Bijbelstudie Week #26

22 JUNI 2020

Download hier het audiobestand | podcast

Lezen | Spreuken 3 : 1-9

Intro

We zoeken met elkaar naar perspectief en uitzicht. Het liefst een positief perspectief te midden van onzekere en lastige tijden. En hoewel niemand van ons de dag van morgen kent, is er behoefte aan vooruit kijken. Sommigen doen dat vanuit de hang naar zekerheid. Anderen hebben een open en nieuwsgierige blik. Vandaag luisteren we naar wat de wijste man op aarde hierover heeft gezegd.

Uitleg

Salomo spreekt je in dit hoofdstuk heel direct aan: mijn zoon! Net zo goed kun je lezen: mijn dochter! Zijn raad is om niet te vergeten maar te bewaren. Wat? Gods wet en Zijn geboden. Hij spreekt hier over het hoofd en het hart. Herinner je mijn wet door die niet te vergeten en bewaar mijn geboden in je hart. Waarom deze raad? Dat staat in vers 2. Aan het houden van Gods wet en geboden, zit de zegen van een lange leven in vrede.

In vers 3 roept Salomo op om het goede te doen en trouw te zijn. Hij zegt: bind ze aan je hals en schrijf ze in je hart. Opnieuw een dubbele manier van zeggen met als doel dat je in je denken en in je doen Gods Woorden leidend laat zijn. Het geeft gunst en goed verstand in de ogen van God en van de mensen. En dan vertelt Salomo in zijn Spreuken van welke bodem en basis wij het moeten hebben als mens. In vers 5 en 6 gaat het om het vertrouwen op de HEERE en om het kennen en betrekken van Hem in alles wat we doen.

In vers 7 geeft Salomo aan dat we niet wijs in eigen ogen moeten zijn. Wat moeten we wel doen? God vrezen en afstand houden van het kwaad. Dat geneest en onderhoudt het leven (vers 8). God de eer geven en dat uiten door te geven van wat we hebben gekregen. Juist ook als inkomsten opnieuw binnen komen. De eerstelingen betroffen een deel van de opbrengsten die voor God als Gever bestemd waren.

Toepassing

Salomo laat weten hoe we een goed toekomstperspectief kunnen ontvangen. En de inhoud van dat perspectief is jaren van vrede, gunst en goed verstand in de ogen van God en mensen. Leven met en bij de Bijbel en de God van dat Woord. Salomo roept op om God te vrezen en zegt hier dat dat het goede leven is. Dat is actueel in en na een crisistijd. Blijkbaar vergeten we dat snel. Vandaar dat Salomo het ons inprent. Bewaar Gods Woord in je hoofd, je gevoelsleven, je hart en draag het bij je. Het leven dicht bij God zijn we blijkbaar zo kwijt. Dit gedeelte is daarom een waarschuwing en belofte tegelijk.

Eigen wijsheid is een gevaar. We worden er in dit gedeelte voor gewaarschuwd. De boodschap is radicaal: vertrouw niet op je eigen inzichten en wijsheid. Zoek het buiten jezelf. Vertrouw God en wijk van het kwaad. Dat geeft genezing en de zegen van levensonderhoud. Het doel daarvan is om te komen tot het vereren van God en Hem de dank te brengen.

 

Hoe zie jij het vasthouden van Gods Woord in jou leven?

Wat neem je je voor vanuit dit gedeelte?

 

Bemoediging

God is er voor heel het leven. Dat geldt dus ons geestelijke en dagelijkse leven. We worden opgeroepen om Hem mee te laten kijken bij alles. Dan komt het goed omdat er staat: ‘en Hij zal uw paden recht maken.’ Dat is het geheim. Omdat God regeert en omdat Hij de dingen maakt. Dat neemt onze verantwoordelijkheid niet weg. Gods beloften in dit gedeelte zijn rijk en geven toekomst. Hier op aarde en ook voor na dit leven. Dan zet Hij alles recht wat nu krom is. God zorgt en vraagt om Hem niet te vergeten en te gehoorzamen. Dat is crisisproof en toekomstbestendig.

Welke belofte of aansporing neem je uit dit gedeelte mee?

 

Gedicht Gods Akker

Het blijft Gods akkerwerk
Op deze gebroken aarde.
Zijn geheim; helend sterk
Hij diende ons en schaarde
Zich bij dode stervelingen,
Om betraand mee te zingen.


Gods Geest bedauwt,
Het onvruchtbare veld
Verborgen vocht bouwt
Aan de vrucht en meldt:
“Zonder God geen leven.”
’t Akkerwerk is maar even.

Gebogen, verlegen om Gods zegen
Als je tranend pijn en scherpte voelt;
Van de ploegschaar die gedegen
brede voren snijdt en golvend woelt
Het is levensgrond van de Akkerman
Ik bid: “Leer mij hoger zien”; nu en dan.

Veel bekijken kan ik nu niet
De scherpe ploeg doet pijn.
Ik huil; verstomd is mijn lied,
Lange voren, gestuurde lijn.
De kromming van het blad,
Doorsnijdt mijn leven; tranennat.


Het is genade als in zoute tranen
de Geest meezuchtend waait
Als Hij ons levenspad leert banen
Voor Gods gouden oogst; Hij maait
Jezus, de enige Landman; Die gewis
In de eeuwenloop mijn Lijdsman is.

Dampende, donkere, zwarte grond
Geploegd; omzien naar wie sloeg
Ik zie Gods Vaderhand vattend rond
De handgreep van de levensploeg;
Genade: “Dien Mij onder uw kruis.”
Glorend oogstfeest bij Vader thuis


 

Delen