Terug naar Kennisbank

Jan Kloosterman: 'Ik kan verder bouwen.'

Jan Kloosterman (42) werkte bijna 22 jaar in het onderwijs, totdat hij de overstap maakte naar de RMU. Sinds februari is hij de opvolger van de afgezwaaide Peter Schalk en fungeert hij als de nieuwe voorman. Een flinke overgang, zo erkent hij. Het rumoer van de leerlingen heeft plaatsgemaakt voor vergadertafels. Een kennismakingsgesprek met het nieuwe boegbeeld van de RMU.

Laten we met uw thuissituatie beginnen. Hoe ziet uw gezin eruit?
Ik ben getrouwd met mijn vrouw Beance. Samen hebben we vijf kinderen mogen krijgen, waarvan we er voor vier mogen zorgen. De jongste is na een zwangerschap van twintig weken overleden. Dat stempelt je en het is verdriet wat je moet leren dragen. We wonen in het groene Apeldoorn.

Hoe zouden uw kinderen u als vader omschrijven?
Ze zullen zeggen dat ik gezelligheid en humor belangrijk vind. Ik probeer een betrokken vader te zijn. Ik wil weten wat ze bezig houdt en waar ze vragen over hebben. Mijn zoon heeft mijn politieke genen meegekregen; met hem kan ik heerlijk praten over bijvoorbeeld de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Met mijn oudste dochter heb ik het regelmatig over het onderwijs en sociale thema’s. Muziek is daarnaast erg belangrijk bij ons thuis.
Mijn kinderen vinden dat ik een volle agenda heb. Naast mijn nieuwe baan bij de RMU ben ik ook raadslid voor de SGP. Ze waarderen het dat ik met het ontbijt en het avondeten vrijwel altijd thuis ben. Ik probeer bewust bezig te zijn met de balans tussen werk en privé. Er moet genoeg tijd zijn om elkaar in alle rust te kunnen te spreken.

Bekijk ook deze vlogserie waarin Jan Kloosterman zich voorstelt (let op: interview loopt door onder de video):

Zijn jullie een- of tweeverdieners?
Ik zeg altijd dat mijn vrouw zes dagen per week werkt, waarvan twee betaald. Bij het onderhouden van een gezin komt ontzettend veel kijken; inkoop, planning, logistiek, communicatie, noem maar op. Daarnaast werkt ze twee dagen per week als groepsleerkracht in het speciaal basisonderwijs om jonge kinderen met ontwikkelachterstanden te helpen.

Wat is uw favoriete vrijetijdsbesteding?
Boeken lezen en orgel spelen doe ik graag. Mijn boekenkast is niet in een hokje te vangen; er staat van alles in. Het laatste boek dat ik heb gekocht heb is 'De meeste mensen deugen' van Rutger Bregman. De boeken 'Durf te leiden' van Brené Brown, een biografie over J.C. Ryle en 'Geloofsbeproeving' van Lloyd-Jones staan ook in de kast. Het is een divers geheel. Ik krijg ook veel energie van de omgang met mensen. Contacten onderhouden vind ik mooi en waardevol om te doen. Relaties zijn het belangrijkste in een mensenleven. Ook met mensen die totaal anders zijn dan ik door bijvoorbeeld een andere levensovertuiging, verschillend karakter of autisme. Die omgang met diversiteit heeft mijn hart. Een andere liefhebberij is een gerestaureerde Volkswagen Kever. Die heb ik samen met mijn broer helemaal opgeknapt; erg leuk om te doen.

Voordat u bij de RMU bent gaan werken, heeft u bijna 22 jaar in het onderwijs gewerkt. Mist u de leerlingen al?
Absoluut. Leerlingen geven altijd een bruisend leven om je heen en hebben een mooie openheid. Ze willen wat leren, maar ze kijken allereerst naar wie je bent. Daarover met elkaar in contact komen is heel mooi; dan gaat het bijvoorbeeld over levensovertuiging, het maken van keuzes of de omgang met verdriet. Ook vragen over studie, beroep en de omgang met God komen dan aan de orde. Ik mis het, maar nieuwe uitdagingen vullen dat gemis ook weer in. Nu mag ik leiding geven aan een organisatie die in een breed, maatschappelijk veld werkt.

