Speerpunten RMU op AOW problematiek

13 FEBRUARI 2017
  • Afspraken over flexibele AOW (pensioenakkoord juni 2010) dienen alsnog vorm en inhoud te krijgen
  • Duurzame inzetbaarheid oudere medewerkers dient vergroot te worden
  • Fiscalisering AOW onontkoombaar


De politieke partijen PVV, SP en 50Plus presenteerden hun plannen om de verhoging van de AOW-leeftijd weer ongedaan te maken. Ze hebben daarbij geen financiële onderbouwing gegeven. Nu al is bekend dat de kosten de eerste jaren te overzien zijn (de AOW-leeftijd is in 2017 maar negen maanden hoger dan 65 jaar), maar een verlaging structureel 12 miljard euro kost.

Ook andere organisatie roerden zich in de discussie. Zo lanceerde het FNV een 10-puntenplan voor een flexibele AOW, gefinancieerd uit de belastinginkomsten. Ook de vereniging van bedrijfsartsen luidde de noodklok en meende te moeten waarschuwen voor de gevolgen van het verhogen van de AOW-leeftijd van 65 jaar naar uiteindelijk 67 jaar. Directeur Job Swank van de Nederlandsche Bank (DNB) liet in het Financieel Dagblad optekenen dat het onverstandig is om de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd weer ongedaan te maken. Hij vond dat het precies een maatregel was om de vergrijzingsproblematiek in Nederland te verlichten. 

Dit vindt de RMU

De RMU meent dat het niet verstandig is om de verhoging van de AOW-leeftijd ongedaan te maken, maar vindt wel dat er aandacht moet komen voor de lager opgeleiden en mensen met fysiek zware beroepen. De levensverwachting van lager opgeleiden is aantoonbaar korter dan van de hoger opgeleiden (zij leven drie tot vier jaar korter en krijgen eerder lichamelijke ongemakken). Het toekomstige kabinet zou daarom werk moeten maken van de afspraken die in het pensioenakkoord van juni 2010 zijn gemaakt om mensen meer mogelijkheid te bieden eerder te stoppen dan de verhoogde AOW-leeftijd. Meer hierover leest u in de notitie van de RMU.

Lees ook: CPB notitie 'Effecten flexibele ingangsleeftijd AOW'

is bij de RMU. Reageren? Laat hieronder een bericht achter of stuur een mail: reageren@rmu.nu.
Delen