gratis Dopper cadeau (t.w.v. 12,50 Euro)Lid worden tijdens de zomeractie
  • vakorganisatie met Bijbelse visie
  • brede dienstverlening
  • veel voordeel voor leden

Scholing (OR)

Lees hier de antwoorden op vragen over scholing:

De directie stelt dat de personeelsvertegenwoordiging zijn eigen scholing moet betalen, omdat er geen scholingsbudget afgesproken is. Kan dat zomaar?

De personeelsvertegenwoordiging (PVT) heeft, net als de ondernemingsraad, recht op scholing (art. 35c lid 3 jo. 18 WOR). De kosten van deze scholing komen te allen tijde voor rekening van de ondernemer (art. 35c lid 3 jo. 22 lid 1 WOR), ook wanneer de PVT een budget heeft afgesproken met de ondernemer. De wetgever heeft namelijk in artikel 35c lid 3 jo. 22 lid 3 WOR expliciet opgenomen dat de kosten voor scholing niet in het budget mogen worden opgenomen.

Het feit dat er geen scholingsbudget heeft afgesproken is dan ook juist en neemt niet weg dat de ondernemer deze scholing moet betalen.

Naar boven

Ik werk drie dagen per week en zit in de OR. De bestuurder zegt dat de 60 uren per jaar die de WOR voor beraad en scholing als ondergrens hanteert, voor mij naar rato geldt. Ik krijg dus maar 36 uur. Klopt dit?

Ieder OR-lid mag op grond van de WOR jaarlijks ten minste 60 uur besteden voor onderling beraad en scholing. Deze 60 uur geldt voor alle OR-leden, ongeacht het aantal uren dat zij werkzaam zijn. Bovendien is de 60 uur volgens de WOR de absolute ondergrens. In overleg met de ondernemer kan daarom meer tijd voor OR-werkzaamheden worden afgesproken. Overigens behoeft niet ieder OR-lid evenveel uren voor OR-werk te krijgen. Gebruikelijk is dat de voorzitter en secretaris meer uren hebben dan de andere leden.

Scholing or-leden

De wettelijke regeling die betrekking heeft op scholing van OR-leden, is opgenomen in artikel 18 van de WOR. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat de leden van de OR het recht hebben om hun werk gedurende een bepaald aantal werkdagen per jaar met behoud van salaris te onderbreken voor het ontvangen van scholing en vorming die zij in verband met de vervulling van hun taak nodig achten. De OR-leden kunnen zelf bepalen op welke wijze zij van het recht op scholing gebruik willen maken, het is echter aan te raden dit in onderling overleg in de OR en in gezamenlijk overleg met de ondernemer te bepalen.

Het aantal vrije dagen voor scholing wordt per jaar door ondernemer en OR gezamenlijk vastgesteld, zo blijkt uit lid 3. Afhankelijk van de ervaring, de deskundigheid en de functie in het ondernemingsraadswerk kan het aantal scholingsdagen per OR-lid verschillen. Het aantal dagen kan echter niet lager worden vastgesteld dan de wettelijke minima. Het wettelijke minimum is volgens artikel 18 lid 3 sub b WOR voor leden van de OR vijf dagen. Deze wettelijke minima worden nodig geacht voor het functioneren van een enigszins ervaren OR in een normale bedrijfssituatie.

De RMU biedt ook diverse cursussen aan. Van individuele cursussen voor beginnende OR-leden tot trainingen van een voltallige OR.

Voor een groot aantal vormen van scholing geldt een regeling waarbij de cursus gesubsidieerd wordt, zodat de ondernemer slechts een aanvullend bedrag hoeft te betalen. Voor meer informatie over de subsidieregelingen: Gemeenschappelijk Begeleidingsinstituut Ondernemingsraden (GBIO), www.gbio.nl.

Naar boven

Delen