Hier wil de RMU zich sterk voor maken in 2020

De RMU wil zich in 2020 op het terrein en werk & arbeidsvoorwaarden sterk maken voor een vijftal speerpunten:

1. Vergroting draagvlak vakorganisaties

Nederland heeft baat bij sterke en zichtbare vakorganisaties. Zij behartigen de collectieve belangen van werknemers. Zij geven werknemers een stem in het maatschappelijke debat. Zij zitten met werkgevers om tafel om een goede cao tot stand te brengen. Daarom is het van groot belang dat zij een groot draagvlak hebben. En daar schort het aan. Steeds minder werknemers zijn lid. Terecht vragen werkgevers zich af of vakorganisaties nog wel representatief zijn. Zij spreken voor alle werknemers, maar in werkelijkheid is nog geen 20 procent lid. Daarom moeten we het draagvlak van vakorganisaties weer vergroten. Dat is mogelijk door het lidmaatschap relevanter te maken. Om dat te bereiken, pleit de RMU ervoor om het systeem van algemeen verbindend verklaren van de cao kritisch te bekijken. Een cao is algemeen bindend als de meerderheid van de werkgevers binnen die sector lid is van een werkgeverspartij aan de cao-tafel. RMU wil dat onderzocht wordt of een dergelijke voorwaarde ook voor werknemersorganisaties gesteld kan worden. Wanneer een minimum aantal werknemers lid moet zijn om een cao algemeen bindend te verklaren, stimuleert dat om lid te worden.

 

2. Geen looneis, maar loonwens van 3,5 procent



Het is een opvallend verschijnsel in Nederland: de arbeidsproductiviteit van de werknemers stijgt veel harder dan de brutolonen. De economie heeft het de laatste jaren heel goed gedaan. Er was werk in overvloed en de werkloosheid daalde. Ook de winstcijfers van veel bedrijven zijn op dit moment uitstekend. Desondanks bleef de loonontwikkeling gematigd. Steeds harder klinkt dan ook de roep om de lonen meer te verhogen. Zelfs premier Rutte deed een vurig pleidooi richting de bedrijven om nu echt eens over de brug te komen met die loonstijgingen. In dit licht acht de RMU het verantwoord om de lonen met 3,5 procent te laten stijgen. Op deze manier verkleinen we het gat tussen de arbeidsproductiviteit en de lonen. De RMU hanteert geen looneis, maar gaat uit van een loonwens. Dan doen we gedifferentieerd: we kijken goed naar de draagkracht van bedrijven en sectoren. In sommige gevallen is maatwerk dus vereist.

 

3. Gezinsinkomen in plaats van individuele inkomens als uitgangspunt voor belastingen

Aan de hand van het inkomen bepalen we in Nederland de belastingheffing. Dat is een algemeen erkend uitgangspunt. De vraag is wel: bepalen we draagkracht voor belastingheffing nu per individu, of is het gezinsinkomen uitgangspunt? De RMU is van harte voorstander van dat laatste. Dat betekent dat gezinnen met een gelijk gezinsinkomen ook gelijk dienen te worden belast. In het huidige belastingstelsel staat echter steeds meer het individu centraal. De RMU wil daarom een fundamentele herziening van ons belastingstelsel. Want hoewel het Belastingplan 2020 zorgt voor een gelijke stijging van de koopkracht bij eenverdieners en tweeverdieners, blijft er toch een onrechtvaardige en onredelijke kloof in de belastingdruk. De RMU pleit voor een sociale vlaktaks waarin de heffingskortingen zodanig wordt aangepakt dat het gezinsinkomen het uitgangspunt vormt voor de belastingheffing, zonder gedetailleerde invulling van situaties rondom wonen, inkomen en kinderen.

 

4. Scholing met een leerrechtensysteem zodat iedereen werk blijft houden

Mensen met een flexibel contract en zzp’ers hebben vaak veel minder scholingsmogelijkheden en doorgroeimogelijkheden dan werknemers in vaste dienst. Dit geldt vooral voor lager- en middelbaaropgeleiden ten opzichte van hoger opgeleiden, terwijl juist hun beroepen door robotisering en digitalisering mogelijk veranderen. Willen zij werk behouden, dan moeten ze bijblijven in hun vakgebied óf makkelijk de overstap kunnen maken naar beroepen waar meer vraag naar is. De overheid dient daarom scholing (bijscholing, herscholing, opscholing) te stimuleren, met name voor de genoemde groepen, en daarvoor publieke middelen beschikbaar te stellen. De RMU pleit voor een leerrechtensysteem, waarbij iedere burger het recht heeft om gedurende zijn loopbaan scholing te volgen. Dit leerrechtensysteem kan zo worden ingericht dat lager opgeleiden meer middelen voor scholing ontvangen dan hoger opgeleiden.

 

5. Maatregelen om duurzame arbeidsrelaties te stimuleren

Er dreigt een groeiende tweedeling in de samenleving. Zelfredzame, hoogopgeleide werknemers krijgen relatief gemakkelijk een vast contract, met alle wettelijke bescherming die daarbij hoort. De lager opgeleiden die veel vaker in flexcontracten blijven hangen, hebben geen zekerheid. Verder zijn steeds meer mensen werkzaam via een zzp constructie, waarbij het zeer de vraag is in hoeverre deze contractvorm een eigen keuze van de zzp’er is. Vanuit Bijbels denken is de relatie tussen onderneming en werkenden, of tussen werkgever en werknemer, veel meer dan een toevallige omstandigheid. Een werkgever is meer dan alleen de persoon die salaris betaalt. En omgekeerd is de werknemer voor de werkgever meer dan alleen een productiemiddel. Hierbij passen duurzame verhoudingen, die zekerheid bieden en waarin ook als vanzelf ruimte is voor scholing en ontwikkeling van werknemers. De RMU gaat voor méér duurzame arbeidsrelaties. Dat betekent een evenwichtig en zorgvuldig ontslagrecht. En dat betekent regulerend optreden tegen doorgeschoten flexibilsering. En ook het belonen van werkgevers die kiezen voor het aangaan van duurzame arbeidsrelaties. En het betekent tot slot een voortvarende aanpak van het zelfstandigenvraagstuk: optreden tegen schijnzelfstandigheid en het vormgeven van solidariteit middels een arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenopbouw voor zzp’ers. Dat is waar de RMU zich sterk voor maakt.

Delen