Verdienen onze leraren goed?

19 DECEMBER 2019

Leraren werken veel en hard. En dat is heus niet alleen een gevolg van het lerarentekort. En ook niet alleen doordat er in een gemiddelde klas veel meer zorgvragende kinderen zitten dan voorheen.

In het kader van de totstandkoming van de Arbeidsvoorwaardennota van de RMU hebben we ook gesprekken gevoerd in het onderwijsveld. Alom zie je dat werkers in het onderwijs uiterst gemotiveerd zijn om het beste uit zichzelf te halen voor de kinderen. Ik heb er echt bewondering voor. Als sector onderwijs gaan we de komende tijd nog veel meer scholen bezoeken om te ervaren wat er leeft op de werkvloer.

Teneur

Maar verdienen leraren ook goed? De teneur is: nee. Maar is dat ook zo? De stelling dat leraren goed zouden verdienen klinkt als een flinke dissonant in het koor dat de lerarensalarissen bezingt. Dus laat ik die stelling maar niet poneren.

De OESO, de organisatie van geïndustrialiseerde landen, zingt een ander liedje. Dissonant of niet, wat de OESO concludeert over ons lerarencorps en hun beloning is wel interessant genoeg om even onder de aandacht te brengen.

De OESO zegt dat leraren in Nederland veel uren maken met grote klassen. Aan de andere kant verdienen ze vergeleken met andere landen relatief goed. Vooral op middelbare scholen. En dat is wellicht ook herkenbaar, gezien de acties die gevoerd worden om de salarissen in het primair onderwijs op te trekken naar die in het voortgezet onderwijs.

Wat verstaan we onder het maken van veel uren? Wel, de fulltimer geeft 930 uur per jaar les, en dat is maar liefst 147 uur meer dan het gemiddelde aantal in onze “rijke westerse” landen. Onze leraren werken dus veel! Ook het aantal kinderen in de klas ligt in Nederland gemiddeld hoger: 23 kinderen ten opzichte van gemiddeld 21 in andere westerse landen.

Maar, nu het salaris. Het salaris van een startende docent ligt in Nederland ruim 8.000 euro hoger dan gemiddeld in de OESO-landen. Het salaris van een ervaren docent ligt gemiddeld ruim 15.000 euro per jaar hoger. En dan praten we nog maar over het basisonderwijs. In het voortgezet onderwijs liggen de salarissen gemiddeld per jaar 20.000 euro hoger. Terwijl er in het voortgezet onderwijs niet zo veel meer les wordt gegeven ten opzichte van het gemiddelde in het buitenland.

Relativeren

Goed, dit weten we nu. Maar wat moet je er mee? Niet om alles maar te relativeren. De werkdruk, de salarissen, de (on)aantrekkelijkheid van het beroep. Alhoewel een beetje relativeren geen kwaad kan, want dat komt vaak een reëel zicht op zaken (en op oplossingen) ten goede. Aan de andere kant, we voelen met zijn allen wel dat er iets wringt. En dat ligt niet perse aan de overheid –alhoewel de overheid wel een aantal belangrijke knoppen heeft om aan te draaien– ons kabinet geeft gemiddeld per leerling zeker niet minder geld uit aan onderwijs dan onze buurlanden.

Nee, wat vooral wringt is het enorme tekort aan leraren. Jonge mensen die niet voor dit mooie beroep kiezen. Daar zouden we eens een grondige analyse op los moeten laten. Een analyse die niet alleen maar moet gaan over de hoogte van het salaris. Dat is iets wat we van de OESO mee moeten nemen.

Deze column van Jan Schreuders is gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad (19 december 2019).

Jan Schreuders
Jan Schreuders is manager Dienstverlening en coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid bij de RMU. Reageren? Laat hieronder een bericht achter of stuur Jan Schreuders een mail: reageren@rmu.nu.
Delen