Waarom salaris harder moet stijgen

04 JANUARI 2018

Het regent positieve cijfers in de economie en op de arbeidsmarkt, maar we zien dit niet op onze loonstrook: de salarissen stijgen slechts gering. Terwijl alles om ons heen duurder wordt. Hoe komt dit? En wat is nodig om het tij te keren?

De achterliggende dagen zien we twee berichten over de ontwikkeling van de lonen en de loonkosten. Ten eerste het CBS dat terugkijkt en feitelijk vaststelt, dat over heel 2017 de cao-lonen met slechts 1,5 procent zijn toegenomen terwijl de lonen in 2016 nog met 1,8 procent stegen. De loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen met 1,7 procent.

Overigens zijn de meest recente signalen positief: het CBS stelt dat de loonstijging in het 4e kwartaal van 2017 iets hoger uitkomt dan het gemiddelde van 1,5 procent over het gehele jaar. Ook de Algemene Werkgevers Vereniging Nederland (AWVN) ziet een trendbreuk in de recent afgesproken cao's: de gemiddelde loonstijging op jaarbasis is inmiddels gestegen naar 2,14 procent. Uitblinkers zijn de industrie (3 procent), groothandel (2,82 procent) en de vervoerssector (2,6 procent).

Ten tweede salarisverwerker ADP die vooruitkijkt en verwacht dat in 2018 de lonen van de meeste werknemers netto 4 tot 18 euro per maand zullen stijgen (afhankelijk van de sector en de hoogte van het loon) doordat de werknemers per saldo iets minder belasting behoeven te betalen. Met name door de hogere heffingskortingen. Medewerkers, die tussen de 1.000 en 1.500 euro bruto per maand verdienen, veelal parttimers, gaan er echter wel op achteruit. De grootste netto loonstijging (18 euro) vindt plaats bij hen die bruto meer dan 5.750 euro per maand verdienen.

Worden we er als werknemers beter van in 2018?

Betekent deze uitkomst dat er daadwerkelijk sprake is van een koopkrachtstijging, zoals beloofd door het nieuwe kabinet Rutte III? Nee, meent de RMU. De meeste door het kabinet beloofde lastenverlichting geldt voor de periode 2019-2021. Door stijging van de zorgpremies en bijvoorbeeld de hogere energienota in 2018 blijft de loonstijging achter bij de verwachtte inflatie van 2,2 procent en zal er nagenoeg geen sprake zijn van echte koopkrachtstijging.

Het kabinet Rutte III ging bij het regeerakkoord uit van een flinke koopkrachtstijging omdat de lonen volgens het CPB in 2018 met 2,3 procent zouden stijgen en in 2019 met 3,5 procent. Inmiddels heeft het CPB haar prognose voor 2018 naar boven bijgesteld en raamt het een loonkostenstijging van 3,6 procent, bestaande uit een contractloonstijging van maar liefst 2,5 procent en een stijging van de incidentele lonen met 1,1 procent. Ook het ADP verwacht dat organisaties in 2018 meer werkgeverslasten zullen betalen.

Economie groeit, het salaris ook?

Opmerkelijk is het dat de economische groei van meer dan 3 procent in 2018 nauwelijks gepaard gaat met een stijging van het loon. Het CPB spreekt zelfs van een hoogconjunctuur in 2018. Ondanks de daling van de werkloosheid stijgen de lonen niet substantieel. In een krapper wordende arbeidsmarkt neemt de onderhandelingspositie van werkenden ten opzichte van werkgevers en opdrachtgevers normaliter toe. Hoewel te verwachten zou zijn dat dit zou leiden tot verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor werkenden in de vorm van hogere lonen, is de loonstijging vooralsnog bescheiden, meent de RMU.

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat arbeid aan de verliezende hand is. Over een periode van tientallen jaren neemt het inkomensaandeel van arbeid, de arbeidsinkomensquote (aiq), gestaag af in veel hoogontwikkelde economieën, alsook in veel grote opkomende economieën. Volgens de nieuwe berekeningsmethode die het CPB sinds dit jaar hanteert blijkt dat de aiq in 2017 daalt van 72,9 naar 72,5 procent. In de jaren negentig lag dit percentage nog boven de 80 procent.

