Mogelijke fusie reformatorische schippersinternaten geen gevolgen voor medewerkers

02 JANUARI 2017

Eén van de laatste dagen van 2016 werd ik geïnformeerd door een afvaardiging van het bestuur van Limena en schippersinternaat De Merwede (Werkendam) over een voornemen om te onderzoeken of het een goede zaak zou zijn als de drie Schippersinternaten (Eben Haëzer, Dordrecht, De Driemaster, Krimpen aan de IJssel en De Merwede, Werkendam) intensiever gaan samenwerken en op termijn eind 2017 gaan fuseren.

Op vrijdagavond 30 december 2016 hebben de leden van vereniging De Merwede hiermee ingestemd (lees hier het persbericht).

Het is goed dat ‘de kogel door de kerk’ is en de schippers in Werkendam hebben ingestemd met een voorgenomen fusie van schippersinternaat De Merwede (Werkendam) met de schippersinternaten Eben Haëzer (Dordrecht) en De Driemaster (Krimpen a/d IJssel). Hierdoor wordt mogelijk een weeffout(je) hersteld, die enkele jaren terug ontstond toen de internaten in Dordrecht en Krimpen a/d IJssel wel fuseerden en verder gingen onder de naam Limena, terwijl schippersinternaat De Merwede toen nog zelfstandig bleef.

De drie internaten vervullen een cruciale rol in het opvangen van kinderen van binnenschippers wanneer zij varend hun boterham verdienen. Ongeveer de helft van alle kinderen van schippers in Nederland worden opgevangen door de drie reformatorische internaten. Het overgrote deel (80 procent) van de 4.000 ondernemingen in de binnenvaartbranche zijn familiebedrijven.

Aanleiding voorgenomen clustering
Nederland vervoert van alle Europese landen relatief de meeste vracht over het water: ongeveer 35 procent. De directe aanleiding voor de voorgenomen clustering van de drie internaten is het dit jaar, op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), door Berenschot uitgebrachte rapport ‘Een trekkend bestaan’.
In het onderzoek stond centraal of de subsidieregeling opvang kinderen van ouders met een trekkend/varend bestaan, van om en nabij de 20 miljoen euro per jaar, doeltreffend en doelmatig is en of er alternatieve mogelijkheden zijn om deze kinderen op een doelmatige en doeltreffende wijze onderwijs te laten volgen.

In grote lijnen concludeert Berenschot dat de subsidieregeling doelmatig en doeltreffend is, dat er weliswaar andere mogelijkheden zijn voor het volgen van onderwijs maar dat deze niet één op één toepasbaar lijkt in de Nederlandse situatie. Uit het onderzoek blijkt dat zonder een subsidieregeling veel ouders genoodzaakt zouden zijn te stoppen met hun bedrijf omdat het financieel niet haalbaar is om één van de ouders op de wal te laten wonen en het op een andere manier niet haalbaar is om de kinderen goed onderwijs te geven. Berenschot roept op om in gezamenlijkheid met de beroepsgroep een meerjarenperspectief op te stellen en een structurele oplossing te zoeken voor de leegstandsproblematiek vanwege het voortdurend dalen van het aantal kinderen dat gebruik maakt van de internaten.

In 2000 zaten nog ruim 1.600 kinderen in een schippersinternaat. Dit is in 2015 gedaald naar krap 800 kinderen. De RMU roept het bestuur van de drie schippersinternaten op om zich te bezinnen op de toekomst aangezien de werkgelegenheid in de schippersinternaten sterk onder druk staat door het voortdurend dalen van het aantal kinderen dat zich aanmeldt, zie http://www.rd.nl/vandaag/binnenland/reformatorische-schippersinternaten-onderzoeken-mogelijke-fusie-1.1363189. 

Geen directe gevolgen heeft voor de positie van de medewerkers
De bestuursafvaardiging verzekerde mij dat een samengaan geen directe gevolgen heeft voor de positie van de medewerkers in de genoemde internaten en dat dit vastgelegd wordt in een protocol dat zij willen sluiten met de RMU.

Wat de RMU betreft zou ook serieus onderzocht moeten worden of er mogelijkheden zijn om op een verantwoorde wijze in gezamenlijkheid verantwoorde kinderopvang te realiseren, parallel aan het opvangen van schipperskinderen. Er is adequaat goed opgeleid personeel aanwezig in de internaten en de gebouwen zijn goed toegesneden op het opvangen van kinderen. De regio’s Werkendam, Dordrecht en Krimpen a/d IJssel kunnen een goed voedingsgebied zijn om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Hierdoor wordt het draagvlak verbreed omdat de doelgroep veel groter wordt en zal de continuïteit van de schippersinternaten op de langere termijn beter gewaarborgd zijn.

is bij de RMU. Reageren? Laat hieronder een bericht achter of stuur een mail: reageren@rmu.nu.
Delen