'Geen verhoging van AOW-leeftijd naar 69!'

21 NOVEMBER 2017

De oproep van de econoom en aanstaande promovendus Heeringa om de AOW-leeftijd op termijn te verhogen naar 69 jaar is niet realistisch en laat duidelijk zien, dat hij praat als ‘studeerkamergeleerde’ en niet met beide voeten in de modder staat.

Dagelijks bereiken de RMU oproepen van werkgevers én werknemers met zware beroepen om hiertegen in het verweer te komen. Er dient een halt aan toegeroepen te worden. Voortijdig uitval bij laagopgeleiden krijgt steeds meer een onvrijwillig karakter omdat, naar mate de pensioenleeftijd de levensverwachting nadert, meer mensen door arbeidsongeschiktheid uitvallen. De RMU maakt zich daarom grote zorgen om laagopgeleiden in zware beroepen, die de stijgende pensioenleeftijd (lichamelijk) niet kunnen bijbenen.

We kunnen beter kijken naar de gezonde levensverwachting en de leeftijd tot waarop mensen gemiddeld genomen gezondheidsklachten krijgen. Voor hoogopgeleiden is dit ongeveer 72 jaar en laagopgeleiden ongeveer 53 jaar. De RMU stelt daarom voor: houd de verhouding tussen het aantal AOW-jaren (het gemiddeld aantal jaren tussen de AOW-leeftijd en de levensverwachting) en het aantal werkzame jaren (het gemiddeld aantal jaren dat we werkzaam zijn) constant. Want het probleem is nu dat de als de AOW-leeftijd even hard stijgt als de levensverwachting, dit enkel zorgt voor meer werkzame jaren en niet voor meer AOW-jaren.

Om mensen toch in staat te stellen door te blijven werken tot hun AOW-gerechtigde leeftijd heeft de RMU bij diverse ondernemingen en in sector-cao’s de 80,90,100-regeling geïntroduceerd: vanaf 60 jaar 80 procent werken tegen 90 procent salaris en 100 procent pensioenopbouw.

Lees ook: „AOW-leeftijd verhogen tot minstens 69 jaar

is bij de RMU. Reageren? Laat hieronder een bericht achter of stuur een mail: reageren@rmu.nu.
Delen