaan lezen met, als het ware, een economische bril op. Ik ontdekte toen, tot mijn verrassing, dat er in de Bijbel heel veel over economie wordt gezegd. Er staat een wijsheid in en er worden principes genoemd die ook voor vandaag nog van groot belang zijn. Ik wilde dat graag opschrijven en delen met anderen.

U had nog een reden?

De tweede reden dat ik nogal wat heb geschreven is dat er dingen zijn die me bezighouden en die ik belangrijk vind. Ik maak me bijvoorbeeld zorgen over ons voedsel en de productie ervan. Ik wil die dingen dan graag onder de aandacht bij anderen brengen

Er is heel recentelijk een boek van u verschenen: 'Agricultuur in balans’ (augustus 2019). Waarom is het belangrijk om eens een boek op te pakken over landbouw en voedsel?

Er is in de landbouw veel bereikt, maar we zitten ook met grote problemen en uitdagingen. Denk aan de grote aantallen mensen die te weinig te eten hebben, maar ook aan de steeds grotere groep die letterlijk ziek wordt van de overconsumptie (obesitas). Tel daarbij op de milieu- en klimaatproblematiek en ook nog onze omgang met de schepping en de dieren (dierenwelzijn). Dat zijn massieve problemen, die, zo laat ik zien, mede een geestelijke achtergrond hebben. Het oplossen of verminderen ervan vraagt dat we bereid zijn kritisch te kijken naar de waarden van waaruit we leven. Natuurlijk kunnen ook wetenschap en techniek helpen, maar we moeten, zoals mijn leermeester professor Schuurman liet zien, een spade dieper steken.

"We overtreden met ons materialisme en onze hebzucht op grote schaal Gods goede geboden en normen voor het leven."


En welke woorden zou u dan gebruiken om uit te leggen dat de milieu- en klimaatproblematiek niet puur vanuit een pragmatisch houding kan worden opgelost?

Als je aan alle kanten zo vastloopt, dan mag dat wel zeer te denken geven. Voor mij is het een signaal dat we met de richting die we hebben gekozen en de ontwikkeling daarin ‘botsen’ op de scheppingsorde. We overtreden met ons materialisme en onze hebzucht op grote schaal Gods goede geboden en normen voor het leven. Het bestrijden van symptomen is op zich goed, maar zal daarom niet voldoen. Als er geen bekering en richtingsverandering komt dan zullen er nieuwe problemen blijven komen. In die zin verkeren we in een crisis die niet op het lichtst genezen kan worden.

Nadenken over (gezond) voedsel hoort wel een beetje bij deze tijd. Welke concrete stappen zou de gemiddelde burger kunnen nemen om bij te dragen aan een ‘agricultuur in balans’?

In mijn boek ga ik maar beperkt in op de consumentenkant. Ik noemde hiervoor al de overconsumptie. Dat is typisch een welvaartsziekte van mensen uit het rijke westen. Ik vind het van geloof en verantwoordelijkheidsbesef getuigen om daarmee aan de slag te gaan en het consumptiepatroon in balans te brengen met wat nodig is. In die zin pleit ik voor een economie van het genoeg. Onze economie heeft iets van holle bolle Gijs: hij roept altijd ‘meer, meer’, hoeveel je er ook in stopt. Die onverzadigbaarheid leidt op allerlei terreinen tot grote problemen. We hebben de neiging om dan de symptomen en uitwassen van die problemen te bestrijden, maar we moeten de vraag naar de worteloorzaak durven stellen.








Volg ons op Instagram voor inspiratie tijdens je koffiepauze.

Volg ons: rmu.nu