Gezag en medezeggenschap

Wie heeft het voor het zeggen in je leven? Dat is de kernvraag als het gaat over gezagsverhoudingen. Het is een vraag waarmee de meeste mensen niet veel op hebben. Gezag en gezagsverhoudingen, daar hebben we immers geen zin in. Liever maken we eigen keuzes en regelen we ons eigen leven. Bij deze houding past de vraag niet wie het voor het zeggen heeft in je leven.

Toch is het een heel wezenlijke vraag. Immers, ieder mens in een geordende maatschappij heeft te maken met gezagsverhoudingen. Dat wordt al heel duidelijk als je op de fiets stapt en de straat uit rijdt tot aan het verkeerslicht. Als dat op rood staat, dan moet je stoppen. Dat is bepaald door de overheid. Die heeft het voor het zeggen op een aantal terreinen van het leven.

"Overheid, gezin, kerk, school en werk, overal zijn gezagsverhoudingen"

De overheid is niet de enige gezagsdrager. Ook in de verhoudingen dicht bij huis heb je te maken met gezagsverhoudingen. Binnen het gezin, in de kerk, op school en op je werk. Gezag is er om orde te scheppen, en om richting te geven binnen het maatschappelijk leven. Daarbij is het goed om te beseffen dat het dan niet alleen gaat om de menselijke verhoudingen, de horizontale gezagsverhoudingen. Er is meer. De verticale gezagsverhouding, de verhouding tussen God en mensen, is van groter, zelfs van het allergrootste belang. Juist die verticale gezagslijnen zijn bepalend voor hoe je in het dagelijks leven omgaat met onderlinge verhoudingen. De onderlinge gezagsverhoudingen, met de wederzijdse rechten en plichten, worden beïnvloed door de overheid, door sociale partners en door maatschappelijke ontwikkelingen. Dat vraagt om voortgaande bezinning op gezag en gezagsverhoudingen. Dat is geen gemakkelijke taak. Neem als voorbeeld de verhouding tussen werkgevers en werknemers. Werkgevers en werknemers horen bij elkaar. Sterker nog, ze kunnen niet zonder elkaar. Wie zou immers werkgever kunnen zijn, zonder dat iemand het werk op zich wilde nemen? En welke persoon zou werknemer zijn als er geen werk aangeboden werd? Tussen een werkgever en een werknemer is een gezagsrelatie, die bekrachtigd wordt door een contract, een arbeidsovereenkomst. Betekent dit dat een werknemer helemaal niets te zeggen heeft? Of mag hij, onder bepaalde voorwaarden, meespreken in de werkorganisatie? En zo ja, wat betekent dat dan voor de houding van christenen op de werkvloer, zowel werkgevers als werknemers.

"Onze onderlinge gezagsverhoudingen, worden bepaald door de verticale verhouding met God"

Het zijn allemaal vragen die aan de orde komen in dit achste boekje in de boekjesserie 'Christen-zijn op de werkvloer', waarin wordt bezien wat de herkomst van het gezag is. Het gaat hierbij niet om een totaalbehandeling van de ethiek van het gezag. Ethisch, juridisch, noch sociaal is het mogelijk het onderwerp ‘gezag’ in enkele bladzijden te behandelen. Het uitgangspunt voor de bespreking van dit thema vormt de Bijbel en de daarop gegronde Drie Formulieren van Enigheid. Vanuit deze grondslag worden ook hedendaagse overwegingen over gezag tegen het licht gehouden. Vanuit de veelheid van beschouwingen wordt geprobeerd een visie op gezag te formuleren, waarin ook het delegeren van gezag en het al dan niet uitoefenen van medezeggenschap wordt bezien.

"Gezag tegen het licht houden van de Bijbel"

Het eerste hoofdstuk biedt een verkenning van het thema gezag. Het volgende hoofdstuk plaatst het gezag in bijbels perspectief. Vervolgens worden in het derde hoofdstuk de verschillende gezagskringen en hun verschillen en overeenkomsten uitgewerkt. Na een meditatief intermezzo gaan we in op de praktijk van alledag, waarbij het gezag geplaatst wordt in het perspectief van medezeggenschap. Na elk hoofdstuk volgen enkele stellingen en vragen. Daarnaast zijn een paar cases uit de dagelijkse praktijk ter bespreking toegevoegd na het slothoofdstuk. Achter in dit boek zijn tot slot enkele wetteksten opgenomen die betrekking hebben op de ondernemingsraad en de medezeggenschapsraad.

Meer lezen kan door het boekje te bestellen in de webshop.

Delen