Een tweede verklaring zou kunnen zijn dat robotisering, digitalisering en flexibilisering de loonstijging drukt. Werknemers in vaste dienst moeten concurreren met een snel gegroeide groep zzp’ers, wat de loonstijging geremd zou kunnen hebben. Kleine bedrijven met werknemers in loondienst ondervinden concurrentie van eenmanszaken. Naast dat meer en meer mensen als zelfstandige actief zijn, werken steeds meer mensen op basis van flexibele contracten (min/max-contracten en nul-urencontracten). Flexibilisering brengt steeds meer een verschuiving in de prioriteiten van werknemersorganisaties teweeg. Cao-onderhandelingen gaan niet langer alleen over het loon, maar ook over flex-contracten en pensioen.

Salarisstijging, is dat wel mogelijk?

Om het tij te keren pleitten in de loop van 2017 steeds meer economen, hoogleraren, politici en instituten voor een stevige loonstijging. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) pleit hier al jaren voor. Ook het CPB en DNB uitten in juni 2017 hun verbazing over de geringe loongroei in Nederland. En er is ruimte voor een loongroei. Het CBS laat weten dat niet-financiële bedrijven in het eerste kwartaal van dit jaar een 'uitzonderlijk hoge winst' hebben geboekt. Sinds het begin van de metingen in 1999 is de bruto kwartaalwinst voor belasting nog niet zo hoog uitgevallen als in de eerste drie maanden van 2016: gezamenlijk 56,7 miljard euro.

Wat wil de RMU?

Gezien bovenstaande ontwikkelingen pleit de RMU voor een ruime, maar verantwoorde loonsverhoging. Als alles duurder wordt, en dat zien we de achterliggende periode gebeuren, en de inflatie oploopt, is het belangrijk dat de bestedingsruimte van de werknemers meegroeit. Hoe meer mensen kunnen besteden, hoe meer de economie wordt gestimuleerd. Dus ook bedrijven hebben er voordeel bij als de koopkracht van de werknemers toeneemt. Daarnaast is het van belang dat bedrijven bij een steeds krapper wordende arbeidsmarkt aantrekkelijk blijven voor een werknemer die in toenemende mate uit steeds meer bedrijven kan kiezen waar hij gaat werken.

De traditioneel vastgestelde loonruimte voor 2018 is naar verwachting 3 procent (0,8 procent stijging arbeidsproductiviteit en een verwachte inflatie van 2,2 procent). De RMU acht daarom een gedifferentieerde loonwens van 3 procent op jaarbasis verantwoord. De RMU wijst er wel op dat maatwerk belangrijk is. Is een loonstijging van 3 procent in een onderneming of sector onverantwoord, dan moeten we realistisch zijn en de wensen durven bij te stellen.

Naast de loonwens van 3 procent zet de RMU zich komend jaar opnieuw in om duurzame afspraken te maken over scholing, duurzame inzetbaarheid, innovatie, continuïteit en behoud van werkgelegenheid van de onderneming.

Overheid, het goede voorbeeld?

De overheid is ook werkgever. In plaats van alleen maar te zeggen dat de lonen best wel omhoog kunnen (zoals minister-president Rutte op Prinsjesdag 2017 deed), kan de overheid ook de daad bij het woord voegen, en de ambtenarensalarissen substantieel te verhogen. Dit heeft weer zijn invloed op wat andere werkgevers betalen.

Lees ook: Een paar euro’s meer voor de werknemer, daar blijft het bij in 2018 (Reformatorisch Dagblad)

Chris Baggerman
Chris Baggerman is coƶrdinator Arbeidsvoorwaardenbeleid bij de RMU. Reageren? Laat hieronder een bericht achter of stuur Chris Baggerman een mail: reageren@rmu.nu.
Delen