Terug naar Kennisbank

‘Wet werken waar je wilt’ sneuvelt in Eerste Kamer

Gepubliceerd op 2023-10-09

De Eerste Kamer heeft op 26 september het initiatiefwetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ verworpen. Eerder was het wetsvoorstel met grote meerderheid aangenomen door de Tweede Kamer. Het initiatiefwetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ heeft een hobbelige weg afgelegd, voordat het in de Eerste Kamer tot stilstand kwam.

Initiatiefwetsvoorstel

In maart 2021 werd het initiatiefwetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. In dit voorstel was opgenomen dat de werkgever een verzoek van de werknemer om de werklocatie te wijzigen alleen mag afwijzen op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel willen het gesprek tussen werkgever en werknemer over de werklocatie structureren.

Reactie werkgevers en Raad van State

De reactie van werkgevers was dat zij het een overbodig wetsvoorstel vinden. Tijdens corona was thuiswerken ‘het nieuwe normaal’. Het blijkt dat werkgevers en werknemers er in de praktijk wel uitkomen. Ook de Raad van State oordeelde dat er op dit moment geen sprake is van een probleem of knelpunt. Ingrijpen door de wetgever op de zeggenschap van werkenden over plaats-onafhankelijk werken is daarom niet nodig. De Raad van State ziet de locatie waar de arbeid wordt verricht in eerste instantie als een zaak tussen werkgever en werknemer.

Advies SER

Na een advies van de Sociaal-Economische Raad besloten de initiatiefnemers om de wijziging van het wetsvoorstel wat af te zwakken. In het aangepaste voorstel stond dat werkgevers werknemersverzoeken ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid’ zouden moeten beoordelen.

Behandeling wetsvoorstel Eerste Kamer

Deze nieuwe toets zou om een zorgvuldige afweging van de werkgevers- en werknemersbelangen vragen. Het idee was dat werknemers juridisch een sterkere positie kregen, terwijl werkgevers de vrijheid behielden voor maatwerk. Verschillende partijen in de Eerste Kamer vinden deze toets echter niet heel concreet en een onnodige toevoeging aan de bestaande wetgeving; de regeldruk is voor werkgevers al hoog. Bovendien vinden zij dat werkgevers en werknemers hier prima zelf afspraken over kunnen maken op basis van de huidige regels, zo nodig via collectieve afspraken in een cao of arbeidsvoorwaardenregeling. Een aantal rechtse partijen die in de Tweede Kamer voor het wetsvoorstel stemden, stemden in de Eerste Kamer tegen. En dus was er geen meerderheid.

Hoe nu verder?

Met het afstemmen van dit wetsvoorstel legt de Eerste Kamer de bal weer terug in het speelveld van werkgevers en werknemers; zij moeten onderling afspraken maken over thuiswerken. Op collectief niveau kunnen de sociale partners hierover onderhandelen met werkgevers, op organisatieniveau is het in de regel de ondernemingsraad (OR) die met de bestuurder afspraken maakt over thuis- of hybride werken.

 

Volg ons op Instagram voor inspiratie tijdens je koffiepauze.

Volg ons: rmu.nu