U bent sinds kort overgestapt van het onderwijs naar de RMU, als nieuwe Raad van Bestuur. Hoe is die overstap gegaan?
Ik heb de vacature eerst even bij me weggehouden. De vraag die me bezig hield was of de deur naar de RMU zou opengaan of niet. Juist in de periode waarin de vacature open stond werd er een preek gehouden die mij liet zien dat dit de weg is. Vervolgens zijn alle deuren een voor een open gegaan. Zo heb ik het sollicitatieproces ook ervaren; stap voor stap in biddende afhankelijkheid van God. Achteraf bezien valt alles op zijn plek. De studie bedrijfskunde, alle ervaringen die ik heb opgedaan in het onderwijs en de politiek blijken een mooie en goede voorbereiding te zijn geweest op deze functie. Dat wist ik vantevoren natuurlijk niet, maar terugkijkend zie ik dat wel zo.

Peter Schalk, uw voorganger, is ruim 25 jaar bestuurder geweest bij de RMU. Grote schoenen om te vullen?

Peter en ik kennen elkaar al lang. Van meet af aan proef ik de ruimte voor eigen invulling van de functie. Ik heb veel respect voor wat Peter heeft gedaan voor de RMU. Tegelijk zijn wij niet hetzelfde en is het goed dat ieder zijn eigen profiel heeft. Ik kan verder bouwen waar hij is gestopt. Twee kernbegrippen waar ik de focus op wil leggen zijn sociale duurzaamheid en burgerschap. Het is ook nodig dat er aandacht komt voor sociale duurzaamheid; goede en gezonde inzet van mensen, persoonlijke ontwikkeling en een leven lang leren, aandacht voor balans in werk en privé, en ruimte voor de ander om bijvoorbeeld mantelzorg te kunnen geven. Op het vlak van sociale duurzaamheid kan de RMU waarde toevoegen. De arbeidsmarkt kan in een aantal jaar flink veranderen. Coaching en heroriëntatie op de arbeidsmarkt zijn zaken waar ik voor de RMU aan denk. Een leerling die nu in de eerste klas zit, weet nog niet hoe de arbeidsmarkt eruit ziet als hij of zij van school afkomt. Zo snel verandert dat. Daarom is blijvende ontwikkeling nodig. Ik zie dat de RMU vaak wordt ingeschakeld bij arbeidsconflicten. Dat is heel goed en dat blijven we zeker ook doen, maar het is ook belangrijk om ondersteuning te bieden aan mensen gedurende hun hele arbeidsloopbaan.

En burgerschap?
Onze maatschappij vraagt om burgerschap. Goed omgaan met diversiteit en de vele verschillen tussen mensen is een forse uitdaging. Christenen doen daar vanuit de Bijbelse identiteit ook aan mee. De vraag hoe je als christen je plek inneemt op de werkvloer is heel belangrijk. Het antwoord is ook niet eenvoudig en vraagt steeds weer bezinning, moed en genade. Er komen steeds nieuwe vragen bij; hoe we bijvoorbeeld moeten omgaan met gentherapie of het vraagstuk rondom levenskwaliteit en euthanasie. Ook de vele technische toepassingen vragen om ethische bezinning. Het is belangrijk om over dat soort vragen na te denken. De RMU kan daarbij helpen. Dat geldt ook rechtspositioneel voor zowel de werknemer als de werkgever. We staan naast en achter hen.

Hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit?
Dat is heel wisselend. In de ochtend lees ik als het even kan een aantal kranten, zodat ik goed op de hoogte ben van ontwikkelingen rondom economie en arbeidsmarkt. Ook heb ik veel vergaderingen met collega's van de RMU om na te denken over allerlei actuele kwesties en hoe daar als organisatie mee om te gaan en nieuwe plannen te ontwikkelen. Een aantal dagdelen per week heb ik afspraken buiten de deur. Als raad van bestuur ben ik het uithangbord. Daarom vertegenwoordig ik de RMU in allerlei overlegorganen en bijeenkomsten. Binnenkort spreken we bijvoorbeeld Pete Hoekstra, de ambassadeur van de Verenigde Staten, over het onderwijs. Ook ben ik namens de RMU betrokken bij het Platform Zorg voor Leven, die onder meer de jaarlijkse Mars voor het Leven organiseert.

Ten tijde van dit interview worstelt Nederland met het steeds verder oprukkende Coronavirus. Hoe beleeft u dit?
Het is een ongekende situatie. Het is stil op de weg, de kinderen zijn thuis. We leven in een ontredderde samenleving die bijna helemaal tot stilstand lijkt te komen. Gelukkig zien we veel nieuwe vormen van saamhorigheid en kleine solidariteit; een applaus voor de mensen die werken in de zorg, het luiden van de kerkklokken. Dat vind ik mooi om te zien. Tegelijk is het surrealistisch wat er gebeurt en wrijf ik mijn ogen soms uit als je de genomen maatregelen en tegelijk ook de machteloosheid opmerkt.

Wat betekent dit voor de RMU?
Voor de RMU zijn het hectische tijden. Sinds het land bijna plat ligt door alle maatregelen, krijgen wij ontzettend veel vragen van zowel werknemers als werkgevers. Die vragen hebben vrijwel allemaal een relatie met de uitbraak van het Coronavirus. Doorbetaling van loon, een dreigend ontslag, nieuwe regelingen die opengesteld worden door de regering; iedereen vraagt zich af wat dit betekent voor zijn of haar situatie. In deze tijden zie ik dat de RMU echt iets kan toevoegen, zowel voor werkgevers als werknemers. Vanuit onze identiteit proberen we ook Bijbelse handreikingen mee te geven. Gods Woord heeft veel te zeggen over arbeid, beroep en de relatie tussen werkgever en werknemer. De RMU wil niet op de stoel van de kerk gaan zitten, maar het voorziet heel duidelijk in een behoefte.

Tot slot. Wat zou u de lezers nog mee willen geven?
Onlangs heb ik een opinieartikel geschreven, met als titel 'Burgerschap onder de regenboog'. Gods Woord overspant ons leven en Zijn Verbond biedt houvast. Ik laat mijn gedachten graag gaan over wie ik nu echt ben ten opzichte van God en de medemens binnen en buiten de kerk. Ons begrijpen van God en Zijn Woord is zo beperkt. Dat geldt ook voor wat we weten van Zijn schepping. De mens weet eigenlijk zo weinig, dat zou ons steeds weer heel bescheiden moeten maken. Soms zijn we te stellig en hebben we ons oordeel te snel klaar. Milde ootmoed is een genadegave die we hard nodig hebben.

 Jan Kloosterman (1978)

  • Studeerde Bedrijfskunde aan de universiteit in Enschede en de lerarenopleiding Natuur- en Scheikunde in Zwolle. Volgde meerdere onderwijskundige opleiding. Werkte bijna 22 jaar op de Jacobus Fruytier Scholengemeenschap in Apeldoorn als docent en als directeur Onderwijs in het (speciaal) voortgezet onderwijs en havo, vwo en het tweetalig onderwijs.
  • Schreef in 2017 een boek: Essenties van dienend leiderschap; relationeel leidinggeven voor iedereen
  • Kloosterman was voorzitter van de landelijke SGP- jongeren tot 2009 en is raadslid voor de SGP in Apeldoorn. Hij is ouderling in de Hersteld Hervormde Gemeente in Apeldoorn. 

 



Volg ons op Instagram voor inspiratie tijdens je koffiepauze.

Volg ons: rmu.nu