Ontslagrecht: let op gezond evenwicht

09 NOVEMBER 2018

Op de Erasmus Universiteit had ik een docent staatsrecht, die een uitgesproken anarchist was. Hij noemde de staat “een schoft”. Dat het woordje “schoft” meer duidingen heeft, ontging ons jonge studenten aanvankelijk, maar toch, het was natuurlijk bijster interessant: staatsrecht aangeleerd te krijgen door een anarchist, we gingen er goed voor zitten! Van hem leerden wij veel over “argumentatieve willekeur”.  Simpel gezegd: uit een set stuk voor stuk legitieme argumenten, kies je er naar willekeur er een paar uit, en de rest laat je voor wat het is. Als nu je tegenstander in het debat zich van hetzelfde bediend, krijg je eindeloze discussies, en de toehoorders van het debat kiezen uiteindelijk maar het standpunt waar hun eigen hart mee instemt.

Soms krijg ik wel eens het gevoel dat de discussies over het ontslagrecht (en over flexibilisering van de arbeidsmarkt) ook van dat gehalte zijn. Werkgevers en ondernemers die met stuk voor stuk redelijke argumenten betogen dat het allemaal veel soepeler, eenvoudiger en goedkoper moet, want dat zal de redding zijn: de economie zal bloeien en groeien, werkgevers zullen weer vaste contracten aanbieden, we zullen weer concurrerender worden, kortom een overvloed voor iedereen. Aan de andere kant de werknemers, die juist weer zullen wijzen op het belang van een goed, stevig ontslagrecht: de sociale kwestie, duurzame arbeidsverhoudingen, investering in mensen en relaties.

Is er een gulde middenweg? Met mijn hart heb ik in deze discussie al lang partij gekozen. En keuzes met het hart slaan lang niet altijd op de zogenaamde gulden middenweg. Maar ik wil wel uitdrukkelijk aandacht vragen voor een gezond evenwicht in het ontslagrecht, een evenwicht waarvan niet is gebleken dat het een der kampen (of zo u wilt: het collectief) onnodig veel schade heeft berokkend.  Want naar mijn gevoel staat dat evenwicht een beetje onder druk door de het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans.

Ontslagbescherming kent een aantal elementen. Het voeren van een procedure, de onzekerheid over de afloop daarvan, een stuk tijd (de duur van een procedure, een opzegtermijn) en, inderdaad, een som aan geld. In de praktijk blijkt het vierde element, geld, vaak te werken als compensatie (afkoop?) van de eerste drie elementen. We hadden een systeem waarin de kantonrechters bijvoorbeeld soepel met een ontslagverzoek omgingen, bijvoorbeeld indien het sterk was gelinkt aan relationele aspecten en minder op een dossier. Daar tegenover stond dat de kantonrechter de werknemer compenseerde met een ontslagvergoeding. Deze vergoeding was de zogenaamde kantonrechtersformule, die kantonrechters redelijk vrij konden bepalen. De compensatie vormde een bepaalde vorm van evenwicht.

Bij invoering van het nieuwe ontslagrecht (de Wet werk en zekerheid) veranderde het een en ander. Aan de ene kant ging de ontslagvergoeding flink omlaag en werd wettelijk vastgelegd (de transitievergoeding. Aan de andere kant moest een ontslag echt altijd gegrond zijn op een wettelijk, voldragen en vaststaande ontslaggrond. Nog steeds een evenwicht dus.

Met het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans lijkt er aan dit evenwicht te worden gemorreld. Aan de ene kant blijft de transitievergoeding een stuk lager dan de kantonrechtersformule vroeger. Maar aan de andere kant wordt de ontslagtoets wel soepeler door het invoeren van de zogenaamde cumulatiegrond: niet langer is een voldragen en vaststaande ontslaggrond nodig, maar een beetje van alles kan straks ook de basis zijn voor ontslag. Een beetje disfunctioneren, een verhouding die wat moeizaam is, een beetje eigenzinnigheid, alles bij elkaar opgeteld kan genoeg zijn voor ontslag. En dat baart me zorgen. Een gezond evenwicht in het ontslagrecht is volgens mij noodzakelijk voor duurzame arbeidsverhoudingen.

Deze column is gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad van 8 november 2018.

Jan Schreuders
Jan Schreuders is manager Dienstverlening en coƶrdinator arbeidsvoorwaardenbeleid bij de RMU. Reageren? Laat hieronder een bericht achter of stuur Jan Schreuders een mail: reageren@rmu.nu.
Delen