Ga ongelijkheid te lijf

31 MAART 2014

Vorige week mocht ik voor het RD een bijdrage schrijven voor de rubriek Sociale Zaken. Dat kwam goed uit, want ik las vorige week nieuwe feiten over ongelijkheid die mij hebben geschokt. Het artikel was voor mij dus een mooie gelegenheid om de schok om te zetten in energie. Voor wie de krant nog niet heeft gelezen; hierbij mijn artikel.

De drie rijkste Nederlanders bezitten meer dan de armste helft van alle Nederlanders. Bovendien blijkt uit cijfers dat de economische ongelijkheid toeneemt. Wat te doen?

Alle economische modellen over ongelijkheid kunnen in de prullenbak. De Fransman Thomas Piketty schreef hierover een verbijsterend boek. Op basis van het meest omvangrijke onderzoek dat ooit werd gedaan naar economische ongelijkheid.

Economische groei en industrialisatie zorgen voor welvaart. Voor iedereen. Volgens gangbare modellen sijpelt de rijkdom van de rijkste 1 procent vanzelf omlaag naar de overige 99 procent. Rekensommen onder dit model stammen echter uit 1953. Voor Piketty reden om vijftien jaar lang te werken aan een enorme database die teruggaat tot het jaar nul. Die database zet de eerdere modellen onder grote druk. Bijna tweeduizend jaar lang werd de kloof groter. Het rendement op vermogen groeide jaarlijks bijna drie procent meer dan de economie. De twee wereldoorlogen zorgden voor een kentering. Werken ging beter lonen dan het hebben van bezit. Inmiddels blijkt die kentering niet meer dan een dip. Sinds een aantal jaar groeit de kloof weer. Automatisering versterkt dit proces. Ook hier wint het bezit, in de vorm van computers, van arbeid. Werken loont niet, bezit wel.

Cijfers laten glashelder zien dat de kloof in Nederland toeneemt. Neem de loonontwikkelingen. In 2013 stegen lonen gemiddeld met 1,5 procent terwijl de inflatie 2,75 procent bedroeg. Vervelend voor Jan Modaal die daardoor minder kon kopen van zijn salaris. Toch was Jan Modaal best tevreden; hij had nog werk en door de crisis moet iedereen inleveren. Iedereen? Nou nee. Er was een groep die er flink op vooruit ging. Topinkomens stegen flink, het basissalaris liep met 6 procent op tot gemiddeld 512.000 euro per jaar. Dankzij bonussen en andere zogenaamde prestatietoelages kwam de gemiddelde stijging op 7,5 procent. Elders zien we hetzelfde beeld. In Amerika verdient een topman meer dan tweehonderd keer zoveel als een gemiddelde werknemer. Dat verschil bedroeg in 1950 slechts een factor twintig. Dit zijn uiterst ongewenste ontwikkelingen. Immers, een te grote discrepantie tussen de salarissen van directie en medewerkers is niet goed voor de cohesie. Democratie en rechtstaat kunnen niet goed functioneren bij extreme ongelijkheid.

Het verschil tussen arm en rijk is toegenomen tot het niveau van vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Dat is alarmerend. Maar, wat te doen? Piketty is somber. Zonder de terugkeer van een stevige economische groei, hoge belastingen op kapitaal (beiden onwaarschijnlijk) of een Derde Wereldoorlog (onwenselijk), zal de ongelijkheid volgens hem eindeloos blijven oplopen.

Nivelleren is geen populair woord. Als de overheid iets wil doen aan buitensporige ongelijkheid, zit er echter weinig anders op dan hogere belastingen op topinkomens. Tenzij bedrijven zelf maatregelen nemen. De Nederlandse econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen ontwikkelde een norm die daarbij een uitstekend hulpmiddel kan zijn. Tinbergen stelt dat het contraproductief is voor een bedrijf als de verhouding tussen het laagste en hoogste inkomen groter is dan 1:5. Deze norm zal slechts weerklanken vinden bij organisaties waarbij niet winst centraal staat, maar maatschappelijk belang. Niet het welbegrepen eigenbelang, maar dienstbaarheid aan de samenleving.

Arne Schaddelee is Manager Communicatie bij de RMU. Reageren? Stuur een mailtje naar Arne Schaddelee: reageren@rmu.nu
Delen