Terug naar Kennisbank

Bidden voor het eten

Begin er direct mee; dat is de belangrijkste tip als het gaat over bidden voor het eten. Soms zal het van de situatie afhangen of het wijs is om stilte te vragen, of dat het beter is om je even terug te trekken voor gebed.

Daniel is een goed voorbeeld. Zelfs zijn vijanden op het werk wisten dat hij drie keer per dag in gebed ging. Op vaste tijden en op een vaste plaats. Maar, hoe geef je dat nu zelf handen en voeten? De RMU vroeg het aan twee pubers, Kelly en Berith. Lees maar mee hoe zij dit aanpakken.

Bidden op je werk

Bidden. Al heel jong wordt het je geleerd. Een peuter of kleuter kan soms heel onbevangen bidden. Bij pubers kan dat juist anders liggen. Hoe vanzelfsprekend is dan bidden op het werk? Een dubbelportret.

Als kinderen klein zijn wordt er voor en met hen gebeden. Een peuter leert in het gezin zelf te bidden. Bij het ouder worden komt er meer plaats voor het persoonlijk gebed. Vaste momenten komen daarbij terug. Onder andere bij de maaltijd.

Vanzelfsprekend of anders

Veel reformatorische jongeren gaan naar een christelijke basisschool en het reformatorisch voortgezet onderwijs. Het is vanzelfsprekend dat er dan bij de maaltijd wordt gebeden. Anders wordt het als je gaat werken of het vervolgonderwijs gaat bezoeken. Dan zijn de gewoonten niet altijd zoals thuis. Jongeren kunnen daar mee zitten: “Hoe reageren mijn collega’s?”. Thuis, op school en in de kerk kan dan wel gezegd worden dat je je zeker niet hoeft te schamen, moeilijk is het altijd als je ‘anders’ bent. Zeker als jongere. Ook al gaat het om iets dat je niet wilt nalaten: het gebed bij het eten.

Twee kanten

Massa’s jongeren komen op een gegeven moment in de situatie dat ze een uitzondering vormen doordat ze bidden bij het eten. Massa’s andere jongeren zien op een gegeven moment een collega die bidt, terwijl ze dat zelf niet gewend zijn. Wat roept dat op? De meningen van twee jongeren die elkaar via het werk hebben leren kennen. Kelly (17) komt niet uit een reformatorisch gezin. Berith (18) wel. Kelly: “Zelf bid en dank ik niet bij het eten, maar ik ken het want mijn opa en oma bidden wel”. Ze heeft respect voor mensen die vanuit hun geloof vasthouden aan de gewoonte om te bidden. Berith herkent deze reactie wel: “Men kijkt even vreemd op, omdat ze het niet kennen, maar collega’s staan er heel open tegenover.” Kelly: “Dat klopt. Ik had er geen moeite mee, maar in het begin had ik het niet verwacht”.

Berith moet bekennen dat ze het de eerste keer best moeilijk vond: “Ik was best zenuwachtig, omdat je niet weet hoe mensen het opvatten, dat je christelijk bent. Maar het viel heel erg mee!”.

Vragen

Kelly had wel vragen: “Ik heb Berith verschillende vragen gesteld over hoe het thuis bij haar ging en of het een eigen keuze was. Ik kreeg van Berith antwoorden, ze legde alles voor mij uit. Nu begrijp ik ook meer over het christendom”. Berith: “De collega’s vinden nu dat het gewoon bij mij ‘hoort’. Ze geven soms uit zichzelf aan dat er voor mij even stilte gehouden moet worden.” En: “Voor al m’n collega’s is het vreemd, dus ze vragen van alles. Zo heb je elke week wel minstens één keer een gesprek over één of ander onderwerp, van een rok dragen tot niet gaan stappen op zaterdagavond bijvoorbeeld”.

Beide jongedames zijn in hetzelfde filiaal ingewerkt en bij de stap naar een ander filiaal had Kelly bij de leiding al aangegeven dat Berith bij het eten wil bidden. Kelly: “Zulke dingen horen erbij en als iemand respect heeft voor een ander, dan moet diegene een moment stil zijn”.

Kleur bekennen

Dus: kleur bekennen? Kelly, heel nuchter: “Waarom niet? Iedereen heeft zo zijn eigen manieren om aan tafel te gaan”. Berith: “Ja! Uitkomen voor je geloof leidt juist tot openheid tussen jou en je collega’s, ze begrijpen en accepteren dan ook dat je sommige dingen niet of anders doet”.

Volg ons op Instagram voor inspiratie tijdens je koffiepauze.

Volg ons: rmu.nu