Gemotiveerd aan het werk

03 FEBRUARI 2016

Waarom zou je gaan werken? Regelmatig stel ik die vraag tijdens gastlessen. De antwoorden komen vaak niet verder dan het verdienen van wat centen en het ontwikkelen van talenten. Gelukkig is er nog veel meer betekenis te geven aan al ons aardse geploeter.

Niet alleen werkgevers, maar ook collega’s worden blij van iemand die gemotiveerd werkt. Steeds meer bedrijven maken daarom serieus werk van het motiveren van hun medewerkers. Als mensen trots zijn op ‘hun’ bedrijf en de gezamenlijke doelen helder zijn, dan is dat een geweldige energiebron. Trotse medewerkers zijn goede ambassadeurs. Op hun beurt zorgen ze weer voor tevreden klanten en gezonde bedrijfsresultaten. Op de lange termijn blijken de financiële resultaten van een onderneming die werk maakt van gemotiveerd personeel, acht keer beter dan de concurrent.

Energiebronnen
Iedereen heeft dus baat bij mensen die lekker gemotiveerd werken. Overigens gaat het bieden van inspiratie nog een stapje verder. Motivatie geeft klanten terwijl inspiratie zorgt voor ambassadeurs.
De spannende vraag is alleen: hoe zorg je voor die motivatie en inspiratie? Op deze simpele vraag lijken talloze antwoorden te zijn en het was stof voor stapels boeken. Al deze managementboeken geven toch wel een rode draad. Centraal staat het belang van een toegevoegde waarde, zowel voor medewerkers als voor klanten en de samenleving. Waar maak je als bedrijf echt het verschil? Inspireer mensen met een goede visie, maar ook door dienend leiderschap en door te zorgen voor verbondenheid. Wie wil motiveren en inspireren moet bovendien niet alleen mooie doelen stellen, maar ze ook halen. Tot slot is het zaak de goede visie en mooie resultaten te vermarkten. Zorg voor een goede naam en een imago waarop medewerkers oprecht trots mogen zijn.

Bijbelse bron
Wie blijft hangen in visie, resultaten en imago mist echter nog een diepere, persoonlijke bron. Voor die bron moeten we terug naar Genesis 1 en 2. Daar gaf God aan de mens de opdracht om te werken. Adam en Eva kregen de opdracht om de Hof van Eden “te bouwen en te bewaren”. We noemen dit de scheppingsopdracht. Deze kregen we direct na de schepping, als onderdeel van Gods volmaakte plan met de mens. Door te werken diende de mens zijn Schepper. Werk als Godsdienst.

Met de zondeval zette de mens daarna een wissel om. Sindsdien werken we niet meer tot eer van God, maar jagen we eigen behoeften na. Juist als christen moeten we onszelf daarom bij ons werk steeds blijven afvragen wat ons drijft. Waar werken we voor?

Zelfontplooiing is voor velen een drijfveer. Christenen spreken dan liever over het ontwikkelen van talenten en het gebruiken van gaven. Dat klinkt wat netter en ten diepste is er ook niets mis met wat zelfontplooiing. Maar er schuilt wel een gevaar achter. Namelijk dit, dat ons werk daardoor ik-gericht en materialistisch wordt. Iedere diepgang verdwijnt als we alleen nog maar werken voor onze centen en onze talenten.

Dit artikel verscheen in de rubriek Sociale Zaken van het Reformatorisch Dagblad.

Arne Schaddelee is manager communicatie bij de RMU. Reageren? Laat hieronder een bericht achter of stuur Arne Schaddelee een e-mail: reageren@rmu.nu
Delen